Archief 745
Inventaris 745-362
Pagina 220
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijke correspondentie (waarschijnlijk een concept of kopie gezien de rode aantekening).

3 februari 1941. Van: Onbekend (waarschijnlijk een ambtenaar of afdelingshoofd van de gemeente).

Origineel

Ambtelijke correspondentie (waarschijnlijk een concept of kopie gezien de rode aantekening). 3 februari 1941. Onbekend (waarschijnlijk een ambtenaar of afdelingshoofd van de gemeente). [Rode aantekening in potlood/krijt: "concept", doorgehaald]

D/HG.

65/1/6 M.

3 Februari 1941.

Pakhuiscontracten van
den aardappelhandel.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 28 Januari jl. om spoedig nader advies ontvangen stukken no. 107 L.M.1941 heb ik de eer U te berichten, dat de cijfers, genoemd in den zich onder de stukken bevindenden brief van de Nederlandsche Inkoop Centrale van Akkerbouwproducten d.d. 24 Januari jl., niet volledig genoeg zijn om daaruit een definitief oordeel omtrent de financieele positie van de deelnemers in de aardappelcombinatie te vellen. Hiervoor zou trouwens mede een boekenonderzoek bij de plaatselijke afdeeling der V.B.N.A. omtrent de werkelijk gemaakte kosten noodig zijn.

Ten aanzien van de onderhavige cijfers kan evenwel het volgende worden geconstateerd.

De lossingskosten ad 15 cent per 100 kg. blijven beneden de kosten, die in werkelijkheid moeten worden gemaakt. Deze bedragen namelijk te dezer stede 15 ct. per hl., welk bedrag nog moet worden vermeerderd met de sociale lasten en eventueele toeslagen voor extra werk. Hierdoor kunnen deze kosten op 25 cent per 100 kg. gesteld worden.

De kosten voor thuisbezorgen zijn met 18 cent per 100 kg. (12 1/2 cent per hl.) niet te dekken. De expediteurs berekenen momenteel hiervoor 20 - 25 cent per hl. De kleinhandelaren, die zelf hun aardappelen afhalen (en dat is de meerderheid) ontvangen daarvoor van de V.B.N.A. thans een vergoeding van 25 cent per 100 kg.; zij stellen dan echter zelf de zakken beschikbaar. Het is mij bekend, dat door de kleinhandelaren (i.c. de plaatselijke afdeeling van "Centraal Belang") pogingen in het werk worden gesteld om hiervoor een hoogere vergoeding te krijgen.

De overige kosten kunnen dezerzijds moeilijk worden beoordeeld hoewel het zeer waarschijnlijk is, dat bijvoorbeeld de werkelijke opslagkosten niet met 6 cent per 100 kg. te dekken zijn; de "afdracht hoofdkantoor" ad 5 cent is vermoedelijk een vastgesteld bedrag als aandeel in de administratiekosten c.a. van het Hoofdkantoor der V.B.N.A. te Den Haag. Het document is een zakelijk advies aan de Wethouder voor de Levensmiddelen over de tarieven en vergoedingen binnen de aardappelhandel. De kern van het betoog is dat de officiële cijfers van de Nederlandsche Inkoop Centrale van Akkerbouwproducten (NIC) de werkelijke kosten niet dekken.

De schrijver specificeert drie knelpunten:
1. Lossingskosten: De voorgestelde 15 cent per 100 kg is te laag; door sociale lasten en extra werk zou dit 25 cent moeten zijn.
2. Thuisbezorging: De huidige vergoeding van 18 cent dekt de kosten van expediteurs (die 20-25 cent rekenen) niet.
3. Opslagkosten: Ook de marge voor opslag lijkt ontoereikend.

Er wordt verwezen naar de V.B.N.A. (Vereniging van Bedrijfsbehartigers in de Nederlandsche Aardappelhandel) en de belangenorganisatie "Centraal Belang", die namens de kleinhandelaren pleit voor hogere vergoedingen. De tekst hanteert zowel gewichtsmaten (100 kg) als inhoudsmaten (hectoliter/hl), wat gebruikelijk was in de aardappelhandel. Dit document stamt uit februari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De voedselvoorziening was in deze periode een kritieke overheidszaak. Om schaarste en woekerprijzen te voorkomen, werd de handel in primaire levensmiddelen zoals aardappelen strak gereguleerd via distributie-instellingen en inkoopcentrales.

De wethouder voor Levensmiddelen (in grote steden vaak een cruciale post) moest balanceren tussen de door de bezetter en landelijke organen opgelegde prijzen enerzijds, en de economische realiteit van lokale handelaren en transporteurs anderzijds. De brief toont de bureaucratische frictie aan het begin van de oorlog: de kosten voor arbeid en logistiek stegen, terwijl de officiële marges daarop achterbleven. De genoemde organisaties (NIC en V.B.N.A.) maakten deel uit van de 'nieuwe orde' in de landbouworganisatie, waarbij de vrije markt was vervangen door een stelsel van dwingende ordening.

Samenvatting

Het document is een zakelijk advies aan de Wethouder voor de Levensmiddelen over de tarieven en vergoedingen binnen de aardappelhandel. De kern van het betoog is dat de officiële cijfers van de Nederlandsche Inkoop Centrale van Akkerbouwproducten (NIC) de werkelijke kosten niet dekken.

De schrijver specificeert drie knelpunten:
1. Lossingskosten: De voorgestelde 15 cent per 100 kg is te laag; door sociale lasten en extra werk zou dit 25 cent moeten zijn.
2. Thuisbezorging: De huidige vergoeding van 18 cent dekt de kosten van expediteurs (die 20-25 cent rekenen) niet.
3. Opslagkosten: Ook de marge voor opslag lijkt ontoereikend.

Er wordt verwezen naar de V.B.N.A. (Vereniging van Bedrijfsbehartigers in de Nederlandsche Aardappelhandel) en de belangenorganisatie "Centraal Belang", die namens de kleinhandelaren pleit voor hogere vergoedingen. De tekst hanteert zowel gewichtsmaten (100 kg) als inhoudsmaten (hectoliter/hl), wat gebruikelijk was in de aardappelhandel.

Historische Context

Dit document stamt uit februari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De voedselvoorziening was in deze periode een kritieke overheidszaak. Om schaarste en woekerprijzen te voorkomen, werd de handel in primaire levensmiddelen zoals aardappelen strak gereguleerd via distributie-instellingen en inkoopcentrales.

De wethouder voor Levensmiddelen (in grote steden vaak een cruciale post) moest balanceren tussen de door de bezetter en landelijke organen opgelegde prijzen enerzijds, en de economische realiteit van lokale handelaren en transporteurs anderzijds. De brief toont de bureaucratische frictie aan het begin van de oorlog: de kosten voor arbeid en logistiek stegen, terwijl de officiële marges daarop achterbleven. De genoemde organisaties (NIC en V.B.N.A.) maakten deel uit van de 'nieuwe orde' in de landbouworganisatie, waarbij de vrije markt was vervangen door een stelsel van dwingende ordening.

Kooplieden in dit dossier 10

Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg en kroeskarper
Bot, andere dan Noordzeebot *0.15* [hs]
Edelkarper (levend) *0.45* [hs]
Grossiers en personeel f 642.-
A. Geboorte f. 9.600.-
P.H. Passchier " 4.160.-
Snoek en barbeel *0.12* [hs]
Voorn en kolblei beneden 20 cm en serpeling
M. Sicma *0.20* [hs]

Gerelateerde Documenten 6