Archief 745
Inventaris 745-362
Pagina 283
Dossier 37
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte ambtelijke rapportage of brief (kopie of concept) met uitgebreide handgeschreven kanttekeningen en correcties.

Betreft gebeurtenissen in maart en april 1941.

Origineel

Getypte ambtelijke rapportage of brief (kopie of concept) met uitgebreide handgeschreven kanttekeningen en correcties. Betreft gebeurtenissen in maart en april 1941. [De transcriptie volgt de originele spelling en interpunctie. Doorgestreepte tekst en invoegingen zijn aangegeven.]

-2-

[In de linkermarge:] Tot de gevallen als die van Lindeman.

welke [doorgestreept: onzerzyds] ^dezer^ zooveel mogelyk werd tegengegaan. Ik stelde dit geval aan de orde, omdat het afweek van [doorgestreept: het geval] ^Lindeman^, waarvoor in November reeds een vaste gedragslyn was overeengekomen. Het bestuur van de organisatie der groothandelaren verklaarde toen, dat ook in een geval [bovenaan toegevoegd: als dit onderhavige] [doorgestreept: als dit], toelating vanzelf sprak, omdat pakhuizen niet onverhuurd moesten blyven, als er goede gegadigden voor waren.

Toen nu einde Maart 1941 C.Dikstaal, die [doorgestreept: lid is van het Agrarisch Front], zich vervoegde by den bedryfschef van myn dienst om als grossier tot de Centrale Markt te worden toegelaten, waar hy een pakhuis wilde huren, heb ik doen onderzoeken, of hy voldeed aan de voorwaarden, die waren gesteld om tot deze markt te worden toegelaten.

[In de linkermarge:] Ha. Pippa. Hier staan de antecedenten van Dikstaal er helemaal niet meer in!!!

Daar Dikstaal naar myn meening aan bovenvermelde voorwaarden voldeed, had ik er, [doorgestreept: mede] ^mede^ gelet op den met den handel gemaakten afspraak, geen bezwaar tegen hem als grossier tot de Centrale Markt toe te laten. [handgeschreven symbool/paraaf]

Op 12 April jl. vervoegden zich by my de groothandelaren Draaisma, Kits en Nooy, leden van de vereeniging "Onderling Belang" en tevens leden van de door deze Vereeniging gevormde Commissie ter bestudeering van de mogelykheden om te komen tot een gezondere toestand in den groothandel op de Centrale Markt. Zy protesteerden tegen toelating van Dikstaal, die, zooals zy stelden, wel winkelier, echter nimmer grossier was geweest, terwyl hy, volgens deze grossiers, niet betrouwbaar zou zyn en niet credietwaardig.

[In de linkermarge, bij de vorige alinea:] C Dikstaal. C Dikstaal heeft n.l. erkenning als grooth. en kleinhandelaar in de laatste jaren vrywel uitsluitend als winkelier opgetreden maar medegedeeld dat hy een 15 jarige ervaring inkoop commiss. als op vrywillige- en Centrale veilingen buiten Amsterdam opgedaan.

Ter illustratie hiervan deelde de heer Nooy mede, dat hy 5 jaar lang een vordering van f 13,60 heeft gehad, op Dikstaal, welke vordering eerst een dezer dagen door betaling van f 13,- werd voldaan. Voorts achtte men, dat de Groente- en Fruitcentrale niet voldoend scherpe eischen stelde by het uitreiken van groothandelserkenningen. De Commissieleden wezen voorts op den onder de grossiers heerschenden noodtoestand (als gevolg van het ontbreken van fruit) en stelden als nieuw principe [bovenaan toegevoegd: dat] zoolang [bovenaan toegevoegd: geen] nieuwe grossiers tot de Centrale Markt [doorgestreept: worden toegelaten] ^moeten worden toegelaten^. Zy verwezen hiervoor naar den aan U gerichten brief d.d. 7 April jl. ( [handgeschreven:] L zie pag. 3 )

[In de linkermarge, bij de vorige alinea:] Verder zou hy als kooper op de Centrale Markt zijn aankoops bydragen op de op de Markt gevestigde verkoop gedaan hebben in plaats, als tot nu met anderen, bij de grossiers.

