Proces-verbaal van politie/marktwezen.
Origineel
Proces-verbaal van politie/marktwezen. 9 en 10 juni 1941 (geregistreerd op 24 juni 1941). [Stempel/Aantekening linksboven:] Gezien [Paraaf]
PRO JUSTITIA.
Marktwezen No.
POLITIE TE AMSTERDAM.
2e sectie 2e afdeeling.
No.
[Rechtsboven:] Nº 77/20/4 M. 1941 24/6
PROCES-VERBAAL.
Onderwerp:
Proces-verbaal contra Jacobus Simon van Delft, geboren 16 October 1886 te Amsterdam, los-werkman, wonende Nicolaas Beetsstraat 60 III te Amsterdam-West, verdacht van diefstal van 14 ledige kisten, gepleegd op 9 Juni 1941 op de Centrale Markt te Amsterdam, waarvan 6 ten nadeele van Johannes Franken, grossier in groenten, oud 45 jaar en wonende Jacob van Lennepkade 143 huis te Amsterdam-West.
Op Maandag 9 Juni 1941, des namiddags omstreeks 6.30 uur werd mij, ondergetekende, Jacob Pieter Nicolaas Boon, ambtenaar bij het Marktwezen te Amsterdam, tevens onbesoldigd veldwachter dezer gemeente, dienstdoende op de Centrale Markt, aan de Jan van Galenstraat alhier, door een grossier in groenten, die mij desgevraagd opgaf genaamd te zijn: Johannes Franken, oud 45 jaar, grossier in groenten, gevestigd Centrale Markt Pier D No.1 en wonende Jacob van Lennepkade 143 huis te Amsterdam-West het navolgende medegedeeld, waarvan tevens aangifte geschiedde: "Hedenmiddag 9 Juni 1941 omstreeks vijf uur werd er aan de zijkant van mijn pakhuis gelegen op pier D No.1, een kleine handkar bij een stapel kisten, die ik daar regelmatig heb staan, neergezet, door een mij van aanzien bekend persoon. Ik constateerde even later, dat er van voornoemde stapel, bestaande uit 15 kisten (afkomstig van de veiling te Delft) 6 kisten verdwenen waren en dat deze zich bevonden in voornoemde handkar. Daar ik geen kwaad vermoedde, omdat ik dacht, dat de persoon, die de kar aldaar geplaatst had, dit had gedaan om zijn handkar buiten het parkeerterrein neer te zetten, schonk ik verder geen aandacht aan deze zaak. Omstreeks 6 uur, toen ik mijn pakhuis verliet en zooals mijn gewoonte is, nog even langs mijn stal met handel liep, constateerde ik, dat voornoemde handkar met de daarin aanwezige kisten, verdwenen was. Ik vermoed, dat ik bestolen ben, reden waarom ik U er van in kennis stel. Waar de handkar met kisten gebleven is, weet ik niet. Ik verzoek U een onderzoek te willen doen en mocht hierbij blijken, dat de kisten zijn gestolen, tegen den dader een strafrechtelijke vervolging in te stellen. Na voorlezing volhardt hij bij deze verklaring en teekent deze met mij."
[Handtekening/Paraaf J.P.N. Boon] [Handtekening: JFranken]
Ik, verbalisant, ben met Franken het terrein der Centrale Markt gaan afzoeken en heb de handkar met de daarop de ontvreemde kisten achter op het terrein der Centrale Markt teruggevonden.
Op Dinsdag 10 Juni 1941, des voormiddags te ongeveer 6 uur zag ik, verbalisant, een persoon, die zich op verdachte wijze bij vorengenoemde handkar ophield en zich kort daarna weer verwijderde.
Omstreeks 7 uur haalde hij de handkar met kisten weg en plaatste deze op de hoofdweg der Centrale Markt, nabij de hal, waarna hij heenging en een bakfiets, beladen met ledige kisten, die op dienzelfden weg stond, er naast zette. Van deze bakfiets nam hij eenige kisten af en plaatste dezen bij de kisten, die hij reeds op zijn handkar had staan. Daarna begaf hij zich met de kar en kisten naar Pier C der Centrale Markt, op welke pier gevestigd is de Centrale ontvangplaats van ledig fust. Dit ledige fust wordt door Barend van Dijk en zijn personeel tegen vergoeding van eenige centen per kist ingenomen. Van Dijk, die inmiddels door mij, verbalisant, gewaarschuwd was, ontving het ledig fust, bestaande uit 8 kisten van de veiling te Delft en 6 platte kisten van diverse veilingen en liet daarvoor een bon uitschrijven. De verdachte gaf op, dat hij het ledige fust kwam inleveren voor eene Van der Jagt, waarop Van Dijk hem antwoordde, dat Van der Jagt dan zelf maar moest komen om het geld (f 11,32) te halen.
Ik, verbalisant, hield verdachte staande; desgevraagd gaf hij op genaamd te zijn: Jacobus Simon van Delft, geboren 16 October 1886 te Amsterdam, los-werkman, wonende Nicolaas Beetsstraat 60 III te Amsterdam-West en mij het navolgende verklaarde: "Zooals U bekend is, breng ik regelmatig handkarren en bakfietsen voor verschillende koopers op het terrein der Centrale Markt. Op Maandag 9 Juni 1941 kwam ik omstreeks 4.30 uur namiddag met een ledige handkar op het terrein der Centrale Markt en heb daarop eenige ledige kisten, die ik op het terrein had staan, geplaatst. Daarna ben ik heen gegaan en heb de handkar met kisten neergezet op de zijkant van Pier D, nabij een stapel ledige kisten. Van deze stapel heb ik er 6 afgenomen en deze ook op mijn handkar gezet. Kort daarna heb ik... * Incident: Diefstal van 14 lege veilingkisten (6 van de firma Franken en 8 van onbekende herkomst).
* Modus Operandi: De verdachte, een los-werkman die vaker op de markt werkt, plaatst een handkar bij een stapel kisten, voegt daar gestolen kisten aan toe, en laat de kar een nacht staan ("koudzetten") om ze de volgende ochtend in te leveren bij de centrale fust-ontvangst voor contant geld.
* Financieel belang: Het bedrag waarvoor de kisten werden ingeleverd was f 11,32 (gulden).
* Observatie: De verbalisant (Boon) heeft de verdachte geobserveerd nadat de gestolen goederen de avond ervoor waren teruggevonden, om hem op heterdaad te kunnen betrappen bij het verzilveren van de buit. Dit document stamt uit juni 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel het een regulier proces-verbaal van diefstal betreft, weerspiegelt het de dagelijkse gang van zaken op de Centrale Markt in Amsterdam (de huidige Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat). De Centrale Markt was essentieel voor de voedselvoorziening van de stad. Diefstal van "ledig fust" (emballage) kwam veelvuldig voor, omdat deze kisten een vaste statiegeldwaarde hadden en makkelijk te verhandelen waren in tijden van toenemende schaarste en economische nood. De functie "onbesoldigd veldwachter" duidt op een ambtenaar die politietaken mocht uitvoeren zonder daarvoor een extra salaris te ontvangen vanuit het politiekorps zelf.