Administratief bijblad (Model No. 14, Algemene Zaken) betreffende marktwezen.
Origineel
Administratief bijblad (Model No. 14, Algemene Zaken) betreffende marktwezen. [Kader linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. [vignet] No. 104/10/I, 1941
DOORGEZONDEN: 19/12 -'41.
[Handgeschreven tekst bovenzijde]
A. Groen, pl 44 Joubertstraat
Oproepen 24-12-'41 de Boer
24 p 31/12 '41 10 1/2-12
[Midden links]
heeft met ingang van heden
plaats op: 31-12-'41
de Boer.
[Midden, groot opschrift]
Joubertstraat
[Rechtsonder ‘Joubertstraat’]
advies 12-12-'41 de Haas
19-12-'41
Den Heer Inspecteur
[Hoofdtekst]
Aangezien de markt Joubertstraat al zoo slecht bezet is zou ik U in overweging willen geven het verzoek niet toe te staan, want wat is handel voor de markt, hij moet toch ergens van leven –
[w.g.] J. Renz
[Onderaan midden]
Gezien: J. Renz
voor gezien teekenen amb.
J.R. 5 7/42
[Linkermarge onderaan]
H. Renz,
per 7/1 '42
afwezen amb.
vold: 6/1 '42
[Rechtsonderaan]
onbegrepen
B 16/1 43 Het document betreft een ambtelijke beoordeling van een verzoek (waarschijnlijk voor een standplaats of wijziging in nering) door A. Groen voor plek 44 op de markt in de Joubertstraat.
De kern van het document is het advies van J. Renz (waarschijnlijk de marktmeester of een inspecteur) op 19 december 1941. Hij adviseert negatief ("het verzoek niet toe te staan"). Zijn argumentatie is sociaal-economisch van aard: hij stelt dat de markt in de Joubertstraat al erg "slecht bezet" is. Hij vreest dat een extra handelaar daar geen droog brood kan verdienen ("hij moet toch ergens van leven").
Ondanks een eerdere notitie dat er per 31-12-41 een plaats zou zijn, lijkt het verzoek uiteindelijk op 7 januari 1942 te zijn afgewezen ("afwezen amb."). De latere aantekening "onbegrepen" uit januari 1943 duidt op een latere administratieve onduidelijkheid over de status van dit dossier. De datum (december 1941) en locatie (Joubertstraat, Transvaalbuurt) zijn historisch zeer beladen. De Joubertstraatmarkt was in 1941 door de Duitse bezetter aangewezen als een van de "Jodenmarkten" in Amsterdam. Joodse marktkooplieden mochten alleen nog op specifieke markten staan, en niet-Joodse burgers mochten daar vaak niet meer kopen. De opmerking van Renz dat de markt "zoo slecht bezet" is, weerspiegelt de economische malaise en de ontwrichting van het sociale leven in de buurt als gevolg van de anti-Joodse maatregelen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De ambtenaar probeert hier ogenschijnlijk de aanvrager te beschermen tegen een onhoudbare economische positie in een stervende markt. A. Groen H. Renz J. Renz M. No Marktwezen