Ambtelijk advies/voorstel aan het college van Burgemeester en Wethouders (waarschijnlijk van de directie van de Centrale Markt).
Origineel
Ambtelijk advies/voorstel aan het college van Burgemeester en Wethouders (waarschijnlijk van de directie van de Centrale Markt). 7 november 1941. Kwijtschelding / marktgeld / Centrale Markt / t.n.v. S. Kloots
A’dam, 7/11 1941
W. b. M. [Wethouder bij Marktwezen?]
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat de grossier S. Kloots, Swammerdamstr. 51, die voor het kalenderjaar 1941 een plaats bezet in de hal op de Centrale Markt ad. f 500.- per kalenderjaar, op last van den Rijkscommissaris zijn zaak heeft moeten liquideeren (met ing. v. 1 Nov. 1941).
Hij verzocht thans hem kwijtschelding van het terzake nog verschuldigde marktgeld te verleenen. Kloots heeft zijn plaats na 20 Oct. j.l. niet meer bezet, zoodat er naar mijne meening aanleiding bestaat, zijn verzoek in te willigen. Het komt mij in het onderhavige geval billijk voor, dat Kloots een evenredig gedeelte van het kalenderjaar, d.w.z. derhalve 1/6 van het verschuldigde marktgeld wordt kwijtgescholden. Indien nl., zooals bij verzoeken tot kwijtschelding tot nu toe als regel gebruikelijk was, het marktgeld tegen het maandtarief zou worden berekend, zou Kloots hebben moeten betalen 10 maanden à 50.- = f 500.-, zoodat hij dan niet voor kwijtschelding in aanmerking zou komen.
Ik geef U beleefd in overweging te willen bevorderen, dat bij besluit van den Burgemeester, ingevolge het bepaalde in art. 10 van de Verord. op Heffing van marktgelden enz. op gronden van billijkheid, aan S. Kloots voornoemd kwijtschelding van marktgeld wordt verleend van 1/6 v f 500.- = f 83,33.
[Geparfeerd: AD]
Kantlijnen:
* (Links): Inzien bij hoofdadm.
* (Links): 1 dec. 41 afgehand. goedk. Burgem. [handtekening] Dit document is een ambtelijk voorstel om een deel van het verschuldigde marktgeld kwijt te schelden voor de grossier S. Kloots. De reden hiervoor is dat de ondernemer zijn bedrijf heeft moeten beëindigen ("liquideeren").
De ambtenaar rekent voor dat Kloots normaal gesproken het volledige jaarbedrag van 500 gulden zou moeten betalen, omdat het maandtarief (f 50,-) voor de gewerkte 10 maanden al gelijk is aan het jaartarief. Echter, "op gronden van billijkheid" stelt men voor om hem voor de laatste twee maanden van het jaar (1/6 deel) vrij te stellen van betaling, wat neerkomt op een bedrag van f 83,33. De burgemeester heeft dit voorstel op 1 december 1941 goedgekeurd. De historische context van dit document is zeer beladen. Het document dateert uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De passage "op last van den Rijkscommissaris zijn zaak heeft moeten liquideeren" is een directe verwijzing naar de anti-Joodse maatregelen van de nazi's.
De Rijkscommissaris (Arthur Seyss-Inquart) vaardigde verordeningen uit (zoals VO 48/1941) die de "Arisering" van de economie tot doel hadden. Joodse ondernemers werden gedwongen hun bedrijf te liquideren of over te dragen aan niet-Joodse "Verwalters". De heer S. Kloots (Salomon Kloots) woonde in de Swammerdamstraat, een straat in de toenmalige Jodenbuurt. Dit document is een administratief overblijfsel van de systematische uitsluiting en beroving van Joodse burgers uit het economische leven in Amsterdam. Hoewel de ambtenaar spreekt over "billijkheid" bij de kwijtschelding, is de onderliggende oorzaak de gedwongen stopzetting van het bedrijf door de bezetter. S. Kloots Marktwezen