Archief 745
Inventaris 745-364
Pagina 193
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtsbrief / Ambtelijk schrijven

14 augustus 1941 Van: De Directeur (van de Centrale Markt Amsterdam)

Origineel

Ambtsbrief / Ambtelijk schrijven 14 augustus 1941 De Directeur (van de Centrale Markt Amsterdam) (Rechtsboven, handgeschreven): U.T. Broese [?]
(Midden boven, handgeschreven): Verzonden 15/8
(Rechtsboven, getypt): D/G.

77/39/5 M
1
14 Augustus 1941.

Straf personeel aardappel-
grossiers P.J. Koekenbier Jr.
en A.v.d. Bilt.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.

In bijlage dezes heb ik de eer U over te leggen een op 10 Augustus jl. door den contrôleur van mijn dienst B. Felthuis opgemaakt rapport, waaruit blijkt, dat P.J. Koekenbier Jr., John Franklinstraat 30 en A. van der Bilt, Bestevaerstraat 174, wien als personeel van de Combinatie van Aardappelgrossiers toegang tot de Centrale Markt is verleend, zich op 6 dezer hebben schuldig gemaakt aan verduistering van 4½ mud aardappelen ten nadeele van het Wilhelmina-Gasthuis. Ingevolge artikel 35 lid 1 van het Reglement op de Centrale Markt heb ik beide personen gestraft met ontneming van het recht van toegang tot die markt voor den tijd van 14 dagen, namelijk van 13 tot en met 26 Augustus 1941. Voor vermeld feit wordt tegen beide personen proces-verbaal opgemaakt. De Aardappelcombinatie heeft hen voorts onmiddellijk uit haar dienst ontslagen.

Ik ben van meening, dat deze personen, die een voortdurend gevaar beteekenen voor de op de Centrale Markt opgeslagen goederen, niet langer tot deze markt behooren te worden toegelaten. Ik geef U derhalve beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat Koekenbier en Van der Bilt voornoemd, ingevolge het bepaalde in het 2e lid van vorengenoemd artikel van het Reglement, door den Regeeringscommissaris voor Amsterdam worden gestraft met ontneming van het recht van toegang tot de Centrale Markt voor onbepaalden tijd, zulks met ingang van 27 Augustus 1941.

Voor de goede orde voeg ik hieraan nog toe, dat beide personen zich tevoren niet aan een strafbaar feit op de Centrale Markt hebben schuldig gemaakt.

De Directeur, Dit document betreft een officiële rapportage van een diefstal (verduistering) op de Centrale Markt in Amsterdam. Twee werknemers van een aardappelgrossier hebben 4,5 mud (ongeveer 315 kilo) aardappelen ontvreemd die bestemd waren voor het Wilhelmina Gasthuis.

De directeur van de markt heeft reeds disciplinaire maatregelen genomen: een toegangsverbod van 14 dagen. Daarnaast zijn de mannen ontslagen en wordt er strafrechtelijke vervolging ingesteld (proces-verbaal). De directeur vindt dit echter onvoldoende en verzoekt de wethouder om bij de Regeringscommissaris aan te dringen op een levenslang toegangsverbod voor de markt, omdat hij de daders als een blijvend risico ziet voor de goederenvoorraad. De brief dateert uit augustus 1941, de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze tijd was er sprake van toenemende voedselschaarste en distributie via een bonnenstelsel. De Centrale Markt was het cruciale knooppunt voor de voedselvoorziening van de stad.

Diefstal van voedsel, zeker wanneer dit bestemd was voor een ziekenhuis, werd in deze periode zeer zwaar bestraft. De verwijzing naar de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" is typerend voor het bezettingsbestuur; de democratische gemeenteraad was in 1941 buitenspel gezet en vervangen door een autoritair bestuur onder toezicht van de bezetter. De nadruk op "voortdurend gevaar" voor opgeslagen goederen onderstreept de nervositeit rondom de voedselzekerheid in oorlogstijd.

Samenvatting

Dit document betreft een officiële rapportage van een diefstal (verduistering) op de Centrale Markt in Amsterdam. Twee werknemers van een aardappelgrossier hebben 4,5 mud (ongeveer 315 kilo) aardappelen ontvreemd die bestemd waren voor het Wilhelmina Gasthuis.

De directeur van de markt heeft reeds disciplinaire maatregelen genomen: een toegangsverbod van 14 dagen. Daarnaast zijn de mannen ontslagen en wordt er strafrechtelijke vervolging ingesteld (proces-verbaal). De directeur vindt dit echter onvoldoende en verzoekt de wethouder om bij de Regeringscommissaris aan te dringen op een levenslang toegangsverbod voor de markt, omdat hij de daders als een blijvend risico ziet voor de goederenvoorraad.

Historische Context

De brief dateert uit augustus 1941, de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze tijd was er sprake van toenemende voedselschaarste en distributie via een bonnenstelsel. De Centrale Markt was het cruciale knooppunt voor de voedselvoorziening van de stad.

Diefstal van voedsel, zeker wanneer dit bestemd was voor een ziekenhuis, werd in deze periode zeer zwaar bestraft. De verwijzing naar de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" is typerend voor het bezettingsbestuur; de democratische gemeenteraad was in 1941 buitenspel gezet en vervangen door een autoritair bestuur onder toezicht van de bezetter. De nadruk op "voortdurend gevaar" voor opgeslagen goederen onderstreept de nervositeit rondom de voedselzekerheid in oorlogstijd.

Gerelateerde Documenten 6