Pagina uit een officieel proces-verbaal (pagina 3).
Origineel
Pagina uit een officieel proces-verbaal (pagina 3). 4 oktober 1941 (getypt als "1900 eenenveertig"). -3-
Nijland, die op eenigen afstand op mij had staan wachten, heb overge-
geven, waarna ik van Nijland de f 3,- ontving. Op welke wijze Nijland
aan de 19 zakken was gekomen, weet ik niet. Ik begrijp nu wel, dat het
met deze zakken niet geheel in orde moet zijn geweest, maar op het
moment, dat hij mij vroeg de zakken voor hem in te leveren heb ik daar
niet aan gedacht."
Ik, verbalisant, heb hierna Nijland en Tolsma aan aangever Bras
vertoond en verklaarde deze, aan beiden geen toestemming te hebben ge-
geven de 32 zakken weg te nemen, noch daar op andere wijze over te be-
schikken.
Waar, zooals mij, verbalisant, bij onderzoek bleek, Bras de zakken,
welke Nijland en Tolsma bij zijn knecht Bruines hadden ingeleverd reeds
met nog meerdere naar Noord-Scharwoude vervoerd had, kon door mij niets
inbeslaggenomen worden. Na voorloopig door mij te zijn gehoord heb ik
Nijland en Tolsma weer heengezonden. Hoewel ik Nijland nog een week in
de gelegenheid heb gesteld om op de Centrale Markt naar zijn onbekenden
opdrachtgever te zoeken, heeft hij deze, zooals hij mij later verklaar-
de, niet meer op de Centrale Markt gezien.
En heb ik hiervan dit proces-verbaal, op den door mij afgelegden
ambtseed, opgemaakt, geteekend en gesloten te Amsterdam, 4. October
1900 eenenveertig.
De Ambtenaar bij het Marktwezen.
(handtekening B. Folthuis)
(B.Folthuis)
Gezien:
De Commissaris van Politie, * Inhoud: Het document betreft de afsluiting van een onderzoek naar de mogelijke verduistering of diefstal van 32 zakken (vermoedelijk landbouwproducten) op de Centrale Markt in Amsterdam. De tekst begint met het slot van een geciteerde getuigenverklaring. Vervolgens beschrijft de verbalisant (de ambtenaar) een confrontatie tussen de verdachten Nijland en Tolsma en de aangever Bras. Bras ontkent toestemming te hebben gegeven voor het meenemen van de zakken.
* Juridische aspecten: De goederen konden niet in beslag worden genomen omdat ze al naar Noord-Scharwoude waren getransporteerd. De verdachten zijn na verhoor heengezonden. Nijland claimde te handelen in opdracht van een onbekende derde, die hij later niet meer kon vinden.
* Taal en stijl: Ambtelijk Nederlands uit de eerste helft van de 20e eeuw, gekenmerkt door de uitgang '-n' bij verbuigingen ("op den door mij afgelegden ambtseed") en de spelling van jaartallen in letters. Dit proces-verbaal is opgesteld in oktober 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via distributie. Handel buiten de officiële kanalen om ("zwarte handel") werd streng bestraft. De controle op de Centrale Markt door de ambtenaren van het Marktwezen was cruciaal voor de handhaving van deze distributieregels. De genoemde f 3,- (drie gulden) was in die tijd een aanzienlijk bedrag voor een eenvoudige handeling, wat wijst op een illegale transactie of een "fooi" voor het wegsluizen van goederen. Noord-Scharwoude was destijds een belangrijk logistiek knooppunt voor de handel in kool en andere groenten. B. Folthuis Marktwezen Politie