Archief 745
Inventaris 745-362
Pagina 294
Dossier 106
Jaar 1941
Stadsarchief

Verslag/Memorandum van een bespreking.

Betreft gebeurtenissen in november 1940 en 12 april 1941.

Origineel

Verslag/Memorandum van een bespreking. Betreft gebeurtenissen in november 1940 en 12 april 1941. (Handgeschreven in de linker marge:)
Mij zullen zonder overleg niet verhuren pakhuizen

(Hoofdtekst:)
In November 1940 geval Lindeman met grossiers Centrale Markt (Dykstra, Draaisma, Kramer) behandeld.
Lindeman, die groothandelserkenning heeft, vakbekwaamheid, credietwaardig is, kan niet langer worden geweerd.
Handel heeft zich bij deze argumenten neergelegd.
Met bovengenoemde grossiers toen besproken, in soortgelijke gevallen, wanneer betrokkene groothandelserkenning heeft en bekwaam is om pakhuis te huren, toegang verleenen alleen voor pakhuizen, niet voor open plaatsen.
Tydens besprekingen winter-opslag toelating grossier Kuil tot Centrale Markt besproken. Handel zegt: als man aan bovenstaande normen voldoet en hy wil pakhuis hureb, geen bezwaar. Men is het erover eens, dat pakhuizen niet leeg kunnen blyven, als er goede gegadigden voor zyn.

Ten aanzien van Dikstaal gold het volgende.
Steeds winkelier geweest; wil thans gaan grossieren; heeft groothandelserkenning. Levert Duitsche Wehrmacht en lid Agr.Front. Is credietwaardig en vakbekwaam.
Bespreking 12 April 1941 met Commissieleden Draaisma, Kitz en Nooy. Dykstra weigert te komen, omdat hy meent, dat ten aanzien Dikstaal niet volgens afspraak met grossiers is gehandeld. Directeur zet dit recht en verwyst naar afspraak bovenomschreven. Heeft dit ook reeds gedaan toen Dykstra hem avond tevoren over Dikstaal opbelde. Heeft hem daarby ook reeds toegezegd, dat - in afwyking van vroeger gemaakte afspraak – ~~waarin~~ elk nieuw geval individueel met grossiersorganisatie zal worden overlegd.
Nooy stelt echter thans nieuw principe:
Er is noodtoestand onder grossier (zie hieromtrent punten van Onderling Belang).
Er moeten, gezien dezen noodtoestand, geen nieuwe grossiers tot Centrale Markt worden toegelaten.
Dikstaal is nooit grossier geweest en kan, naar meening van den handel, niet op de veilingen koopen, omdat hy geen toewyzing krygt. Nooy zegt: Dikstaal is strooman van N.V. Keizer. Keizer heeft hem vanmorgen 300 kisten goed geleverd om te verkoopen. Nooy zegt verder: Dikstaal niet niet betroubaar en niet credietwaardig, want ik heb 5 jaar lang op f 13,60 moeten wachten, die hy my schuldig was en eerst gisteren heeft hy my f 13,- betaald en f 0,60 schiet ik er nog by in.
Nooy zegt verder nog, dat de tuinders nu binnen een maand moeten veilen, dat is eerste eisch van grossiers; eerst dan kunnen grossiers hun zaken op Centrale Markt behoorlyk tot ontwikkeling brengen. Het document schetst een conflict op de Amsterdamse Centrale Markt tijdens de vroege jaren van de Duitse bezetting. De kern van het conflict is de toelating van nieuwe grossiers (groothandelaren). De gevestigde orde, vertegenwoordigd door de grossiersorganisatie (waaronder Nooy en Dykstra), probeert de markt af te grendelen voor nieuwkomers door te wijzen op een "noodtoestand".

Er is een duidelijke spanning zichtbaar tussen:
1. De Marktmeester/Directeur: Die stelt dat iedereen met de juiste papieren (groothandelserkenning) en vakbekwaamheid recht heeft op een pakhuis, mede om leegstand te voorkomen.
2. De Gevestigde Grossiers: Die hun monopoliepositie willen beschermen en politieke/persoonlijke argumenten gebruiken om concurrenten te weren.
3. De Casus-Dikstaal: Deze persoon is omstreden omdat hij lid is van het nationaalsocialistische Agrarisch Front en levert aan de Duitsche Wehrmacht. Hoewel hij politiek 'goed' zit bij de bezetter, wordt hij door de zittende handel weggezet als onbetrouwbaar, een "strooman" en een wanbetaler (vanwege een oude schuld van 13,60 gulden).

