Archief 745
Inventaris 745-364
Pagina 423
Jaar 1941
Stadsarchief

Getuigenverklaring / Proces-verbaal (pagina 2).

Origineel

Getuigenverklaring / Proces-verbaal (pagina 2). (2)
PIETER ROEMER,
geboren te Amsterdam, 3 Juni 1907, kleijnhandelaar in groenten en wonende te Helmerstraat 112^I te Amsterdam-West, die mij met betrekking tot het bovengenoemde geval als volgt verklaarde:
„Op Zaterdag 1 November 1941 omstreeks 9 uur v.m. bevond ik mij op het voorgedeelte van pier A van de Centrale Markt. Bij verschillende, op dien pier gevestigde grossiers had ik mijn ~~xxxxxx~~ inkoopen gedaan en wilde ik deze goederen vervoeren. Daar ik op dit moment ~~xxxxxx~~ evenwel niet over een vervoermiddel beschikte, vroeg ik aan een mij van aanzien bekenden kruier, die met een handkar op ~~xxxxxx~~ pier A stond, of ik zijn handkar even mocht gebruiken. Bedoelde kruier stemde hierin toe, maar vroeg mij tevens of ik zes ledige kisten welke zich in zijn handkar bevonden van hem wilde overnemen voor een bedrag van f 3.-. Deze kisten bleken mij, gezien het daarop aangebrachte merkteeken, afkomstig te zijn van de groentenveiling te Leiden en Omstreken en is het mij ook bekend, dat voor elk der kisten één gulden statiegeld wordt uitbetaald. Mede hierdoor ben ik op het aanbod van dezen kruier ingegaan en heb de kisten tegen betaling van f 3.- van hem overgenomen. Onmiddellijk daarna heb ik deze kisten ingeleverd bij grossier Jan van der Valk, van wien ik hiervoor f 6,- heb ontvangen. De kisten welke U mij vertoont, (ik, verbalisant vertoon aan Roemer de zes door mij inbeslag genomen kisten,) herken ik als dezelfden welke ik van den bedoelden kruier heb gekocht en ingeleverd bij Van der Valk. Op welke wijze de kruier aan deze kisten was gekomen weet ik niet en heb hem daar ook niet naar gevraagd.”

