Getypte verklaring/proces-verbaal (pagina 2).
Origineel
Getypte verklaring/proces-verbaal (pagina 2). Juni 1941 (specifieke verhoren op 10, 16 en 17 juni). -2-
voornoemde kar met kisten verplaatst, met de bedoeling, deze den volgenden ochtend te gaan inleveren bij Barend van Dijk. Ik geef toe, dat ik 6 kisten ontvreemd heb van de stapel, die aan de zijkant van pakhuis No. 1 Pier D stond, doch blijf volhouden, dat de andere kisten, die ik op mijn handkar had en bij Van Dijk heb ingeleverd, van Van der Jagt zijn. Ik heb deze diefstal gepleegd, omdat ik van het geld, dat ik met kruien verdien mijn gezin niet kan onderhouden, daar ik een ziekelijke vrouw en dochter heb en alleen voor alles moet zorgen."
Het was mij, verbalisant, opgevallen, dat Van Delft steeds met eenige ledige kisten aan kwam en deze dan zoolang achter het hek der Centrale Markt neerzette, doch daar hij voor verschillende koopers kruierswerk verrichtte, beschouwde ik dat als een gewone zaak. Van Delft verklaarde mij, verbalisant, betreffende deze kisten als volgt: "De kisten, die ik regelmatig achter het hek der Centrale Markt plaatste, waren door mij gevonden en werden door mij bij Barend van Dijk ingeleverd. Het geld, dat ik hiervoor ontving, behield ik".
Ik, verbalisant, vroeg Van Delft of hij dan niet wist, dat voorwerpen, die op de Centrale Markt gevonden worden, bij één van de ambtenaren moesten worden gedeponeerd, doch hij gaf mij daarop een ontwijkend antwoord.
Hierna heb ik, verbalisant, met Van Delft mij begeven naar pier C en aldaar gehoord Barend van Dijk, oud 49 jaar, houder van een kistencentrale, gevestigd Centrale Markt en wonende Da Costakade 200 te Amsterdam, die mij verbalisant, het navolgende verklaarde: "De persoon, die U mij vertoont (ik, verbalisant, vertoon aan Van Dijk: verdachte Van Delft), herken ik als denzelfden, die hedenmorgen bij mij ledig fust heeft ingeleverd en wel 8 kisten van de veiling Delft en omstreken en 6 platte kisten van diverse veilingen. Deze persoon leverde regelmatig ledige kisten bij mij in en steeds op een anderen naam en daar ik van U bericht had gekregen, dat er weer kisten gestolen waren, heb ik, zooals U gezien hebt, hem wel een bon afgegeven, doch hem niets uitbetaald. Ik heb hem gezegd, dat Van der Jagt zelf maar om het geld moest komen. Ik blijf bij mijn verklaring, dat deze persoon (hij wijst op Van Delft) alle dagen ledig fust kwam inleveren.
Op Dinsdag 10 Juni 1941 hoorde ik, verbalisant, den voornoemden grossier Johannes Franken, die, nadat ik hem ervan in kennis had gesteld, dat ik den dader had aangehouden en dezen hem toonde, verklaarde: "Ik heb aan dezen persoon geen toestemming gegeven om de 6 kisten, waarvan ik reeds aangifte deed, weg te nemen, noch daar op een andere wijze over te beschikken. Door deze handeling ben ik benadeeld voor f 6,--. De kisten, welke U mij vertoont (ik, verbalisant, vertoon aan Franken de 6 Delftsche kisten), welke ik, verbalisant, bij Barend van Dijk inbeslag genomen heb, herken ik als dezelfde kisten, welke op zij van mijn pakhuis ontvreemd zijn."
Op Maandag 16 Juni 1941 hoorde ik, verbalisant, den groentenboer Willem van der Jagt, oud 42 jaar, wonende Beukenplein no. 2 te Amsterdam-Oost, die, nadat ik hem in kennis had gesteld met de handelingen door Van Delft gepleegd, het navolgende verklaarde: "Sinds eenige jaren brengt Van Delft de driewieler voor mij naar de Centrale Markt. Ik heb hem nooit opdracht gegeven ledig fust voor mij in te leveren en zoover ik na kan gaan heeft hij nooit iets van mijn ledig fust ontvreemd. Ik hoor er dan van op, dat Van Delft zooiets heeft gedaan, doch nu begrijp ik, waarom hij niet meer is gekomen om mijn driewieler naar de Centrale Markt te brengen."
