Ambtsbrief / Kennisgeving van marktontzegging.
Origineel
Ambtsbrief / Kennisgeving van marktontzegging. 19 januari 1942. De Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte). Den heer L. Verwey, Jr., Vogelenzangstraat 57, Amsterdam (W). [Linksboven stempels en nummers:]
№ 77/98/5
M. 1941 20/7 - 42
L.M. 54/1 -1942-
[Linksmarge handgeschreven:]
v
e Broers [?]
46
acc:
yb
[Rechtsboven handgeschreven:]
Marktbr
[Adressering:]
Aan den heer L.Verwey, Jr.
Vogelenzangstraat 57,
A_L_H_I_E_R(W).
[Datum en aantekening rechts:]
19 Januari 1942.
[Handgeschreven:] M. Du [met rood vinkje]
M Broese [?]
[Inhoud:]
Ik deel U mede te hebben besloten om den termijn van veertien dagen, gedurende welken de Directeur van het Marktwezen U het recht van toegang tot de Centrale Markt heeft ontnomen, voor zes maanden te verlengen, aangezien U zich aldaar op 30 December 1941 aan wangedrag en verstoring van de orde hebt schuldig gemaakt.
U kunt derhalve weder op 19 Juli 1942 tot de Centrale Markt worden toegelaten.
vM
De Burgemeester van Amsterdam,
(get.) Voûte
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN [stempel] * Onderwerp: De verlenging van een toegangsverbod voor de Centrale Markt in Amsterdam. De oorspronkelijke straf van 14 dagen (opgelegd door de Directeur van het Marktwezen) wordt door de burgemeester verzwaard naar zes maanden.
* Reden: De geadresseerde, L. Verwey Jr., heeft zich op 30 december 1941 schuldig gemaakt aan "wangedrag en verstoring van de orde" op het marktterrein.
* Juridische context: De burgemeester oefent hier zijn tuchtrechtelijke macht uit over de gemeentelijke instellingen (het Marktwezen). De Centrale Markt (tegenwoordig Food Center Amsterdam) was van vitaal belang voor de voedselvoorziening, waardoor ordehandhaving daar strikt was.
* Administratieve sporen: De verschillende nummers (77/98/5, M.1941, L.M. 54/1) wijzen op een zorgvuldige archivering door verschillende afdelingen (M. waarschijnlijk voor Marktwezen, L.M. voor Lokale Maatregelen of een vergelijkbare afdeling). Dit document stamt uit januari 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Amsterdam stond op dat moment onder het bestuur van de regeringscommissaris-burgemeester Edward Voûte, die door de bezetter was aangesteld.
In deze periode was de schaarste groot en de distributie van voedsel streng gereguleerd. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat was de spil van de Amsterdamse voedselvoorziening. Incidenten op de markt werden hoog opgenomen, omdat ze de precaire voedseldistributie konden verstoren. De term "wangedrag" kon in die tijd variëren van een fysieke vechtpartij of zwarte handel tot aan politiek gemotiveerd protest tegen de bezettingsautoriteiten of hun handlangers. Voor een marktkoopman of transporteur betekende een verbod van zes maanden een ernstige inperking van de broodwinning.