Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen en parafen.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen en parafen. 26 mei 1941. De Directeur van de Centrale Markt Amsterdam (ondertekening ontbreekt, maar functie is getypt). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier"). [Handgeschreven, rechtsboven:] M Pravis [?]
[Handgeschreven, diagonaal over kenmerk:] Verzonden 26/5
D/HG.
77/17/3 M.
1
26 Mei 1941.
Straf personeel van
kooper Centrale Markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
[Handgeschreven in de linker marge:]
J Heyl [?]
J v.d. [?]
drie
p. snerlijk. T [?]
In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een op 19 Mei jl. door den contrôleur Felthuis van mijn dienst opgemaakt rapport, waaruit blijkt, dat H.Pelser, Borgerstraat 43 II, wien als personeel van den kooper A.H.Veraart, toegang tot de Centrale Markt is verleend, zich op de Centrale Markt heeft schuldig gemaakt aan diefstal van twee ledige kisten ten nadeele van den kooper F.J.Kaan.
Terzake van dit feit wordt proces-verbaal opgemaakt, terwijl ik Pelser voornoemd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 35 lid 1 van het Reglement op de Centrale Markt, heb gestraft met ontneming van het recht van toegang tot die markt voor den tijd van 14 dagen, namelijk van 21 Mei tot en met 3 Juni a.s.
Ik geef U beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat Pelser voornoemd, overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid van bovenaangehaald artikel, door den Regeringscommissaris voor Amsterdam wordt gestraft met ontneming van het recht van toegang tot de Centrale Markt voor den tijd van zes maanden, zulks met ingang van 4 Juni a.s. Voor de goede orde voeg ik hieraan nog toe, dat Pelser zich tevoren niet aan een strafbaar feit op de Centrale Markt heeft schuldig gemaakt.
De Directeur,
[Handgeschreven onderaan:]
De betrokkene wenscht van deze diefstal geen aangifte bij de Politie te doen; overeenkomstig het bepaalde bij de [onleesbaar] In deze brief rapporteert de directeur van de Centrale Markt in Amsterdam aan de wethouder over een diefstal gepleegd door een medewerker van een marktkoopman. De dader, H. Pelser, heeft twee lege kisten gestolen van een andere koopman (F.J. Kaan).
De directeur heeft reeds een disciplinaire straf opgelegd van twee weken toegangsontzegging tot de markt. Hij stelt echter voor om deze straf aanzienlijk te verzwaren naar zes maanden. Opvallend is dat de eigenaar van de kisten blijkbaar geen officiële aangifte bij de politie wilde doen (zoals vermeld in de handgeschreven krabbel onderaan), maar dat de marktadministratie desondanks een zware administratieve straf voorstelt om de orde op de markt te handhaven. Het document dateert van mei 1941, een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De bestuurlijke structuur van Amsterdam was in deze periode aan verandering onderhevig. De brief vermeldt de "Regeringscommissaris voor Amsterdam". Dit was Edward Voûte, die door de bezetter was aangesteld nadat de gemeenteraad en het college van B&W buitenspel waren gezet (na de Februaristaking van 1941).
De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center aan de Jan van Galenstraat) was een vitaal onderdeel van de voedselvoorziening in de stad. Tijdens de oorlog was strikte controle op goederen en discipline onder het personeel essentieel vanwege de toenemende schaarste en de distributieregels. Een diefstal van "ledige kisten" lijkt wellicht triviaal, maar emballage was in oorlogstijd schaars en kostbaar, wat de zware voorgestelde straf van zes maanden uitsluiting verklaart.