Archiefdocument
Origineel
(Linkerkolom)
Geus
7.30
2.40
2-100
schönhagen
2- 60
1.40
5.20
Brink
1-100
1-50
Benros
1-15.
(Rechterkolom)
Groeneveld
6-100
mens
1-100. 1-50
[Berekening rechtsmidden]
2.20
2.00
3.10
————
7. 30
[Onderaan rechts]
300 * Inhoud: Het document betreft een overzicht van namen met bijbehorende numerieke waarden. Gezien de context van de namen en de notatiewijze gaat het hoogstwaarschijnlijk om een debiteurenlijst of een overzicht van leveringen/betalingen ("op de pof").
* Namen: De vermelde namen zijn Geus, Groeneveld, Schönhagen, Brink en Benros (of mogelijk Bennes). Dit zijn typisch Nederlands-Duitse namen die veel voorkomen in de grensregio of binnen specifieke gemeenschappen.
* Numerieke notatie: Er worden twee soorten notaties gebruikt voor bedragen: met een punt (bijv. 7.30) en met een liggend streepje (bijv. 1-100). De notatie "1-100" kan duiden op 1 gulden en 00 cent, of op een kwantiteit (bijv. 1 eenheid van 100 gram).
* Berekening: Er is een expliciete optelsom gemaakt aan de rechterzijde: 2.20 + 2.00 + 3.10 resulteert in het totaal van 7.30. Dit totaal is vetgedrukt en komt exact overeen met het bedrag dat linksboven bij "Geus" staat genoteerd, wat suggereert dat de berekening een specificatie van de kosten voor deze persoon is.
* Terminologie: Het woord "mens" onder de naam Groeneveld is opmerkelijk; in oudere Nederlandse dialecten werd hiermee vaak de echtgenote aangeduid ("mijn mens"), wat kan betekenen dat zij de goederen heeft opgehaald. Dergelijke documenten zijn artefacten van de kleinschalige detailhandel uit de periode 1930-1960. Winkeliers (zoals kruideniers, bakkers of melkboeren) hielden hiermee handmatig de uitstaande schulden van vaste klanten bij. Het gebruik van guldens en centen als munteenheid is evident. De informele aard van het document (verschillende handschriften, snelle krabbels en een scheur) wijst op een gebruiksvoorwerp uit de dagelijkse praktijk, waarschijnlijk bewaard in een kasboek of aan een spijker in de winkel.