Getypte ambtelijke correspondentie / adviesbrief.
Origineel
Getypte ambtelijke correspondentie / adviesbrief. 30 oktober 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of de betreffende gemeentelijke dienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. 77/34/3 M
1
[Handgeschreven: Verzonden / paraaf]
D/G.
30 October 1941.
Straf kooper H.C.Wellerdieck
Centrale Markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 15 dezer om advies ontvangen stuk no.53/11 L.M.1941 heb ik de eer U te berichten, dat adressant bij besluit van den Regeeringscommissaris voor Amsterdam d.d. 15 Augustus jl. no. 53/11 L.M.1941 wegens diefstal voor den tyd van vier maanden den toegang tot de Centrale Markt is ontnomen; deze straf loopt op 16 December a.s. af. Aan het slot van myn desbetreffend voorstel d.d. 1 Augustus jl. no.77/34/3 M vermeldde ik, dat tegen Wellerdieck in Januari jl. proces-verbaal werd opgemaakt, eveneens wegens diefstal; wegens gebrek aan bewys kon hy toen niet van de Centrale Markt worden uitgesloten; ik kan U thans mededeelen, dat de Rechter hem terzake van dit feit heeft veroordeeld tot ƒ 20,- boete, zoodat zyn schuld thans vaststaat. Ingevolge dangedragslyn, neergelegd in Uw brief d.d.12 Augustus jl. no. 53/16 L.M.had Wellerdieck derhalve voor den door hem op 30 Juli jl. gepleegden diefstal, voor onbepaalden tyd de toegang tot de Centrale Markt moeten worden ontnomen.
Gelet op het bovenstaande en op den ernst van den op 30 Juli jl. gepleegden diefstal bestaat er mynerzyds geen aanleiding U te adviseeren tot vermindering van de terzake opgelegde straf over te gaan.
Ik voeg hieraan nog toe, dat adressant ongehuwd is en by zyn ouders inwoont.
De Directeur, Dit document is een ambtelijk advies over een verzoek tot strafvermindering (gratie of herziening) van een marktkoopman genaamd H.C. Wellerdieck. De man was voor vier maanden verbannen van de Centrale Markt wegens een diefstal op 30 juli 1941.
De directeur van de markt adviseert de wethouder negatief over dit verzoek. De argumentatie is tweeledig:
1. Recidive/bevestigde schuld: Een eerdere verdenking van diefstal uit januari 1941, waarvoor destijds onvoldoende bewijs was, heeft inmiddels geleid tot een veroordeling door de rechter. Hierdoor staat vast dat de man vaker heeft gestolen.
2. Strenge gedragslijn: Volgens de vigerende regels (de "gedragslyn") had de man voor de diefstal in juli eigenlijk zelfs voor onbepaalde tijd verbannen moeten worden in plaats van slechts vier maanden.
De brief eindigt met een sociale notitie dat de man ongehuwd is en bij zijn ouders woont, wat suggereert dat er geen direct afhankelijk gezin (vrouw en kinderen) is dat door zijn werkverbod in acute nood komt. Het document dateert uit oktober 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De bestuurlijke structuur van Amsterdam was in deze periode aangepast: de brief is gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen, maar refereert aan een besluit van de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam". Dit was Edward Voûte, die door de bezetter was aangesteld nadat de gemeenteraad en het college van B&W buitenspel waren gezet.
De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was cruciaal voor de voedselvoorziening van de stad. In tijden van schaarste en rantsoenering werd diefstal van levensmiddelen zeer zwaar opgenomen. De afkorting "L.M." in de dossiernummers staat hoogstwaarschijnlijk voor "Levensmiddelen".