Ambtelijke brief/memorandum (doorslag).
Origineel
Ambtelijke brief/memorandum (doorslag). 17 april 1941 (verzonden 18 april 1941). Onbekend (waarschijnlijk de directeur van de Centrale Markt of een gerelateerde dienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. (Handgeschreven aantekening rechtsboven:) In Processe
(Handgeschreven aantekening middenboven:) Verzonden 18/4
D/HG.
64/8/1 M.
n 2
17 April 1941.
Toelating C.Dikstaal als
grossier op de Centrale Markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
In bijlage dezes heb ik de eer U een contract in duplo te doen geworden ten name van C.Dikstaal, betreffende huur van pakhuisafdeeling No.A 2 op de Centrale Markt.
Ik merk ten aanzien hiervan het volgende op. Daar de grossiersorganisaties zich ernstig tegen de toelating van Dikstaal als grossier verzetten, heb ik deze aangelegenheid op 15 dezer mondeling met U mogen bespreken; U machtigde mij toen een contract, zooals thans in bijlage dezes wordt overgelegd, met Dikstaal af te sluiten. Voor de goede orde laat ik hieronder de motieven, die hebben geleid tot de toelating van Dikstaal, volgen.
In het jaar 1940 hebben zich bij de toelating als grossier tot de Centrale Markt van D.R.Lindeman eveneens moeilijkheden voorgedaan, omdat de groothandel zich sterk verzette tegen die toelating. Aanvankelijk werd bij Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 28 Juni 1940 (No.387 L.M. 1940) besloten tot niet-toelating van Lindeman, doch na mijn voorstel, neergelegd in mijn rapport van 21 November 1940 No. 65/2/9 M., werd ik op 7 December 1940 (No.387 L.M.1940) door den toenmaligen Wethouder voor de Levensmiddelen gemachtigd, D.R.Lindeman als grossier tot de Centrale Markt toe te laten. Ik deed bedoeld voorstel na terzake gepleegd overleg met eenige bestuursleden van de groentengrossiersorganisatie (de heeren Dijkstra, Draaisma en Kramer); het dezerzijds ingenomen standpunt was, dat degenen, die in het bezit waren van een groothandelserkenning, vakbekwaam en blijkbaar in staat het risico van den huur van een pakhuis op zich te nemen, niet van de Centrale Markt moesten worden geweerd. Voornoemde bestuursleden hebben zich met dit standpunt vereenigd. Toen is met hen de afspraak gemaakt, dat in overeenkomstige gevallen de betrokkene toegang tot de Centrale Markt zou worden verleend als grossier-huurder van een pakhuis; het verhuren van open plaatsen zou slechts geschieden, nadat in ieder bijzonder geval overleg met den handel was gepleegd. Het aantal open plaatsen is namelijk practisch gesproken ongelimiteerd, terwijl het huren van een open plaats in de buitenlucht geen hooge financieele eischen stelt aan den gegadigde, * Kern van het document: De brief documenteert de officiële toelating van een nieuwe grossier (C. Dikstaal) tot de Centrale Markt in Amsterdam, ondanks weerstand van gevestigde belangenorganisaties.
* Belangentegenstelling: Er is een duidelijk conflict zichtbaar tussen de zittende grossiers (die de markt afgeschermd willen houden voor concurrentie) en het marktbestuur (dat objectieve criteria wil hanteren).
* Beleidsregel: Er wordt een precedent uit 1940 (de zaak Lindeman) aangehaald om de beslissing te rechtvaardigen. De regel is: wie de juiste papieren heeft en kapitaalkrachtig genoeg is om een pakhuis te huren (en dus risico draagt), wordt toegelaten.
* Toegangsbeperking: Voor 'open plaatsen' (buiten) gelden strengere overlegregels met de branche, omdat de drempel daarvoor lager is en men wildgroei aan kleine handelaren wil voorkomen. * Historische context: Het document dateert uit april 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel het bestuur onder toezicht stond van de bezetter, bleven veel gemeentelijke procedures en de strijd tussen handelsbelangen in eerste instantie volgens vooroorlogse lijnen doorlopen.
* Locatie: De Centrale Markt in Amsterdam (het huidige Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was het kloppend hart van de voedseldistributie in de stad.
* Sociaal-economisch: De brief geeft inzicht in de macht van de 'grossiersorganisaties' en hoe de gemeente trachtte deze macht te beteugelen door middel van bureaucratische criteria (zoals de verplichte huur van een fysiek pakhuis).