Archief 745
Inventaris 745-364
Pagina 293
Dossier 55
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtsbrief (doorslag/kopie)

22 augustus 1941 Van: De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markthallen Amsterdam)

Origineel

Ambtsbrief (doorslag/kopie) 22 augustus 1941 De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markthallen Amsterdam) [Handgeschreven aantekening rechtsboven:] ter Mr kramer (?)
[Handgeschreven paraaf in blauw middenboven:] [onleesbaar] 26/8-41

HG.

77/47/3 M.
1 22 Augustus 1941.

Straf W. Blanken Centrale Markt.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een op 19 Augustus jl. door den contrôleur B. Felthuis van mijn dienst opgemaakt rapport, waaruit blijkt, dat W. Blanken, wonende 2e Jacob van Campenstraat 126, wien als personeel van zijn vader, den kooper C. Blanken, toegang tot de Centrale Markt is verleend, zich aldaar heeft schuldig gemaakt aan diefstal van ledige kisten ten nadeele van de N.V. Nederlandsche Veiling van Land- en Tuinbouwproducten "Amsterdam". Terzake van dit feit is proces-verbaal opgemaakt, terwijl W. Blanken voornoemd, ingevolge het bepaalde in artikel 35 lid 1 van het Reglement op de Centrale Markt, dezerzijds is gestraft met ontneming van het recht van toegang tot die markt voor den tijd van veertien dagen, namelijk van 25 Augustus tot en met 7 September 1941.

Ik ben van meening, dat Blanken in verband met den door hem gepleegden diefstal voor langeren tijd van de Centrale Markt moet worden geweerd. Waar het hier diefstal van een groot aantal kisten betreft, geef ik U mitsdien beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat Blanken in aansluiting op mijn straf, overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid van bovenaangehaald artikel, door den Regeerings-commissaris voor Amsterdam wordt gestraft met ontneming van het bedoelde recht voor den tijd van zes maanden, zulks met ingang van 8 September a.s.

Blanken voornoemd heeft zich tevoren nimmer aan eenig strafbaar feit op de Centrale Markt schuldig gemaakt.

De Directeur, In dit document verzoekt de directeur van de Centrale Markt aan de Wethouder voor de Levensmiddelen om een strengere straf op te leggen aan een zekere W. Blanken. Blanken, die werkzaam was voor zijn vader (een koper op de markt), is betrapt op het stelen van een "groot aantal" lege kisten van de veiling "Amsterdam".

De directeur heeft Blanken reeds een toegangsverbod van 14 dagen opgelegd op basis van het marktreglement. Hij acht deze straf echter onvoldoende gezien de omvang van de diefstal. Hij stelt voor om de Regeringscommissaris (de toenmalige term voor de door de bezetter aangestelde burgemeester) te laten interveniëren om het verbod te verlengen tot zes maanden. Opvallend is dat de directeur vermeldt dat de dader geen eerdere overtredingen heeft begaan, maar desondanks aandringt op een zware sanctie. Dit document stamt uit augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De context van de Tweede Wereldoorlog is cruciaal voor het begrip van de ernst van de situatie:

  1. Voedselvoorziening: Tijdens de bezetting was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via een distributiesysteem. De Centrale Markthallen in Amsterdam speelden een vitale rol in de distributie van groenten en fruit. Diefstal of onregelmatigheden op de markt werden gezien als een directe bedreiging voor de openbare orde en de voedselzekerheid.
  2. Bestuur: Er wordt gerefereerd aan de "Regeerings-commissaris voor Amsterdam". In 1941 waren de democratische verhoudingen opgeschort. De burgemeester (Edward Voûte) fungeerde als regeringscommissaris onder toezicht van de Duitse bezetter.
  3. Schaars materiaal: Zelfs de diefstal van "ledige kisten" was een zwaar vergrijp, omdat materialen zoals hout schaars werden en essentieel waren voor het logistieke proces van de voedselketen.
  4. Locatie: De dader woonde in de 2e Jacob van Campenstraat, in de Amsterdamse Pijp, een volksbuurt die destijds dichtbevolkt was. De Centrale Markt bevond zich op het terrein aan de Jan van Galenstraat.

Samenvatting

In dit document verzoekt de directeur van de Centrale Markt aan de Wethouder voor de Levensmiddelen om een strengere straf op te leggen aan een zekere W. Blanken. Blanken, die werkzaam was voor zijn vader (een koper op de markt), is betrapt op het stelen van een "groot aantal" lege kisten van de veiling "Amsterdam".

De directeur heeft Blanken reeds een toegangsverbod van 14 dagen opgelegd op basis van het marktreglement. Hij acht deze straf echter onvoldoende gezien de omvang van de diefstal. Hij stelt voor om de Regeringscommissaris (de toenmalige term voor de door de bezetter aangestelde burgemeester) te laten interveniëren om het verbod te verlengen tot zes maanden. Opvallend is dat de directeur vermeldt dat de dader geen eerdere overtredingen heeft begaan, maar desondanks aandringt op een zware sanctie.

Historische Context

Dit document stamt uit augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De context van de Tweede Wereldoorlog is cruciaal voor het begrip van de ernst van de situatie:

  1. Voedselvoorziening: Tijdens de bezetting was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via een distributiesysteem. De Centrale Markthallen in Amsterdam speelden een vitale rol in de distributie van groenten en fruit. Diefstal of onregelmatigheden op de markt werden gezien als een directe bedreiging voor de openbare orde en de voedselzekerheid.
  2. Bestuur: Er wordt gerefereerd aan de "Regeerings-commissaris voor Amsterdam". In 1941 waren de democratische verhoudingen opgeschort. De burgemeester (Edward Voûte) fungeerde als regeringscommissaris onder toezicht van de Duitse bezetter.
  3. Schaars materiaal: Zelfs de diefstal van "ledige kisten" was een zwaar vergrijp, omdat materialen zoals hout schaars werden en essentieel waren voor het logistieke proces van de voedselketen.
  4. Locatie: De dader woonde in de 2e Jacob van Campenstraat, in de Amsterdamse Pijp, een volksbuurt die destijds dichtbevolkt was. De Centrale Markt bevond zich op het terrein aan de Jan van Galenstraat.

Locaties

De dader woonde in de 2e Jacob van Campenstraat in de Amsterdamse Pijp een volksbuurt die destijds dichtbevolkt was. De Centrale Markt bevond zich op het terrein aan de Jan van Galenstraat.

Gerelateerde Documenten 6