[/deze noodtoestand duurt, moeten] [Noot: dit lijkt een correctie-instructie voor de getypte tekst onderaan de pagina]

Ik heb hier tegenover gesteld, hetgeen ik den heer Dykstra, Voorzitter van "Onderling Belang" reeds in een telefonisch onderhoud op Vrydag 11 April had meegedeeld, dat [doorgestreept: dus] de toelating van Dikstaal geheel in overeenstemming was met de in November 1940 gemaakte afspraak, dat ik echter bereid was voor de toekomst voor wat betreft de toelating van nieuwe grossiers, in overleg met de Commissie, bovenbedoelde nieuwe richtlynen op te stellen en op grond hiervan elk nieuw verzoek om toelating tot de Centrale Markt met den handel te overleggen. Desniettemin handhaafden de heeren Nooy c.s. hun eisch, dat Dikstaal niet tot de Centrale Markt moest worden toegelaten.

[In de linkermarge onderaan:] I Van den Hof van Amersfoort laat dit alles niet onvermeld op de loop der zaak. [Noot: tekst is hier minder goed leesbaar].

Gevolg gevende aan de door U [doorgestreept: op 15 dezer] ^laatstgenoemden datum^ gedane opdracht, geef ik U thans beleefd in overweging de onderteekening van [doorgestreept: dit] ^het^...

--- Dit document is een verslag van een ambtelijk conflict over marktregulering in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de zaak is de toelating van een zekere C. Dikstaal als groothandelaar (grossier) tot de Centrale Markt.

  • Belanghebbenden: De auteur (mogelijk de directeur van de Markthallen), de wethouder of hogere ambtenaar aan wie gerapporteerd wordt, C. Dikstaal (de aanvrager), en de gevestigde groothandelaren verenigd in "Onderling Belang".
  • Argumenten tegen Dikstaal: De gevestigde handelaren gebruiken morele, financiële en economische argumenten om concurrentie te weren. Ze noemen hem onbetrouwbaar (verwijzend naar een minuscule schuld van 13,60 gulden die vijf jaar openstond) en beweren dat hij eigenlijk een winkelier (retailer) is en geen echte groothandelaar.
  • Protectionisme: De commissie van groothandelaren probeert een "nieuw principe" in te voeren: vanwege de "noodtoestand" (schaarste aan fruit door de oorlog) zouden er helemaal geen nieuwe grossiers meer toegelaten mogen worden. Dit is een duidelijke vorm van marktafscherming onder het mom van de oorlogsomstandigheden.
  • Bestuurlijke houding: De auteur van het stuk probeert vast te houden aan eerder gemaakte afspraken (het precedent-geval 'Lindeman') waarbij leegstand van pakhuizen voorkomen moest worden, maar hij toont zich bereid om voor de toekomst de regels aan te scherpen in overleg met de zittende handelaren.
  • Interne kritiek: De handgeschreven kanttekeningen ("Hier staan de antecedenten van Dikstaal er helemaal niet meer in!!!") suggereren dat er binnen het ambtelijk apparaat onenigheid was over hoe volledig of gekleurd dit rapport naar de hogere autoriteiten moest zijn.

--- Het document dateert van april 1941, een klein jaar na de Duitse inval in Nederland. De context van de bezetting is op verschillende manieren merkbaar:

  1. Economische schaarste: Er wordt expliciet gesproken over een "noodtoestand" door het ontbreken van fruit. De distributie en handel stonden onder zware druk en werden streng gereguleerd door de bezetter en de Nederlandse bureaucracie.
  2. Agrarisch Front: In de getypte tekst wordt vermeld dat Dikstaal lid is van het "Agrarisch Front". Dit was een nationaalsocialistische organisatie. Het feit dat dit is doorgestreept, is saillant: het suggereert dat men ofwel de politieke kleur van de aanvrager wilde maskeren in de officiële rapportage, of dat dit lidmaatschap later niet relevant of onjuist bleek.
  3. Centrale Markt Amsterdam: De Centrale Markt (nu het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was een vitaal punt voor de voedselvoorziening van de stad. De strijd om wie daar mocht handelen had grote financiële belangen.
  4. Bureaucracie onder druk: De vele correcties en marginalia tonen een proces van 'trial and error' in een tijd waarin de regels van de vrije markt steeds meer werden vervangen door centrale sturing en politieke opportuniteit. De gevestigde orde ("Onderling Belang") probeerde haar positie te consolideren in een krimpende markt.