verbalisant, Naar aanleiding van deze verklaring heb ik, Roemer een foto
[paraaf] vertoond van een bij het Marktwezen bekenden kruier genaamd Klijnramer en herkende Roemer dezen als denzelfde van wien hij de 6 besproken kisten had gekocht. Terwijl ik Roemer op het kaartenbureau van de Centrale Markt heb gelaten, heb ik mij op het terrein van de Centrale Markt begeven en aldaar aangehouden een mij bekenden kruier en hem overgebracht naar genoemd kaartenbureau. Deze kruier die mij later desgevraagd opgaf genaamd te zijn:
ABRAHAM KLIJNRAMER,
geboren 3 October 1895, van beroep kruier, wonende President Brandstraat 30 huis te Amsterdam-Oost, verklaarde mij desgevraagd als volgt: „Op Zaterdag 1 November 1941, omstreeks 9 uur v.m. bevond ik mij met mijn handkar op het voorgedeelte van pier A van de Centrale Markt. Op mijn handkar bevonden zich benevens 5 bakken tomaten welke ik van een groentenschuit moest vervoeren naar het pakhuis C.2 en die bestemd waren voor grossier Willem van Smeerdijk, zes ledige kisten. Op welke wijze de zes ledige kisten op mijn handkar gekomen waren kan ik U evenwel niet verklaren. Juist toen ik mij met mijn handkar naar pakhuis C.2 wilde begeven, trad de persoon welke U mij vertoont (ik, verbalisant, vertoon aan Klijnramer meergenoemden Roemer) op mij toe en vroeg mij of hij mijn handkar even mocht gebruiken. Aanvankelijk stemde ik hierin ~~xxxxxxx~~ niet toe daar ik de 5 bakken tomaten moest vervoeren en omdat zich de zes kisten in mijn handkar bevonden. Deze persoon bood mij toen aan om van mij de 5 bakken tomaten en de zes ledige kisten over te nemen. Ik heb toen aan hem mijn handkar ter leen gegeven en ook de zes ledige kisten verkocht voor f 3.-. De 5 bakken tomaten heb ik naar het pakhuis C.2 gedragen. Zooals ik U reeds zeide, weet ik niet op welke wijze deze kisten op mijn handkar waren gekomen. Het was mij wel bekend dat voor elke kist één gulden aan statiegeld wordt uitbetaald. Ik had van niemand toestemming gekregen deze kisten te verkoopen of daar op andere wijze over te beschikken. * Kern van de zaak: Het betreft een onderzoek naar de onrechtmatige verkoop van emballage (zes veilingkisten) op de Centrale Markt in Amsterdam. De kruier (Klijnramer) heeft kisten verkocht waar hij geen eigenaar van was.
* Economisch aspect: De kisten hadden een statiegeldwaarde van 1 gulden per stuk (totaal 6 gulden). Roemer kocht ze voor 3 gulden en leverde ze direct in voor 6 gulden, waarmee hij 3 gulden winst maakte. Dit duidt op heling of het profiteren van een onoorbare transactie.
* Tegenstrijdigheid: Klijnramer beweert dat hij niet weet hoe de kisten op zijn kar kwamen, maar geeft wel toe ze te hebben verkocht zonder toestemming.
* Procedure: De verbalisant maakt gebruik van een confrontatie (fotoconfrontatie en daarna een fysieke confrontatie op het kaartenbureau) om de identiteit van de verdachte vast te stellen. * Tijdsbeeld: November 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt (nu het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was een vitaal punt voor de voedselvoorziening.
* Schaarsheid: Tijdens de oorlogsjaren werd streng gecontroleerd op alle vormen van handel en emballage. Statiegeldkisten waren eigendom van de veiling (in dit geval Leiden e.o.) en het oneigenlijk toe-eigenen daarvan werd beschouwd als een misdrijf.
* Sociale context: De getuigenissen geven een inkijkje in de dagelijkse gang van zaken op de markt: het gebruik van handkarren, de aanwezigheid van kruiers, grossiers en de directe handel tussen marktpartijen. Het "kaartenbureau" was de plek waar marktvergunningen en administratie werden bijgehouden. Marktwezen

Samenvatting

  • Kern van de zaak: Het betreft een onderzoek naar de onrechtmatige verkoop van emballage (zes veilingkisten) op de Centrale Markt in Amsterdam. De kruier (Klijnramer) heeft kisten verkocht waar hij geen eigenaar van was.
  • Economisch aspect: De kisten hadden een statiegeldwaarde van 1 gulden per stuk (totaal 6 gulden). Roemer kocht ze voor 3 gulden en leverde ze direct in voor 6 gulden, waarmee hij 3 gulden winst maakte. Dit duidt op heling of het profiteren van een onoorbare transactie.
  • Tegenstrijdigheid: Klijnramer beweert dat hij niet weet hoe de kisten op zijn kar kwamen, maar geeft wel toe ze te hebben verkocht zonder toestemming.
  • Procedure: De verbalisant maakt gebruik van een confrontatie (fotoconfrontatie en daarna een fysieke confrontatie op het kaartenbureau) om de identiteit van de verdachte vast te stellen.

Historische Context

  • Tijdsbeeld: November 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt (nu het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was een vitaal punt voor de voedselvoorziening.
  • Schaarsheid: Tijdens de oorlogsjaren werd streng gecontroleerd op alle vormen van handel en emballage. Statiegeldkisten waren eigendom van de veiling (in dit geval Leiden e.o.) en het oneigenlijk toe-eigenen daarvan werd beschouwd als een misdrijf.
  • Sociale context: De getuigenissen geven een inkijkje in de dagelijkse gang van zaken op de markt: het gebruik van handkarren, de aanwezigheid van kruiers, grossiers en de directe handel tussen marktpartijen. Het "kaartenbureau" was de plek waar marktvergunningen en administratie werden bijgehouden.

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla A.G.F. (Groenten): Tomaten Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Lever Vleeswaren: Vlees Vleeswaren: Wild

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 6