Getypte brief (doorslag/kopie) met handgeschreven kanttekening.
Origineel
Getypte brief (doorslag/kopie) met handgeschreven kanttekening. 17 april 1941. De Directeur (van de Centrale Markt Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. D/HG. Extra [handgeschreven]
77/11/3 M.
1 17 April 1941.
Straf kooper J.H. Meijning
Centrale Markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een op 7 April jl. door den contrôleur B. Felthuis van mijn dienst opgemaakt rapport, waaruit blijkt, dat J.H. Meijning, venter, wonende Westerstraat 28, wien als kooper toegang tot de Centrale Markt is verleend, zich aldaar heeft schuldig gemaakt aan diefstal van een kist selderie, toebehoorende aan den kooper T. Wijland. Terzake van dit feit is proces-verbaal opgemaakt, terwijl Meijning voornoemd, ingevolge het bepaalde in artikel 35 lid 1 van het Reglement op de Centrale Markt, dezerzijds is gestraft met ontneming van het recht van toegang tot die markt voor den tijd van 14 dagen, namelijk van 10 tot en met 23 April 1941.
Ik ben van meening, dat Meijning voor het begaan van bovenvermeldendiefstal voor langeren tijd van de Centrale Markt moet worden uitgesloten en ik geef U mitsdien beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat Meijning, in aansluiting op mijn straf, overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid van bovenaangehaald artikel, door den Regeringscommissaris voor Amsterdam wordt gestraft met ontneming van het bedoelde recht voor den tijd van zes maanden, zulks met ingang van 24 April a.s. Meijning voornoemd heeft zich tevoren op de Centrale Markt niet aan een strafbaar feit schuldig gemaakt.
De Directeur, Het betreft een ambtelijke correspondentie waarin de Directeur van de Centrale Markt rapporteert over een vergrijp door een marktkoopman (een 'venter'). De kern van de zaak is de diefstal van een "kist selderie" door J.H. Meijning ten nadele van een andere koper, T. Wijland.
De brief illustreert de gelaagde strafmaatregelen binnen de marktorganisatie:
1. Directe straf: De directie heeft Meijning reeds voor 14 dagen geschorst op basis van artikel 35 lid 1 van het marktreglement.
2. Verzwaarde straf: De Directeur acht deze straf onvoldoende en verzoekt de Wethouder om een uitsluiting van zes maanden te bewerkstelligen via de Regeringscommissaris (artikel 35 lid 2).
Opvallend is de vermelding dat de verdachte geen eerdere overtredingen op zijn naam had staan, maar dat de ernst van de diefstal desondanks een zware uitsluiting rechtvaardigt. Dit document stamt uit april 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De context van schaarste en distributie is hier cruciaal: de Centrale Markt in Amsterdam was de spil in de voedselvoorziening. Diefstal van levensmiddelen werd in deze periode zeer hoog opgenomen.
De term "Regeringscommissaris voor Amsterdam" in de tekst verwijst naar de bestuurlijke verandering die de bezetter had doorgevoerd. In maart 1941, kort na de Februaristaking, was de Amsterdamse gemeenteraad ontbonden en het college van B&W naar huis gestuurd. Edward Voûte werd aangesteld als regeringscommissaris (fungerend burgemeester), waardoor de democratische controle was vervangen door een autoritaire structuur onder toezicht van de bezetter. De Wethouder voor de Levensmiddelen fungeerde in dit systeem als een gedelegeerd bestuurder.