Archief 745
Inventaris 745-364
Pagina 183
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Proces-verbaal / Rapport van onderzoek

Origineel

Proces-verbaal / Rapport van onderzoek № 77/33/M.1941 1/8
RAPPORT

Op Zaterda 9 Augustus 1941,werd mij,ondergeteeken^kende controleur,door den heer du Maine,lid van de Combinatie van Aardappelengrossiers,medegedeeld,dat P.J.Koekenbier.Jr,oud 30 jaar,personeel bij genoemde Combinatie en wonende Jhon Franklinstraat 30 alhier,zich op Woensdag 6 Augustus j.l zou hebben schuldig gemaakt aan verduistering van 4½ ~~H.L~~ mud aardappelen,ten nadeele van het Wilhelmina Gasthuis.Naar aanleiding van deze mededeeling hoorde ik J.Boorsma,oud 50 jaar,wonende le Jan van der Heijdenstraat 14 alhier,die de expeditie van aardappelen voor de Combinatie verzorgt.Deze verklaarde mij, op Woensdag 6 Augustus aan Koekenbier.Jr opdracht te hebben gegeven om 60 H.L. aardappelen (120 zak) te bezorgen aan het Wilhelmina Gasthuis alhier ten behoeve van deze inrichting,terwijl hij hem tevens als helpers had mede gegeven:Willem van Wijland,oud 16 jaar,personeel bij de Combinatie,wonende Warmondstraat 136 huis en Antoon van der Bilt,oud 25 jaar,personeel bij de Combinatie en wonende Bestevaerstraat 174 alhier.Boorsma verklaarde voorts, dat hij aan Koekenbier.Jr een ontvangst bewijs voor aardappelen van den Centralen Dienst van Levensmiddelen en Voedselvoorziening had medegegeven, op welk bewijs het te bezorgen aantal H.L.'s vermeld stond.Dit bewijs had hij later van Koekenbier.Jr,doch nu geteekend door C,Heukers,personeel van het Wilhelmina ~asthuis,terug ontvangen.Ten behoeve van het onderzoek.heb ik,rapporteur,dit bewijs hetwelk genummerd bleek te zijn met 4328,van Boorsma in beslaggenomen.Voorts kwam mij rapporteur,ter oore,dat dit geval was bekend gemaakt door genoemden Wijland.Deze verklaarde mij als volgt:
'Op Woensdag 6 Augustus j.l,kreeg ik van Boorsma opdracht om met Koekenbier en van der Bilt mee te gaan om 60 h.l.aardappelen te bezorgen aan het Wilhel- mina Gasthuis alhier.Toen wij daar eenmaal met het lossen bezig waren(de aardappelen werden door ons gestort)deelde van der Bilt met wien ik op de vrachtauto stond mij mede,dat er 9 zakken aardappelen op de wagen moesten blijven staan.Waar ik bij het laden der vrachtauto tegenwoordig was geweest en dus wist,dat de geheele lading voor het Wilhelmina Gasthuis bestemd was, kwam de mededeeling van van der Bilt mij verdacht voor.Op dit moment wist ik echter niet precies hoe ik moest handelen en heb toen de zaak op zijn beloop gelaten.Toen wij met het lossen aan het Wilhelmina Gasthuis klaar waren zijn wij met de vrachtauto naar de Fred:Hendrikstraat gereden en heb- ben aldaar in perceel 60 huis,de 9 zakken aardappelen gelost.Op genoemd adres woont de vader van Koekenbier,die op het ~~zelfde~~ moment dat wij daar waren niet thuis was.Bij het lossen is Koekenbier.Jr toen als volgt te werk gegaan.Hij verzocht aan de bewoonster van perceel 58 huis om aande achterzijde van huis over het hek te mogen klimmen om zoodoende in de woning van zijn vader te kunnen komen.Deze