Archief 745
Inventaris 745-364
Pagina 504
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijke brief/correspondentie.

23 december 1941. Van: De Directeur (van de Centrale Markt Amsterdam). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam.

Origineel

Ambtelijke brief/correspondentie. 23 december 1941. De Directeur (van de Centrale Markt Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam. [Handgeschreven: In dossier]

HG.
[Handgeschreven: Verzonden 23/12]

77/94/5 M.

23 December 1941.

Straf G.J.Oosterhof en
J.v.d.Valk Centrale Markt.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

In bijlage dezes heb ik de eer U afschriften te doen toekomen van een op 15 December jl. door den contrôleur J.F. G.v.d.Hoek en een op 17 December jl. door den contrôleur B.Felthuis van mijn dienst opgemaakte rapporten, waaruit blijkt, dat G.J.Oosterhof, wonende Minahassastraat 15 III, wien als overkruier toegang tot de Centrale Markt is verleend en J.v.d.Valk, wonende Madurastraat 39 hs, wien eveneens als overkruier toegang tot de Centrale Markt is verleend, zich aldaar hebben schuldig gemaakt aan diefstal van twee zakken aardappelen ten nadeele van den overkruier C.W.J.Klasen.

Oosterhof en Van der Valk voornoemd zijn dezerzijds, ingevolge het bepaalde in artikel 35 lid 1 van het Reglement op de Centrale Markt, gestraft met ontneming van het recht van toegang tot die markt voor den tijd van veertien dagen, namelijk van 22 December 1941 tot en met 4 Januari 1942.

Ik ben van meening, dat Oosterhof en Van der Valk voor langeren tijd van de Centrale Markt moeten worden geweerd en ik geef U mitsdien beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat Oosterhof en Van der Valk in aansluiting op mijn straf, overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid van bovenaangehaald artikel, door den Burgemeester van Amsterdam worden gestraft met ontneming van het recht van toegang voor den tijd van zes maanden, zulks met ingang van 5 Januari a.s.

Oosterhof en Van der Valk voornoemd hebben zich tevoren nimmer aan eenig strafbaar feit op de Centrale Markt schuldig gemaakt.

De Directeur, Dit document betreft een verzoek van de directeur van de Centrale Markt in Amsterdam aan de wethouder voor Levensmiddelen om een zware tuchtrechtelijke straf op te leggen. De kernpunten zijn:

  • Het incident: Twee 'overkruiers' (hulpkrachten die goederen vervoeren op de markt), Oosterhof en Van der Valk, zijn betrapt op de diefstal van twee zakken aardappelen van een collega.
  • Reeds opgelegde straf: De directeur heeft hen reeds een directe schorsing van twee weken opgelegd (op basis van Art. 35 lid 1 van het marktreglement).
  • Voorgestelde verzwaring: Gezien de ernst van het vergrijp (diefstal), vindt de directeur een ban van veertien dagen onvoldoende. Hij verzoekt de wethouder om de Burgemeester te laten overgaan tot een ontzegging van de toegang voor zes maanden (op basis van Art. 35 lid 2).
  • Strafblad: De directeur vermeldt expliciet dat het om een eerste vergrijp gaat, wat gebruikelijk is bij dergelijke voordrachten om de proportionaliteit van de voorgestelde straf te kunnen wegen. Het document dateert van december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Deze context is cruciaal voor het begrijpen van de ernst van het vergrijp:

  • Voedselschaarste: In 1941 was de distributie van levensmiddelen in volle gang en heerste er groeiende schaarste. Aardappelen waren een basisbehoefte en strikt gerantsoeneerd. Diefstal van voedsel werd in deze periode zeer zwaar opgenomen, omdat het de officiële voedselvoorziening ondermijnde.

  • Controle op de Centrale Markt: De Centrale Markthallen in Amsterdam waren het zenuwcentrum van de voedseldistributie. Toezicht was extreem streng om zwarte handel en diefstal te voorkomen.
  • Bevoegdheden: De burgemeester van Amsterdam was in 1941 de regeringscommissaris Edward Voûte (aangesteld door de bezetter). Het feit dat de directeur van de markt de wethouder vraagt om de burgemeester in te schakelen voor een schorsing van zes maanden, toont aan hoe de bestuurlijke lijnen liepen bij ernstige overtredingen van de openbare orde en economische discipline.
  • Sociale geografie: De genoemde adressen (Minahassastraat en Madurastraat) liggen in de Indische Buurt in Amsterdam-Oost, een wijk waar destijds veel arbeiders en marktpersoneel woonden.

Samenvatting

Dit document betreft een verzoek van de directeur van de Centrale Markt in Amsterdam aan de wethouder voor Levensmiddelen om een zware tuchtrechtelijke straf op te leggen. De kernpunten zijn:

  • Het incident: Twee 'overkruiers' (hulpkrachten die goederen vervoeren op de markt), Oosterhof en Van der Valk, zijn betrapt op de diefstal van twee zakken aardappelen van een collega.
  • Reeds opgelegde straf: De directeur heeft hen reeds een directe schorsing van twee weken opgelegd (op basis van Art. 35 lid 1 van het marktreglement).
  • Voorgestelde verzwaring: Gezien de ernst van het vergrijp (diefstal), vindt de directeur een ban van veertien dagen onvoldoende. Hij verzoekt de wethouder om de Burgemeester te laten overgaan tot een ontzegging van de toegang voor zes maanden (op basis van Art. 35 lid 2).
  • Strafblad: De directeur vermeldt expliciet dat het om een eerste vergrijp gaat, wat gebruikelijk is bij dergelijke voordrachten om de proportionaliteit van de voorgestelde straf te kunnen wegen.

Historische Context

Het document dateert van december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Deze context is cruciaal voor het begrijpen van de ernst van het vergrijp:

  1. Voedselschaarste: In 1941 was de distributie van levensmiddelen in volle gang en heerste er groeiende schaarste. Aardappelen waren een basisbehoefte en strikt gerantsoeneerd. Diefstal van voedsel werd in deze periode zeer zwaar opgenomen, omdat het de officiële voedselvoorziening ondermijnde.
  2. Controle op de Centrale Markt: De Centrale Markthallen in Amsterdam waren het zenuwcentrum van de voedseldistributie. Toezicht was extreem streng om zwarte handel en diefstal te voorkomen.
  3. Bevoegdheden: De burgemeester van Amsterdam was in 1941 de regeringscommissaris Edward Voûte (aangesteld door de bezetter). Het feit dat de directeur van de markt de wethouder vraagt om de burgemeester in te schakelen voor een schorsing van zes maanden, toont aan hoe de bestuurlijke lijnen liepen bij ernstige overtredingen van de openbare orde en economische discipline.
  4. Sociale geografie: De genoemde adressen (Minahassastraat en Madurastraat) liggen in de Indische Buurt in Amsterdam-Oost, een wijk waar destijds veel arbeiders en marktpersoneel woonden.

Gerelateerde Documenten 6