Archief 745
Inventaris 745-362
Pagina 378
Dossier 75
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijke brief/concept (handschrift).

24 februari 1941.

Origineel

Ambtelijke brief/concept (handschrift). 24 februari 1941. (Linksboven:)
Ingebruikgeving
kantoren in de hal
der Centrale Markt
aan de Politie.

(Rechtsboven:)
A’dam, 24/2 1941
W. I. M.
~~27/2/41~~
66/7/157

(Inhoud:)
Aan het slot van mijn
brief van 21 November 1939 no. 96/12/5 M
deelde ik U mede, dat de Politie sedert
eenige weken een drietal kantoren in
de hal gebruikte voor opslag van uitrus-
tingstukken, leslokaal e.a. voor een
aantal manschappen, die dagelijks op de
Centrale Markt oefenden. Ik stelde U voor
hiervoor (aan de Politie) ~~f 15.-~~ per lokaal per maand in
rekening te brengen; uw machtiging hiervoor
heb ik echter tot nu toe niet ontvangen.

Het aantal lokaliteiten was
inmiddels uitgebreid tot vier en
thans verzoekt de Politie, haar nog
4 vier kantoren in gebruik te geven.
De thans in gebruik gegeven vier
kantoren liggen op de 3e verdieping van
de hal en de Politie heeft verzocht
de vier aangrenzende kantoren ~~hierbij te~~
~~doen aansluiten~~; hieraan kan echter
niet worden voldaan, omdat in de
betreffende lokaliteiten meubilair is
opgeslagen (op verzoek van den directeur der C.D.H. d.z. 4.2.46) ~~van de C.D.A., dat~~
~~bestemd is voor bewoners van Rotterdam~~ die in Mei 1940
zijn gevlucht.

(Marge links:)
(Op deze
verdieping
leegstaande
kamers)

Op de derde verdieping is dan ook
nog slechts één kantoor beschikbaar,
dat aansluit bij de vier, welke de Politie
thans in gebruik heeft. Het is echter
mogelijk de Politie tijdelijk te helpen - tot bovengenoemde kantoren vrijkomen -
met drie kantoren op de tweede ver-
dieping der hal.

De Politie-autoriteiten, die, voordat
men op de C. M. kwam, lokalen hadden
gehuurd in het Stadion, achten het logisch,
dat zij voor de thans op de C. M. in gebruik
genomen kantoren een vergoeding... Het document is een interne ambtelijke notitie of conceptbrief betreffende de huisvesting van de politie in de Centrale Markthallen te Amsterdam. De schrijver (geïnitieerd als W.I.M.) rapporteert over een lopende kwestie die al in 1939 begon. De politie gebruikt de ruimtes voor opslag van uitrusting en als leslokaal voor manschappen.

Er is sprake van een administratieve vertraging: een eerder voorstel uit 1939 om huur (f 15,- per maand per lokaal) te rekenen aan de politie is nog niet bekrachtigd door de ontvanger van de brief. Ondertussen is de behoefte van de politie gegroeid van drie naar acht kamers.

Een saillant detail in de tekst is de reden waarom bepaalde kamers op de derde verdieping niet beschikbaar zijn: deze staan vol met meubilair van Rotterdammers die na het bombardement van mei 1940 ("Mei 1940 zijn gevlucht") hun stad hebben verlaten. De schrijver stelt als alternatief voor om tijdelijk drie kamers op de tweede verdieping toe te wijzen. Dit document is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland, precies één dag voor het uitbreken van de Februaristaking (25 februari 1941). De verhoogde aanwezigheid en trainingsactiviteiten van de politie op de Centrale Markt (een strategisch belangrijk logistiek punt in de stad) passen in het tijdsbeeld van toenemende spanningen en noodzaak tot ordehandhaving door de autoriteiten.

De verwijzing naar meubilair van vluchtelingen uit Rotterdam illustreert de langdurige logistieke gevolgen van de inval in 1940. De Centrale Markthallen fungeerden in die tijd niet alleen als handelscentrum, maar blijkbaar ook als grootschalige opslaglocatie voor goederen van ontheemden. Het noemen van het 'Stadion' (Olympisch Stadion) als eerdere locatie van de politie onderstreept de voortdurende zoektocht naar geschikte kwartieren voor de groeiende politiemacht in de stad.

Samenvatting

Het document is een interne ambtelijke notitie of conceptbrief betreffende de huisvesting van de politie in de Centrale Markthallen te Amsterdam. De schrijver (geïnitieerd als W.I.M.) rapporteert over een lopende kwestie die al in 1939 begon. De politie gebruikt de ruimtes voor opslag van uitrusting en als leslokaal voor manschappen.

Er is sprake van een administratieve vertraging: een eerder voorstel uit 1939 om huur (f 15,- per maand per lokaal) te rekenen aan de politie is nog niet bekrachtigd door de ontvanger van de brief. Ondertussen is de behoefte van de politie gegroeid van drie naar acht kamers.

Een saillant detail in de tekst is de reden waarom bepaalde kamers op de derde verdieping niet beschikbaar zijn: deze staan vol met meubilair van Rotterdammers die na het bombardement van mei 1940 ("Mei 1940 zijn gevlucht") hun stad hebben verlaten. De schrijver stelt als alternatief voor om tijdelijk drie kamers op de tweede verdieping toe te wijzen.

Historische Context

Dit document is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland, precies één dag voor het uitbreken van de Februaristaking (25 februari 1941). De verhoogde aanwezigheid en trainingsactiviteiten van de politie op de Centrale Markt (een strategisch belangrijk logistiek punt in de stad) passen in het tijdsbeeld van toenemende spanningen en noodzaak tot ordehandhaving door de autoriteiten.

De verwijzing naar meubilair van vluchtelingen uit Rotterdam illustreert de langdurige logistieke gevolgen van de inval in 1940. De Centrale Markthallen fungeerden in die tijd niet alleen als handelscentrum, maar blijkbaar ook als grootschalige opslaglocatie voor goederen van ontheemden. Het noemen van het 'Stadion' (Olympisch Stadion) als eerdere locatie van de politie onderstreept de voortdurende zoektocht naar geschikte kwartieren voor de groeiende politiemacht in de stad.

Locaties

Amsterdam (A'dam).

Kooplieden in dit dossier 10

Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg en kroeskarper
Bot, andere dan Noordzeebot *0.15* [hs]
Edelkarper (levend) *0.45* [hs]
Grossiers en personeel f 642.-
A. Geboorte f. 9.600.-
P.H. Passchier " 4.160.-
Snoek en barbeel *0.12* [hs]
Voorn en kolblei beneden 20 cm en serpeling
M. Sicma *0.20* [hs]

Gerelateerde Documenten 6