Officiële brief/kennisgeving van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële brief/kennisgeving van de Gemeente Amsterdam. De Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). $N\underline{o}$ 66/19/4 M. 1941 $\frac{10}{11}$ Marktk.
L.M.
1049 -1941-
15 November 1941.
[Handgeschreven aantekeningen/parafen:]
nu. [onleesbaar]
H Müller
Th Boverie
Ik deel U mede te hebben besloten U op
gronden van billijkheid kwijtschelding van markt-
geld te verleenen tot een bedrag groot $f$ 83.33.
vM
De Burgemeester van Amsterdam,
(get.) Voûte
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
den heer S. Kloots,
Swammerdamstraat 51,
A_L_H_I_E_R(O). * Inhoud: De brief informeert de heer S. Kloots dat de gemeente heeft besloten hem een bedrag van 83,33 gulden aan marktgeld kwijt te schelden. Als reden wordt "gronden van billijkheid" opgegeven, wat duidt op een coulantieregeling vanwege specifieke (financiële of persoonlijke) omstandigheden van de ontvanger.
* Administratieve sporen: De afkorting "Marktk." bovenin verwijst waarschijnlijk naar het Marktkantoor. De handgeschreven namen rechtsboven (Müller, Boverie) zijn vermoedelijk parafen van ambtenaren die de beslissing hebben verwerkt of gecontroleerd. De aanduiding "vM" onder de hoofdtekst zijn de initialen van de typist(e).
* Vorm: Het betreft een doorslag of een afschrift van een besluit, aangezien de handtekeningen voorafgegaan worden door "(get.)", wat staat voor "getekend" (in het origineel). * Historische periode: Het document dateert uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Amsterdam stond op dat moment onder het bestuur van de pro-Duitse burgemeester Edward Voûte.
* Lokaal bestuur: Hoewel de bezetter de macht had, bleef het dagelijks gemeentelijk apparaat grotendeels functioneren volgens bestaande bureaucratische lijnen. Kwijtscheldingen zoals deze waren onderdeel van de reguliere sociale en economische zorg van de stad, ook in oorlogstijd.
* Locatie: De Swammerdamstraat 51 ligt in de Oosterparkbuurt (Amsterdam-Oost). Dit was een buurt met in die tijd veel Joodse bewoners en marktkooplieden. Gezien de datum en de aard van de brief (marktgeld) is het aannemelijk dat de heer Kloots een marktkoopman was die door de oorlogsomstandigheden of de anti-Joodse maatregelen in de problemen was gekomen, al geeft de brief daarover geen expliciete details.