Brief/Ambtelijk schrijven
Origineel
Brief/Ambtelijk schrijven 19 juni 1941 De Directeur (van de Centrale Markt) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam) [Handgeschreven in potlood/blauw:] extra
VB/HG.
77/20/3 M.
1
19 Juni 1941.
Straf expediteur J.S.v.Delft
Centrale Markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een op 10 Juni jl. door den contrôleur J.P.M.Boon van mijn dienst opgemaakt rapport, waaruit blijkt, dat J.S.van Delft, wonende Nicolaas Beetsstraat 60 III, alhier, wien als expediteur toegang tot de Centrale Markt is verleend, zich aldaar heeft schuldig gemaakt aan diefstal van ledige kisten, toebehoorende aan den grossier J.Franken. Terzake van dit feit is proces-verbaal opgemaakt, terwijl Van Delft voornoemd, ingevolge het bepaalde in artikel 35 lid 1 van het Reglement op de Centrale Markt, dezerzijds is gestraft met ontneming van het recht van toegang tot die markt voor den tijd van 14 dagen namelijk van 16 tot en met 29 Juni a.s.
Ik ben van meening, dat Van Delft in verband met den door hem gepleegden diefstal voor langeren tijd van de Centrale Markt moet worden geweerd en ik geef U mitsdien beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat Van Delft, in aansluiting op mijn straf, overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid van bovenaangehaald artikel, door den Regeringscommissaris voor Amsterdam wordt gestraft met ontneming van het bedoelde recht voor den tijd van 6 maanden, zulks met ingang van 30 Juni a.s.
Van Delft voornoemd heeft zich tevoren op de Centrale Markt niet aan een strafbaar feit schuldig gemaakt.
De Directeur, Deze brief van de directeur van de Centrale Markt in Amsterdam aan de Wethouder voor de Levensmiddelen betreft een strafmaatregel tegen een expediteur. J.S. van Delft, woonachtig in de Nicolaas Beetsstraat, is op 10 juni 1941 betrapt op de diefstal van lege kisten van grossier J. Franken.
De directeur heeft Van Delft reeds een directe schorsing opgelegd van 14 dagen (van 16 tot 29 juni). Hij acht deze straf echter onvoldoende gezien de aard van het vergrijp (diefstal). Daarom stelt hij de wethouder voor om bij de Regeringscommissaris van Amsterdam aan te dringen op een veel zwaardere sanctie: een toegangsverbod voor de duur van zes maanden, ingaande op 30 juni. Opvallend is dat de directeur vermeldt dat de man niet eerder de fout in is gegaan op de markt, maar desondanks aandringt op deze zware straf. Het document dateert van juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De context van de bezetting is cruciaal voor het begrijpen van de bestuurlijke termen.
- Regeringscommissaris: In maart 1941, na de Februaristaking, had de Duitse bezetter het democratisch gekozen Amsterdamse gemeentebestuur en de gemeenteraad ontbonden. Er werd een Regeringscommissaris (Edward Voûte) aangesteld die de bevoegdheden van de burgemeester en de raad overnam. De 'Wethouders' fungeerden in deze periode feitelijk als hoofden van dienst onder direct gezag van de Regeringscommissaris.
- Centrale Markt: De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center aan de Jan van Galenstraat) was de spil in de voedselvoorziening van de stad. Tijdens de oorlog, met toenemende schaarste en distributie, werd er streng toegezien op de orde en eerlijkheid op de markt. Diefstal van emballage (zoals de genoemde lege kisten) was een serieus vergrijp omdat materialen schaars waren en het de logistiek van de voedselketen verstoorde.
- Strafmaat: De voorgestelde straf van zes maanden uitsluiting was zeer zwaar voor een expediteur, aangezien dit hem feitelijk voor lange tijd zijn inkomen ontnam. Dit weerspiegelt de harde hand van het gezag tijdens de bezettingsjaren.