toestemming werd hem inderdaad ver- leend.Toen Koekenbier.Jr eenmaal in huis was heeft hij aan de straatzijde een raam opengeschoven en hebben wij de aardappelen in de voorkamer neerge- zet,waarna wij ons weer naar de Centrale Markt hebben begeven.Dien zelfden avond heb ik thuis het heele geval aan mijn vader verteld.Deze is grossier in aardappelen en eveneens aangesloten bij de Combinatie,en heeft toen blijk baar de Combinatie hiervan in kennis gesteld.Op welke wijze Koekenbier en/ of van der Bilt kans hebben gezien de 9 zakken aardappelen achter te hou- den is mij niet bekend.Evenmin zou ik U kunnen verklaren waar de aardappel- en later gebleven zijn.Ik kan U echter wel vertellen,dat ik met het geval niets te maken wilde hebben."
Naar aanleiding van deze verklaring heb ik,rapporteur,op het terrein van de Centrale Markt aangehouden genoemden Koekenbier.Jr en van der Bilt.
Laatstgenoemde verklaarde mij desgevraagd als volgt:
Op Woensdag 6 Augustus j.l moest ik in opdracht van Boorsma,met Koekenbier. Jr medeom 60 h.l aardappelen (120 zak) te bezorgen aan het Wilhelmina- Gasthuis alhier.Deze werden aldaar ontvangen door een juffrouw.De zakken wer- den door ons leeg gestort.Toen wij daar mee bezig waren spraken Koekenbier en ik samen af, ~~omdie~~ om indien mogelijk eenige zakken achter te houden en op de vrachtauto te laten staan.Ik zeide later dan ook tegen Wijland met wien ik op de vrachtauto stond,dat er 9 zakkenaardappelen op moesten blij- ven staan.Door later bij het natellen van de zakken eenige ledige zakken twee maal te noemen,kwamen wij toch op het getal 120,hoewel wij in werkelijk- heid maar 111 zakken hadden gestort.De juffrouw die de aardappelen had ont- vangen,bemerkte van onze handeling blijkbaar niets en heeft de afgifte bon voor 60 H.L.(120 zakken aardappelen)laten teekenen.De 9 zakken aardappelen die wij nu nog op de vrachtauto hadden hebben wij toen naar de woning van P.J.Koekenbier,Sr gebracht aan de Fred:Hendrikstraat 60 alhier,waarna wij ons weer naar de Centrale Markt hebben begeven.Met Koekenbier.Jr had ik afgesproken,dat wij,indien hij voor de aardappelen geld zou ontvangen,dit zouden deelen.Over Wijland hebben wij hierin niet gesproken.Wat verder met de aardappelen is gebeurd weet ik niet". Het document is een verslag van een opsporingsambtenaar (controleur) betreffende de verduistering van een aanzienlijke hoeveelheid aardappelen in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De feiten:
Op 6 augustus 1941 moest een lading van 60 Hectoliter (120 zakken) aardappelen worden geleverd aan het Wilhelmina Gasthuis. De hoofdbetrokkene, P.J. Koekenbier Jr., besloot samen met Antoon van der Bilt 9 zakken (4,5 mud) achter te houden. Zij misleidden de ontvanger bij het ziekenhuis door bij het tellen van de lege zakken een aantal zakken dubbel te tellen, waardoor het leek alsof de volledige 120 zakken waren geleverd. De resterende 9 zakken werden naar de woning van Koekenbier Sr. gebracht aan de Frederik Hendrikstraat, waar Koekenbier Jr. via de buren inbrak om de aardappelen in de voorkamer te plaatsen.