Op Dinsdag 17 Juni 1941 hoorde ik, verbalisant, Louis Piller, koopman oud 39 jaar en wonende Nieuwe Kerkstraat 38 huis, te Amsterdam-Centrum, die, nadat ik hem van het voorgevallene in kennis had gesteld, als volgt verklaarde: "De kruier Van Delft, brengt regelmatig voor mij de driewieler naar de Centrale Markt en ingeval ik het druk heb, heeft hij ook wel ledig fust voor mij bij Barend van Dijk ingeleverd, doch op Dinsdag 10 Juni 1941 had ik hem geen opdracht gegeven ledig fust voor mij in te leveren. Daar ik van U vernomen heb, dat hij van mijn driewieler kisten heeft overgeladen op een handkar, kan ik U mededeelen, dat de kisten, die ik op mijn driewieler had staan allen nog aanwezig waren, toen ik bij mijn driewieler kwam. Ik kan niet begrijpen, dat Van Delft kisten van mijn driewieler heeft afgenomen, daar ik niets vermis."
Op Dinsdag 17 Juni 1941 hoorde ik, verbalisant, nogmaals de verdachte Van Delft en nadat ik hem had medegedeeld, dat de kisten door hem bij Van Dijk ingeleverd op naam van Van der Jagt gelogen was, wat uit het door mij, verbalisant, ingestelde onderzoek gebleken was, verklaarde hij als volgt: "Nu er uit het door U ingestelde onderzoek gebleken is, dat ik nooit ledig fust voor Van der Jagt moest inleveren en dat toch heb gedaan, zal ik U nu de volledige waarheid vertellen. De kisten, die ik regelmatig op verschillende namen bij Barend van Dijk heb ingeleverd, waren door mij ontvreemd op het terrein der Centrale Markt. De veertien kisten, die ik op de kar had, toen ik door U werd staande gehouden, heb ik * Misdrijf: Seriematige diefstal en verduistering van emballage (leeg fust/veilingkisten). De verdachte, een kruier genaamd Van Delft, stal kisten van verschillende handelaren op de Centrale Markt in Amsterdam en verkocht deze aan een kistencentrale.
* Modus Operandi: De verdachte maakte gebruik van zijn vertrouwenspositie als kruier (transporteur met handkar/driewieler). Hij leverde de gestolen kisten in bij Barend van Dijk onder valse namen (zoals die van zijn opdrachtgever Van der Jagt) om de herkomst te maskeren.
* Motief: De verdachte voert armoede aan als verzachtende omstandigheid; hij kon zijn gezin (met een zieke vrouw en dochter) niet onderhouden van enkel zijn inkomsten als kruier.
* Bewijsvoering: De verbalisant (politieagent) heeft de verdachte op heterdaad betracht of gevolgd, getuigen verhoord (de heler/opkoper Van Dijk en de gedupeerde handelaren Franken, Van der Jagt en Piller) en de verdachte uiteindelijk tot een volledige bekentenis gedwongen. * Tijdsgeest: Het document dateert uit juni 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog.
* Economie: Hoewel er geen directe verwijzing naar de oorlog is, duidt de diefstal van relatief goedkope zaken als houten veilingkisten (met een waarde van f 6,-- voor 6 stuks) op de toenemende schaarste en economische druk onder de Amsterdamse arbeidersklasse.
* Locatie: De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat waren het logistieke hart van de voedselvoorziening in Amsterdam. Het feit dat kruiers met handkarren en driewielers werkten, was typerend voor het kleinschalige transport in die tijd.
* Taalgebruik: Het document is opgesteld in de toen gangbare ambtelijke rechtstaal (bijv. "verbalisant", "ledig fust", "ontvreemd").