Getypte ambtelijke brief/memorandum.
Origineel
Getypte ambtelijke brief/memorandum. 14 januari 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markthallen of de betreffende gemeentelijke dienst). De Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier"). [Handgeschreven tekst rechtsboven: onleesbaar, mogelijk 'Mr. Bijller']
S/HC.
~~[Doorgehaald]~~
65/1/6 M
14 Januari 1941.
Exploitatiekosten c.a.
aardappelhoek Centrale Markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Ingevolge Uw mondelinge opdracht d.d. 9 dezer heb ik de eer U hierbij te doen toekomen een globale specificatie van exploitatiekosten en opbrengsten, betrekking hebbende op den zoogenaamden aardappelhoek van de Centrale Markt.
Bij de inkomsten is rekening gehouden met de positie, zooals deze einde 1939 bestond. Er is dus nog geen rekening gehouden met de verhuring van de ruimte aan den grossier Lindeman ad ƒ 1000,- per jaar.
Ten aanzien der uitgaven hebben de cijfers over 1940 den grondslag gevormd. Ik merk hierbij op, dat daardoor de kosten aan rente en afschrijving hooger zijn dan zij gemiddeld over den, voor de afschrijving aangenomen exploitatie-tijduur bedragen. Zou met deze gemiddelde kosten worden rekening gehouden, dan komt het totaal der geraamde uitgaven ± ƒ 3000,- lager te liggen.
In de opstelling is ingevolge Uw opdracht geen rekening gehouden met de grondwaarde. De kosten aan rente voor het voor den aardappelhoek gebruikte grondoppervlak bedragen ± ƒ 3600,- per jaar. Het aandeel van den aardappel-hoek in de diverse overige uitgaven voor de Centrale Markt is zoo goed mogelijk getaxeerd.
De Directeur, Het document is een zakelijke rapportage over de financiële status van de 'aardappelhoek' op de Centrale Markt in Amsterdam. De directeur reageert op een mondeling verzoek van de wethouder van vijf dagen eerder.
De kernpunten van de rapportage zijn:
1. Inkomsten: Deze zijn gebaseerd op de cijfers van eind 1939. Een nieuwe huurovereenkomst met grossier Lindeman (1000 gulden per jaar) is hierin nog niet verwerkt.
2. Uitgaven: Deze zijn gebaseerd op het jaar 1940. De directeur merkt op dat de posten 'rente' en 'afschrijving' in dat jaar incidenteel hoger uitvallen dan het langjarig gemiddelde (een verschil van ca. 3000 gulden).
3. Grondwaarde: Op specifiek verzoek van de wethouder is de grondwaarde buiten de berekening gelaten. De directeur vermeldt echter wel dat de rente op deze grondwaarde normaal gesproken circa 3600 gulden per jaar zou bedragen.
De toon is formeel en administratief nauwkeurig, waarbij de directeur nuanceert hoe de gepresenteerde cijfers geïnterpreteerd moeten worden. De brief is gedateerd op 14 januari 1941, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening een cruciaal en politiek beladen onderwerp. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" (op dat moment de NSB'er Jan de Vrieze, of diens directe voorganger indien de wisseling rond die tijd plaatsvond) hield toezicht op de distributie en de markten.
De Centrale Markthallen in Amsterdam-West waren het spilpunt van de voedseldistributie in de stad. De noodzaak voor een nauwkeurige specificatie van de kosten van de 'aardappelhoek' kan duiden op een herziening van de begroting, een geplande reorganisatie van de markt onder de nieuwe bezettingsomstandigheden, of een discussie over de efficiëntie van de voedselstroom in oorlogstijd. De vermelding van grossier Lindeman geeft een inkijkje in de private partijen die op de markt opereerden.