Archiefdocument
Origineel
Periode van 29 maart tot 11 april 1941. Gedrukte tekst (linksboven in kader):
BIJBLAD VAN:
M. [handgeschreven: 66/8/1] No. [handgeschreven: 1941]
DOORGEZONDEN: [handgeschreven: 29/3-41.]
Handgeschreven tekst (rood, bovenaan):
Bolle opgeroepen per 15/4 '41
van de markt verdwenen
sedert 1 April jl. Heeft geen
handel meer; is bananenkoopman
fruit kan hij momenteel niet krijgen.
Handgeschreven tekst (donkere inkt, midden):
H. Bolle heeft gepacht
Heel vo.
Heeft gehuurd tot 1 april '41 - 50.-
m.i. verzoek inwilligen.
[Paraaf] 4/4-41
Handgeschreven tekst (rood, links diagonaal):
H. Bolle
S.v.p. bespreken
11/4
[Datum doorgestreept:] 10/4/41
UIT 10/4/41
Handgeschreven tekst (rood, linksonder):
Bolle
opgeroepen
bij mij
[Paraaf]
Gedrukte tekst (linksonder):
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016
Handgeschreven tekst (rechtsonder in cirkel):
(202.) * Betrokkene: De heer H. Bolle, een bananenkoopman die een standplaats op de markt pachtte of huurde.
* Kern van de zaak: Bolle is per 15 april 1941 "opgeroepen". Hoewel de exacte aard van de oproep niet expliciet wordt vermeld, duidt de context van 1941 vaak op tewerkstelling (Arbeitseinsatz) of een andere dwingende maatregel van de bezetter.
* Economische situatie: Er wordt expliciet vermeld dat hij "geen handel meer" heeft omdat hij momenteel geen fruit kan verkrijgen. Dit is een direct gevolg van de schaarste en de stagnerende import tijdens de oorlogsjaren.
* Besluitvorming: De ambtenaar adviseert om zijn verzoek in te willigen ("m.i. verzoek inwilligen"). Gezien de context van de huur die tot 1 april liep, gaat het waarschijnlijk om een verzoek tot beëindiging van de pacht of kwijtschelding van pachtpenningen nu hij zijn nering niet meer kan uitoefenen. Dit document biedt een blik op de ambtelijke afhandeling van persoonlijke nood tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In april 1941 was de druk op de bevolking groot; goederen zoals fruit waren schaars en de bureaucratie rondom markten was streng gereguleerd. Veel kleine zelfstandigen, waaronder veel Joodse Amsterdammers die vaak in de bananenhandel werkzaam waren, werden in deze periode uit hun beroep gedrukt of opgeroepen voor werkzaamheden elders. De droge, zakelijke toon van de notitie staat in schril contrast met de ingrijpende gevolgen die deze "oproeping" voor de heer Bolle moet hebben gehad. H. Bolle M. No