Ambtelijke brief/rapportage betreffende een tuchtmaatregel.
Origineel
Ambtelijke brief/rapportage betreffende een tuchtmaatregel. 21 november 1941. De Directeur van de Centrale Markt (ondertekend door M. v. Braam, met handgeschreven kanttekening "Verzonden 21/11"). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. [Handgeschreven in de rechterbovenhoek:] M. v. Braam
[Handgeschreven in blauwe inkt:] Verzonden 21/11
HG.
77/80/3 M.
1
Straf G.van Mourik 21 November 1941.
Centrale Markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
**A l h i e r .**
In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een op 18 November 1941 door den contrôleur B.Felthuis van mijn dienst opgemaakt rapport, waaruit blijkt, dat G.van Mourik, wonende Orteliusstraat 159 hs, wien als personeel van grossier C.de Mooy toegang tot de Centrale Markt is verleend, zich aldaar heeft schuldig gemaakt aan diefstal van ledige kisten en 7 kg. uien ten nadeele van zijn patroon.
Terzake van dit feit is geen proces-verbaal opgemaakt. Van Mourik voornoemd is dezerzijds, ingevolge het bepaalde in artikel 35 lid 1 van het Reglement op de Centrale Markt, gestraft met ontneming van het recht van toegang tot die markt voor den tijd van veertien dagen, namelijk van 22 November tot en met 5 December 1941.
Ik ben van meening, dat Van Mourik in verband met den ernst van dit feit voor langeren tijd van de Centrale Markt moet worden geweerd en ik geef U mitsdien beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat Van Mourik in aansluiting op mijn straf, overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid van bovenaangehaald artikel, door den Burgemeester van Amsterdam wordt gestraft met ontneming van het recht van toegang voor goed, zulks met ingang van 6 December a.s.
Van Mourik voornoemd heeft zich tevoren nimmer aan eenig strafbaar feit op de Centrale Markt schuldig gemaakt.
De Directeur, Deze brief is een formeel verzoek van de Directeur van de Centrale Markt in Amsterdam aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van de zaak is een diefstal gepleegd op 18 november 1941 door G. van Mourik, een medewerker van grossier C. de Mooy. Van Mourik stal lege kisten en 7 kilogram uien van zijn werkgever.
Hoewel er geen politie-proces-verbaal is opgemaakt, heeft de directeur direct een disciplinaire straf opgelegd op basis van het marktreglement: een toegangsverbod van veertien dagen. Echter, de directeur vindt dit onvoldoende. Hij adviseert de wethouder om bij de burgemeester aan te dringen op een levenslang toegangsverbod ("ontneming van het recht van toegang voor goed"). Opvallend is dat de directeur dit adviseert ondanks het feit dat de verdachte een 'first offender' is op de markt. * Oorlogstijd en Schaarste: De brief dateert van november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van toenemende voedselschaarste en een strikt distributiesysteem. De diefstal van 7 kg uien — tegenwoordig een klein vergrijp — werd in 1941 uiterst serieus genomen. De uien waren kostbaar en essentieel voor de voedselvoorziening.
* De Centrale Markt: De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was het kloppende hart van de voedseldistributie in de stad. Controle op dit terrein was van vitaal belang voor de openbare orde en de eerlijke verdeling van schaarse goederen.
* Bestuurlijke Hardheid: De aanbeveling voor een levenslang toegangsverbod voor een eerste vergrijp illustreert de zero-tolerance politiek die tijdens de bezettingsjaren gold voor diefstal van voedselmiddelen. Dergelijke daden werden gezien als sabotage van het distributiestelsel.
* De Wethouder: De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een cruciale post in oorlogstijd, verantwoordelijk voor het voorkomen van honger en de beheersing van de zwarte markt in de gemeente.