Opvallend is de handgeschreven kanttekening die lijkt te instrueren dat er geen pakhuizen meer verhuurd mogen worden zonder voorafgaand overleg, wat duidt op een inperking van de bevoegdheden van de marktdirectie ten gunste van de zittende belangenorganisaties. * Centrale Markt: De centrale plek voor de handel in aardappelen, groenten en fruit in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat).
* Agrarisch Front: De landbouworganisatie van de NSB, die tijdens de bezetting probeerde de controle over de Nederlandse voedselvoorziening en handel over te nemen.
* Groothandelserkenning: Een officiële vergunning die nodig was om als grossier te mogen opereren, vaak streng gereguleerd door de overheid (en tijdens de oorlog door de bezettingsinstanties).
* Noodtoestand: De oorlogsomstandigheden leidden tot schaarste en distributiebonnen, waardoor de vrije handel onder grote druk stond. Bestaande handelaren vreesden dat er bij een krimpende markt geen ruimte was voor nieuwe concurrentie.

Samenvatting

Het document schetst een conflict op de Amsterdamse Centrale Markt tijdens de vroege jaren van de Duitse bezetting. De kern van het conflict is de toelating van nieuwe grossiers (groothandelaren). De gevestigde orde, vertegenwoordigd door de grossiersorganisatie (waaronder Nooy en Dykstra), probeert de markt af te grendelen voor nieuwkomers door te wijzen op een "noodtoestand".

Er is een duidelijke spanning zichtbaar tussen:
1. De Marktmeester/Directeur: Die stelt dat iedereen met de juiste papieren (groothandelserkenning) en vakbekwaamheid recht heeft op een pakhuis, mede om leegstand te voorkomen.
2. De Gevestigde Grossiers: Die hun monopoliepositie willen beschermen en politieke/persoonlijke argumenten gebruiken om concurrenten te weren.
3. De Casus-Dikstaal: Deze persoon is omstreden omdat hij lid is van het nationaalsocialistische Agrarisch Front en levert aan de Duitsche Wehrmacht. Hoewel hij politiek 'goed' zit bij de bezetter, wordt hij door de zittende handel weggezet als onbetrouwbaar, een "strooman" en een wanbetaler (vanwege een oude schuld van 13,60 gulden).

Opvallend is de handgeschreven kanttekening die lijkt te instrueren dat er geen pakhuizen meer verhuurd mogen worden zonder voorafgaand overleg, wat duidt op een inperking van de bevoegdheden van de marktdirectie ten gunste van de zittende belangenorganisaties.

Historische Context

  • Centrale Markt: De centrale plek voor de handel in aardappelen, groenten en fruit in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat).
  • Agrarisch Front: De landbouworganisatie van de NSB, die tijdens de bezetting probeerde de controle over de Nederlandse voedselvoorziening en handel over te nemen.
  • Groothandelserkenning: Een officiële vergunning die nodig was om als grossier te mogen opereren, vaak streng gereguleerd door de overheid (en tijdens de oorlog door de bezettingsinstanties).
  • Noodtoestand: De oorlogsomstandigheden leidden tot schaarste en distributiebonnen, waardoor de vrije handel onder grote druk stond. Bestaande handelaren vreesden dat er bij een krimpende markt geen ruimte was voor nieuwe concurrentie.

Kooplieden in dit dossier 10

Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg en kroeskarper
Bot, andere dan Noordzeebot *0.15* [hs]
Edelkarper (levend) *0.45* [hs]
Grossiers en personeel f 642.-
A. Geboorte f. 9.600.-
P.H. Passchier " 4.160.-
Snoek en barbeel *0.12* [hs]
Voorn en kolblei beneden 20 cm en serpeling
M. Sicma *0.20* [hs]

Gerelateerde Documenten 6