Samenvatting

Dit document is een verslag van een ambtelijk conflict over marktregulering in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de zaak is de toelating van een zekere C. Dikstaal als groothandelaar (grossier) tot de Centrale Markt.

  • Belanghebbenden: De auteur (mogelijk de directeur van de Markthallen), de wethouder of hogere ambtenaar aan wie gerapporteerd wordt, C. Dikstaal (de aanvrager), en de gevestigde groothandelaren verenigd in "Onderling Belang".
  • Argumenten tegen Dikstaal: De gevestigde handelaren gebruiken morele, financiële en economische argumenten om concurrentie te weren. Ze noemen hem onbetrouwbaar (verwijzend naar een minuscule schuld van 13,60 gulden die vijf jaar openstond) en beweren dat hij eigenlijk een winkelier (retailer) is en geen echte groothandelaar.
  • Protectionisme: De commissie van groothandelaren probeert een "nieuw principe" in te voeren: vanwege de "noodtoestand" (schaarste aan fruit door de oorlog) zouden er helemaal geen nieuwe grossiers meer toegelaten mogen worden. Dit is een duidelijke vorm van marktafscherming onder het mom van de oorlogsomstandigheden.
  • Bestuurlijke houding: De auteur van het stuk probeert vast te houden aan eerder gemaakte afspraken (het precedent-geval 'Lindeman') waarbij leegstand van pakhuizen voorkomen moest worden, maar hij toont zich bereid om voor de toekomst de regels aan te scherpen in overleg met de zittende handelaren.
  • Interne kritiek: De handgeschreven kanttekeningen ("Hier staan de antecedenten van Dikstaal er helemaal niet meer in!!!") suggereren dat er binnen het ambtelijk apparaat onenigheid was over hoe volledig of gekleurd dit rapport naar de hogere autoriteiten moest zijn.

Historische Context

Het document dateert van april 1941, een klein jaar na de Duitse inval in Nederland. De context van de bezetting is op verschillende manieren merkbaar:

  1. Economische schaarste: Er wordt expliciet gesproken over een "noodtoestand" door het ontbreken van fruit. De distributie en handel stonden onder zware druk en werden streng gereguleerd door de bezetter en de Nederlandse bureaucracie.
  2. Agrarisch Front: In de getypte tekst wordt vermeld dat Dikstaal lid is van het "Agrarisch Front". Dit was een nationaalsocialistische organisatie. Het feit dat dit is doorgestreept, is saillant: het suggereert dat men ofwel de politieke kleur van de aanvrager wilde maskeren in de officiële rapportage, of dat dit lidmaatschap later niet relevant of onjuist bleek.
  3. Centrale Markt Amsterdam: De Centrale Markt (nu het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was een vitaal punt voor de voedselvoorziening van de stad. De strijd om wie daar mocht handelen had grote financiële belangen.
  4. Bureaucracie onder druk: De vele correcties en marginalia tonen een proces van 'trial and error' in een tijd waarin de regels van de vrije markt steeds meer werden vervangen door centrale sturing en politieke opportuniteit. De gevestigde orde ("Onderling Belang") probeerde haar positie te consolideren in een krimpende markt.

Locaties

Waarschijnlijk Amsterdam (verwijzing naar de Centrale Markt).

Kooplieden in dit dossier 10

Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg en kroeskarper
Bot, andere dan Noordzeebot *0.15* [hs]
Edelkarper (levend) *0.45* [hs]
Grossiers en personeel f 642.-
A. Geboorte f. 9.600.-
P.H. Passchier " 4.160.-
Snoek en barbeel *0.12* [hs]
Voorn en kolblei beneden 20 cm en serpeling
M. Sicma *0.20* [hs]

Gerelateerde Documenten 6