Proces-verbaal (getuigenverklaringen).
Origineel
Proces-verbaal (getuigenverklaringen). M 49 - 15000-5-41
Bladzijde 3
PROCES-VERBAAL No..........................
Hoofdbureau, bur. 2e Sectie 2 e Afdeeling
heeft betaald. Verder kan ik U niets mededeelen."
Daarna hoorden wij, verbalisanten, een der firmanten der firma Beugel, die ons opgaf te zijn:
JACOB BEUGEL,
oud 26 jaar, van beroep grossier in fruit, wonende Argonautenstraat 48 belétage te Amsterdam, die het navolgende verklaarde:
"Ik ben een der firmanten van de firma Beugel, zaakdrijvende in hal 9-11 der Centrale Markt alhier. Hedenvoormiddag 27 Augustus 1941 te ongeveer 8.30 uur vervoegde zich bij mij een persoon, genaamd Stodel, om een partij pruimen te koopen. Ik kwam met Stodel overeen, dat hij 25 manden pruimen kocht voor den prijs van ƒ 55,- zijnde ƒ 42,50 voor het fruit en ƒ 12,50 voor de manden. Nadat Stodel aan het kantoor had betaald en mij de nota daarvan toonde, heeft hij, met zijn compagnon, genaamd Reesen, en een mijner knechts, bedoelde 25 manden met pruimen op een bakfiets geladen. Daarna heb ik met Stodel nog onderhandeld over den verkoop van nog 10 manden met pruimen, doch hierover konden wij het niet eens worden. Stodel heeft zich daarna weer in het pakhuis begeven om de aldaar staande pruimen te bezichtigen. Ik hoor thans van U, dat Stodel nog 8 manden met pruimen op de bakfiets heeft laten laden. Ik heb deze 8 manden met pruimen niet aan Stodel verkocht en heeft hij zich dus deze manden wederrechtelijk toegeëigend. De bewering van Stodel, dat hij deze pruimen direct of later zou betalen is een verzinsel van hem, want aan kooplieden als Stodel en Reesen, die geen vaste afnemers van onze firma zijn verleenen wij geen crediet. Het is wel opvallend, dat Stodel steeds graag één cent meer wil betalen als andere kooplieden en ben van meening, dat hij dit dan doet om vertrouwen te wekken. Ik heb, noch aan Stodel, noch aan Reesen, toestemming gegeven zich wederrechtelijk bedoelde 8 manden met pruimen toe te eigenen. Meer kan ik U niet verklaren".
Na voorlezing en volharding teeken ik deze verklaring met U".
(Handtekening) J. Beugel (Handtekening)
Daarna hoorden wij, verbalisanten, een persoon, opgevende te zijn:
HENDRIKUS MARTINUS JOHANNES BRACHTMUIZER,
oud 48 jaar, van beroep arbeider, wonende Willem de Zwijgerlaan 175 II te Amsterdam, die ons het volgende verklaarde: "Hedenmorgen 27 Augustus 1941, bevond ik mij in het pakhuis van mijn patroon Beugel, in de hal 9-11 van de Centrale Markt. Het was zeer druk en hadden druk werk om de klanten te bedienen. Ik werd door den marktambtenaar Schiermeier gewaarschuwd, dat de koopman Stodel en zijn compagnon Reesen in de hal waren en vermoedelijk meer fruit zouden opladen dan zij hadden gekocht. Nadat Stodel 25 manden met pruimen had gekocht en betaald, zag ik, dat hij nogmaals de hal binnenging, gevolgd door Reesen. Ik zag toen, dat Reesen 3 manden met pruimen wegnam en deze op de bakfiets laadde. Daarna zag ik, dat Stodel 5 manden pruimen aan een jongen gaf, welke zich met deze pruimen uit het pakhuis verwijderde en ze vervolgens overhandigde aan Reesen, die ze bij de andere manden op de bakfiets plaatste. Ik heb niet gezien, dat Stodel een bank-
--- * Juridische context: Het document is een weergave van getuigenverklaringen in een strafrechtelijk onderzoek naar diefstal of verduistering. De term "wederrechtelijk toegeëigend" is de juridische kwalificatie die hier door de aangever (Beugel) wordt gebruikt.
* Transactiedetails: De tekst geeft inzicht in de prijzen en werkwijze op de Amsterdamse Centrale Markt in 1941. Voor 25 manden pruimen werd 55 gulden betaald, waarbij de manden zelf (het fust) een aanzienlijk deel van de waarde vertegenwoordigden (12,50 gulden op een totaal van 55).
* Modus operandi: De verdachten (Stodel en Reesen) worden ervan beschuldigd gebruik te maken van de drukte in het pakhuis. Terwijl er legaal 25 manden waren gekocht, werden er volgens de getuigen in de verwarring nog eens 8 manden extra op een bakfiets geladen zonder te betalen.
* Geloofwaardigheid: Jacob Beugel merkt op dat Stodel probeerde vertrouwen te wekken door "één cent meer" te bieden dan gebruikelijk, wat hij achteraf interpreteert als een afleidingsmanoeuvre.
--- * Tijdsbeeld (Tweede Wereldoorlog): De datum, 27 augustus 1941, is cruciaal. Nederland was bezet door Nazi-Duitsland. In deze periode nam de schaarste toe en werd de controle op voedseldistributie en handel op de Centrale Markt strenger.
* Anti-semitische connotatie: Hoewel het document een reguliere strafzaak lijkt, is de naam "Stodel" een bekende Joodse naam in Amsterdam. In 1941 waren er al tal van beperkende maatregelen voor Joodse markthandelaren van kracht. Het is mogelijk dat deze zaak onderdeel is van de bredere uitsluiting of criminalisering van Joodse burgers tijdens de bezetting, of dat de marktpollitie (verbalisanten) extra scherp toezag op transacties waarbij Joodse handelaren betrokken waren.
* Locatie: De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was het kloppend hart van de voedselvoorziening in de stad. De genoemde hallen 9-11 waren de plekken waar de groothandel plaatsvond.