Archief 745
Inventaris 745-364
Pagina 318
Jaar 1941
Stadsarchief

Dienstverslag / Rapport van de Controleur.

Origineel

Dienstverslag / Rapport van de Controleur. Nº 77/50/1 M. 1941²⁹/₈

R A P P O R T

Op Zaterdag 23 Augustus 1941, des namiddags omstreeks 5,30 uur, ontdekte ik, rapporteur, dat achter ~~xx~~ een partij ledig fust, toebehoorende aan de grossier Nooij (hal 24) welk ledig fust zich bevond aan de achterzijde van voornoemd pakhuis een partij pronkboonen, 20 zak stonden. Daar deze partij boonen geheel achter het ledig fust waren verborgen, kwam mij dit verdacht voor, temeer daar er regelmatig door C de Jong, grossier, hal 20-22 aangifte wordt gedaan over vermissing van diverse ~~x~~ artikelen. Uit het onderzoek wat direct door mij werd ingesteld bleek het navolgende:

Voornoemde partij boonen waren in opdracht van Pieterman, personeel van Cde Jong, door E. Cohen, personeel van Nooij, van de schuit gehaald en op de plaats waar ik ze aantrof neergezet.

Daarna hoorde ik, rapporteur, de grossier C de Jong, die mij het navolgende verklaarde: ". . Er is mij niets van bekend dat Pieterman pronkboonen heeft gekocht, mocht hij dit gedaan hebben, dan heeft hij dàt buiten de zaak om gedaan, want als deze boonen voor mij bestemd waren geweest, waarom heeft hij ze dan niet in het pakhuis geplaatst temeer ~~dat~~ U kan zien dat er ruimte genoeg is. Ik vermoed dat deze boonen buiten de veiling om gekocht zijn en verzoek U deze zaak ~~naka~~ der te onderzoeken."
[In de kantlijn:] r daar. J.h.

Op maandag 25 Augustus 1941, hoorde ik rapporteur, J.A.Chr. Pieterman, Personeel C de Jong, die mij het navolgende verklaarde:

"De 20 zak pronkboonen die door U achter het ledig fust van grossier Nooij ontdekt zijn, behooren van mij. Ik heb Cohen verzocht deze boonen van de schuit te halen, daar ik er zelf geen tijd voor had en ze aan de achterzijde van hun pakhuis neer te zetten, omrede er op dat moment in het pakhuis van mijn patroon geen ruimte was. Cohen heeft aan mijn verzoek voldaan en daar hij bang was dat de boonen gestolen konden worden heeft hij ze achter het ledig fust verborgen. Ik heb voornoemde boonen gekocht van Piet Koeleman, commissionnair, afkomstig van de veiling ter Aar, en met inbegrip van de vracht F.1.10 per zak (10 kg) er voor betaald. Ik had deze boonen gekocht voor eene van Laar, kleinhandelaar, Van Laar zou Zaterdag de boonen gehaald hebben, doch heeft dit niet gedaan, nu verkoop ik ze aan wie ik wil, daar ik gerechtigd ben om in te koopen en te verkoopen. Dit is volgens mij, rapporteur, niet juist, in ~~ge~~ geen geval mag Pieterman buiten medeweten van zijn patroon zelfstandig handel drijven, daar hij ondergeschikte is en geen erkenning bezit. Voornoemde partij boonen zijn door mij rapporteur voorloopig in beslag genomen, in afwachting van het onderzoek dat inmiddels wordt ingesteld door den Heer Bosse, ambtenaar ~~xj~~ bij de C.C.D.

Den Heer Bedrijfschef Amsterdam 25 Augustus 1941
v/h Marktwezen de Controleur,
[Handtekening: J. Moen]

[Handgeschreven aantekeningen onderaan:]
fˡ 16
14 dagen uitsluiting ~~m/v 1/9~~
vonnist R.C. - nader besproken
28/8 '41 [Paraaf]
77/50/317
29/8/41 68 * Kern van de zaak: Een marktcontroleur treft 20 verborgen zakken pronkbonen aan op het terrein van de Amsterdamse markt. De bonen blijken eigendom te zijn van een werknemer (Pieterman) die buiten zijn baas (De Jong) om handelt.
* Conflicterende verklaringen: Pieterman claimt dat hij de bonen legaal kocht maar wegens ruimtegebrek bij Nooij stalde. Zijn werkgever, De Jong, ontkent ruimtegebrek en wantrouwt de herkomst van de goederen ("buiten de veiling om").
* Juridische grond: De rapporteur merkt op dat een werknemer (ondergeschikte) zonder "erkenning" (vergunning) niet zelfstandig mag handelen. Dit wijst op de strikte regulering van de handel tijdens de oorlogsjaren.
* Sancties: De bonen zijn in beslag genomen. Uit de handgeschreven krabbels onderaan blijkt dat de betrokkene waarschijnlijk een straf van "14 dagen uitsluiting" (ontzegging van de markttoegang) heeft gekregen en dat de zaak is voorgelegd aan de Rechter-Commissaris (R.C.). Dit document stamt uit augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode nam de schaarste toe en werd de distributie van voedsel streng gecontroleerd door de Crisis Controle Dienst (C.C.D.). De overheid probeerde de "zwarte handel" (handel buiten de officiële veilingen en distributiekanalen om) met harde hand te bestrijden. Marktmeesters en controleurs hielden scherp toezicht op de goederenstromen. Een werknemer die "voor zichzelf" handelde, overtrad niet alleen de bedrijfsregels van zijn werkgever, maar riskeerde in deze context ook zware strafrechtelijke vervolging wegens economische delicten. J.A.Chr. Pieterman (personeel C. de Jong) C. de Jong (grossier) E. Cohen (personeel Nooij) Piet Koeleman (commissionair) Van Laar (kleinhandelaar) Heer Bosse (ambtenaar C.C.D.).

Samenvatting

  • Kern van de zaak: Een marktcontroleur treft 20 verborgen zakken pronkbonen aan op het terrein van de Amsterdamse markt. De bonen blijken eigendom te zijn van een werknemer (Pieterman) die buiten zijn baas (De Jong) om handelt.
  • Conflicterende verklaringen: Pieterman claimt dat hij de bonen legaal kocht maar wegens ruimtegebrek bij Nooij stalde. Zijn werkgever, De Jong, ontkent ruimtegebrek en wantrouwt de herkomst van de goederen ("buiten de veiling om").
  • Juridische grond: De rapporteur merkt op dat een werknemer (ondergeschikte) zonder "erkenning" (vergunning) niet zelfstandig mag handelen. Dit wijst op de strikte regulering van de handel tijdens de oorlogsjaren.
  • Sancties: De bonen zijn in beslag genomen. Uit de handgeschreven krabbels onderaan blijkt dat de betrokkene waarschijnlijk een straf van "14 dagen uitsluiting" (ontzegging van de markttoegang) heeft gekregen en dat de zaak is voorgelegd aan de Rechter-Commissaris (R.C.).

Historische Context

Dit document stamt uit augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode nam de schaarste toe en werd de distributie van voedsel streng gecontroleerd door de Crisis Controle Dienst (C.C.D.). De overheid probeerde de "zwarte handel" (handel buiten de officiële veilingen en distributiekanalen om) met harde hand te bestrijden. Marktmeesters en controleurs hielden scherp toezicht op de goederenstromen. Een werknemer die "voor zichzelf" handelde, overtrad niet alleen de bedrijfsregels van zijn werkgever, maar riskeerde in deze context ook zware strafrechtelijke vervolging wegens economische delicten.

Genoemde Personen 6

Ambtenaren

Bedrijfschef

Gerelateerde Documenten 6