Getypte verklaring/proces-verbaal (pagina 2).
Origineel
Getypte verklaring/proces-verbaal (pagina 2). -2-
daarop aangebrachte merk van Bras afkomstig bleken te zijn, heb ik aan Nijland ƒ 13,- uitbetaald. Eenige oogenblikken later, nadat Nijland verdwenen was, verscheen Tolsma met 19 ledige zakken, eveneens van Bras, aan het pakhuis. Ook deze zakken heb ik aangenomen en aan Tolsma hiervoor ƒ 19,- uitbetaald. Eerst na afloop van de markt, om circa 9.30 uur des voormiddags vernam ik van Bras, dat hij 32 zakken vermiste van zijn vrachtauto, welke achter pakhuis D 15 geparkeerd stond. De 32 door mij op 15 September 1941 in ontvangst genomen zakken heb ik reeds bij een andere partij gevoegd van dezelfde soort en zijn door Bras weer medegenomen naar Noord-Scharwoude."
Hierna hoorde ik, verbalisant, den hiervoor genoemden Nijland, die mij als volgt verklaarde: "Sinds eenigen tijd ben ik zonder werk. Ten einde iets te kunnen verdienen, heb ik mij op het terrein van de Centrale Markt begeven op 15 September 1941. Hoewel ik niet in het bezit ben van een toegangskaart voor de Centrale Markt, gelukte mij dit, doordat ik mij op een vrachtauto wist te verbergen tusschen ledige kisten en zoo ongemerkt de contrôle bij het toegangshek te passeeren. Om ongeveer 9 uur v.m. bevond ik mij ter hoogte van pier D van de Centrale Markt en werd aldaar aangesproken door een mij van aanzien bekend persoon, voor wien ik wel eens meer een karweitje gedaan had. Deze persoon vroeg mij of ik voor hem 13 ledige zakken wilde inleveren bij grossier Bras op pier D. Hiervoor zou ik ƒ 13,- ontvangen, welke ik dan aan dezen persoon moest afdragen. Ik stemde hierin toe en heb toen aan Bruines 13 zakken afgegeven, welke zakken ik op mijn beurt mee had gekregen van mijn onbekenden opdrachtgever. Nadat ik van Bruines de ƒ 13,- had ontvangen, heb ik deze aan mijn opdrachtgever, die bij het voorgedeelte van pier D op mij wachtte, overhandigd. Daarna verzocht hij mij om een anderen jongeman te zoeken, die voor hem nu 19 ledige zakken moest leveren bij Bras. Hierop gaf hij mij 19 ledige zakken eveneens voorzien van den naam Bras en zeide mij tevens, dat ik aan den jongeman, die dit wilde doen, ƒ 3,- voor zijn moeite moest geven. Op pier D ontmoette ik Tolsma, met wien ik vroeger gelijk heb gewerkt bij het Dagblad "De Standaard" en van wien ik wist, dat hij nu bij een groentenwinkelier in dienst was. Ik vroeg aan Tolsma of hij voor zijn baas wel eens ledige emballage moest inleveren bij Bras, waarop hij mij bevestigend antwoordde. Ik vroeg Tolsma hierna, of hij de 19 ledige zakken, welke ik bij mij had, wilde inleveren bij Bras en zeide hem, dat hij dan ƒ 3,- voor zijn moeite zou krijgen. Tolsma ging hierop in en heeft toen de ledige zakken ingeleverd bij Bras. Nadat hij eerst aan mij de ƒ 19,-, die hij ontvangen had aan mij had overgegeven, heb ik hem hiervan ƒ 3,- uitbetaald. Vervolgens gaf ik de ƒ 16,- weer aan mijn opdrachtgever, van wien ik op mijn beurt ƒ 2,50 heb ontvangen. Nadien heb ik voor hem geen werk meer verricht. Zooals ik thans van U verneem, vermist Bras 32 ledige zakken. Ik kan U echter verklaren, dat ik ze niet heb weggenomen. Op welke wijze mijn opdrachtgever aan de zakken was gekomen weet ik niet. Ik begrijp nu wel, dat hij aan Tolsma en mij wel een groot bedrag heeft gegeven voor onze moeite, doch toen het geval zich voordeed, heb ik hieraan niet gedacht".
Vervolgens hoorde ik, verbalisant, Tolsma, die mij desgevraagd als volgt verklaarde: "Ik ben als knecht in dienst bij een groentenwinkelier en bevond mij op Maandag 15 September 1941 omstreeks 9 uur des voormiddags op pier D van de Centrale Markt, toen ik aldaar werd aangesproken door Nijland, met wien ik vroeger heb gewerkt bij het dagblad "De Standaard". Nijland vroeg mij, of ik voor mijn baas wel eens ledige emballage moest inleveren bij grossier Bras op pier D. Toen ik hem hierop bevestigend antwoordde, verzocht hij mij om bij Bras 19 ledige zakken in te leveren, terwijl ik voor mijn moeite van hem, Nijland, ƒ 3,- zou ontvangen. Ik stemde hierin toe en heb van Nijland 19 zakken in ontvangst genomen en deze ingeleverd aan den knecht van Bras. Van dezen knecht ontving ik ƒ 19,- welke ik aan... De tekst beschrijft een geraffineerde vorm van diefstal en heling op de Centrale Markt tijdens de bezettingsjaren. Een onbekende "opdrachtgever" heeft 32 lege zakken gestolen van de vrachtauto van grossier Bras. Vervolgens heeft hij derden (Nijland en Tolsma) ingeschakeld om deze zakken weer te "verkopen" aan het pakhuis van diezelfde grossier.
Opvallend is de methodiek:
1. Nijland, een werkloze zonder toegangsbewijs, wordt geronseld als tussenpersoon.
2. Tolsma, een bekende van Nijland, wordt gebruikt voor het tweede deel van de partij om argwaan te voorkomen.
3. De zakken worden ingeleverd bij een zekere Bruines (knecht van Bras), die uitbetaalt voor de emballage zonder direct te controleren of de zakken kort daarvoor gestolen waren. Het document dateert van september 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en distributiemaatregelen. Lege zakken (emballage) waren waardevol voor het transport van schaarse goederen. De Centrale Markt in Amsterdam was het zenuwcentrum van de voedselvoorziening. De genoemde krant "De Standaard" was een antirevolutionair dagblad dat in die tijd nog (onder censuur) verscheen. De verklaring toont de armoede van die tijd (Nijland die "zonder werk" is en illegaal het terrein op glipt) en de opportunistische criminaliteit die daaruit voortkwam.