De ontmaskering:
De diefstal kwam aan het licht omdat de 16-jarige hulp, Willem van Wijland, zich ongemakkelijk voelde over de situatie en zijn vader (eveneens werkzaam in de aardappelhandel) inlichtte. Deze bracht de "Combinatie van Aardappelengrossiers" op de hoogte, waarna het onderzoek startte. Van der Bilt legde een volledige bekentenis af en gaf toe dat het doel was de buit te verkopen en de winst te delen. Dit document biedt een inkijkje in de economische criminaliteit en de voedselvoorziening in bezet Nederland (1941).

  1. Voedselschaarste en distributie: Ten tijde van de rapportage was de distributie van levensmiddelen strikt gereguleerd door de "Centralen Dienst van Levensmiddelen en Voedselvoorziening". Aardappelen waren een essentieel volksvoedsel. Verduistering van dergelijke goederen werd in oorlogstijd zwaar opgenomen, zeker als het ten koste ging van een zorginstelling zoals het Wilhelmina Gasthuis.
  2. De "Combinatie": De genoemde "Combinatie van Aardappelengrossiers" was een koepelorganisatie die tijdens de bezetting een cruciale rol speelde in de logistiek van de aardappelvoorziening in Amsterdam.
  3. Locaties: De genoemde locaties (Centrale Markt, Frederik Hendrikstraat, Wilhelmina Gasthuis) duiden op een lokaal Amsterdams misdrijf. De Centrale Markt (nu Food Center Amsterdam) was het kloppend hart van de voedseldistributie.
  4. Sociale controle: Het feit dat de 16-jarige Van Wijland zijn vader inlichtte, toont aan dat er binnen de beroepsgroep van grossiers een sterke sociale controle en een besef van de ernst van distributiefraude bestond, mogelijk uit angst voor represailles van de bezetter of uit morele bezwaren.

Samenvatting

Het document is een verslag van een opsporingsambtenaar (controleur) betreffende de verduistering van een aanzienlijke hoeveelheid aardappelen in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De feiten:
Op 6 augustus 1941 moest een lading van 60 Hectoliter (120 zakken) aardappelen worden geleverd aan het Wilhelmina Gasthuis. De hoofdbetrokkene, P.J. Koekenbier Jr., besloot samen met Antoon van der Bilt 9 zakken (4,5 mud) achter te houden. Zij misleidden de ontvanger bij het ziekenhuis door bij het tellen van de lege zakken een aantal zakken dubbel te tellen, waardoor het leek alsof de volledige 120 zakken waren geleverd. De resterende 9 zakken werden naar de woning van Koekenbier Sr. gebracht aan de Frederik Hendrikstraat, waar Koekenbier Jr. via de buren inbrak om de aardappelen in de voorkamer te plaatsen.

De ontmaskering:
De diefstal kwam aan het licht omdat de 16-jarige hulp, Willem van Wijland, zich ongemakkelijk voelde over de situatie en zijn vader (eveneens werkzaam in de aardappelhandel) inlichtte. Deze bracht de "Combinatie van Aardappelengrossiers" op de hoogte, waarna het onderzoek startte. Van der Bilt legde een volledige bekentenis af en gaf toe dat het doel was de buit te verkopen en de winst te delen.

Historische Context

Dit document biedt een inkijkje in de economische criminaliteit en de voedselvoorziening in bezet Nederland (1941).

  1. Voedselschaarste en distributie: Ten tijde van de rapportage was de distributie van levensmiddelen strikt gereguleerd door de "Centralen Dienst van Levensmiddelen en Voedselvoorziening". Aardappelen waren een essentieel volksvoedsel. Verduistering van dergelijke goederen werd in oorlogstijd zwaar opgenomen, zeker als het ten koste ging van een zorginstelling zoals het Wilhelmina Gasthuis.
  2. De "Combinatie": De genoemde "Combinatie van Aardappelengrossiers" was een koepelorganisatie die tijdens de bezetting een cruciale rol speelde in de logistiek van de aardappelvoorziening in Amsterdam.
  3. Locaties: De genoemde locaties (Centrale Markt, Frederik Hendrikstraat, Wilhelmina Gasthuis) duiden op een lokaal Amsterdams misdrijf. De Centrale Markt (nu Food Center Amsterdam) was het kloppend hart van de voedseldistributie.
  4. Sociale controle: Het feit dat de 16-jarige Van Wijland zijn vader inlichtte, toont aan dat er binnen de beroepsgroep van grossiers een sterke sociale controle en een besef van de ernst van distributiefraude bestond, mogelijk uit angst voor represailles van de bezetter of uit morele bezwaren.

Gerelateerde Documenten 6