Archief 745
Inventaris 745-368
Pagina 46
Dossier 83
Jaar 1942
Stadsarchief

Officieel schrijven (afschrift van een rondschrijven).

24/26 januari 1942 (met een latere aantekening van 25 februari 1942). Van: De Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandsche Zaken (H.W.J. Mulder). Aan: De heren burgemeesters (in dit geval gericht aan/ontvangen door het stadhuis van Amsterdam).

Origineel

Officieel schrijven (afschrift van een rondschrijven). 24/26 januari 1942 (met een latere aantekening van 25 februari 1942). De Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandsche Zaken (H.W.J. Mulder). De heren burgemeesters (in dit geval gericht aan/ontvangen door het stadhuis van Amsterdam). No.301 A.Z.1942 Afschrift.

№ 1/15/1 M. 1942 DEPARTEMENT VAN BINNENLANDSCHE ZAKEN.

Betreffende inmenging van Nr.1162 Afd.B.B. Bur.O.O. & V.
ortskommandanten in het
Nederlandsch civieel bestuur. 's-Gravenhage, 24/26 Januari 1942.
25 Februari

      Eenigen tijd geleden werden mij enkele gevallen gerapporteerd, welke op een in-

menging van Duitsche ortskommandanten in het Nederlandsch civiele bestuur zouden kun-
nen duiden.
Ik heb mij terzake tot den Commissaris-Generaal voor Bestuur en Justitie gewend,
die zijnerzijds den Bevelhebber der Duitsche Weermacht in Nederland geraadpleegd
heeft. Bij dat overleg en het naar aanleiding daarvan ingesteld onderzoek is geble-
ken, dat in de evenbedoelde gevallen van een misverstand sprake was en dat van Duitse-
sche zijde geen ingrijpen van Ortskommandanten in Nederlandsche civiele bestuursaan-
gelegenheden beoogd en - indien dit van de zijde der desbetreffende burgemeesters
niettemin zoo opgevat werd - in de practijk niet goedgekeurd werd.
Ik meen goed te doen U hiermede in kennis te stellen.
In verband met het vorenstaande geef ik U in overweging om, indien een particu-
lier zich op een Ortskommandant mocht beroepen om in te gaan tegen een beslissing of
een bevel van een burgemeester ten aanzien van een aangelegenheid, welke tot diens
bevoegdheden behoort, U, zoo rechtstreeks overleg met den Ortskommandant niet moge-
lijk is of geen resultaat heeft, terstond met het Bureau van den Beauftragte des
Reichskommissars in Uw provincie of met de Wehrmachtskommandantur, waaronder de des-
betreffende Ortskommandant ressorteert, in verbinding te stellen en dezen de in de
tweede alinea van dit rondschrijven omschreven beslissing onder de aandacht te bren-
gen. Tevens ware den Commissaris der provincie met het voorgevallene terstond in
kennis te stellen.
Ik moge U verzoeken met het vorenstaande rekening te houden.

                                                                  De Secretaris-Generaal van het

Aan Heeren Burgemeesters. Departement van Binnenlandsche Zaken,
(get) H.W.J.Mulder
10.S.G.
C.S.Stadhuis
A'dam 3-'42 Voor eensluidend afschrift,
de Gemeentesecretaris van Amsterdam,
J.F.FRANKEN. * Taalgebruik: Het document is geschreven in de formele, ambtelijke stijl van de vroege jaren '40, inclusief de toen geldende spelling (bijv. "Nederlandsch", "Duitsche", "eenigen tijd").
* Inhoud: De kern van de brief is een reactie op klachten over Duitse lokale militaire commandanten (Ortskommandanten) die zich bemoeiden met het lokale Nederlandse bestuur. Het Departement stelt, na overleg met de bezetter, dat dit berust op "misverstanden" en niet officieel wordt gesteund. Er wordt een instructie gegeven aan burgemeesters hoe zij moeten handelen als burgers proberen via de Duitse autoriteiten gelijk te krijgen tegenover de burgemeester.
* Toon: De toon is voorzichtig en bureaucratisch. Het probeert een balans te vinden tussen het handhaven van de schijn van een onafhankelijk Nederlands bestuur en de realiteit van de Duitse bezettingsmacht. * Historische periode: De brief dateert uit het begin van 1942, de periode waarin de Duitse bezetting van Nederland zich verhardde. Het Nederlandse ambtenarenapparaat bleef onder toezicht van de Duitsers functioneren.
* Bestuurlijke structuur: De brief noemt belangrijke organen van de bezettingsadministratie, zoals de Commissaris-Generaal voor Bestuur en Justitie (Friedrich Wimmer) en de Beauftragte des Reichskommissars (de Duitse toezichthouder op provinciaal niveau).
* H.W.J. Mulder: Als Secretaris-Generaal van Binnenlandse Zaken was Mulder een topambtenaar die moest manoeuvreren tussen de eisen van de bezetter en de belangen van het Nederlandse binnenlandse bestuur.
* Belang: Dit document illustreert de dagelijkse frictie tussen het Nederlandse civiele bestuur en de Duitse militaire macht. Het laat zien hoe het departement probeerde de bevoegdheden van burgemeesters te beschermen tegen individuele interventies van lokale commandanten door gebruik te maken van de officiële Duitse hiërarchie. De kopie is bestemd voor het stadhuis van Amsterdam, wat aangeeft dat dit een algemeen rondschrijven was aan alle grote gemeenten.

Samenvatting

  • Taalgebruik: Het document is geschreven in de formele, ambtelijke stijl van de vroege jaren '40, inclusief de toen geldende spelling (bijv. "Nederlandsch", "Duitsche", "eenigen tijd").
  • Inhoud: De kern van de brief is een reactie op klachten over Duitse lokale militaire commandanten (Ortskommandanten) die zich bemoeiden met het lokale Nederlandse bestuur. Het Departement stelt, na overleg met de bezetter, dat dit berust op "misverstanden" en niet officieel wordt gesteund. Er wordt een instructie gegeven aan burgemeesters hoe zij moeten handelen als burgers proberen via de Duitse autoriteiten gelijk te krijgen tegenover de burgemeester.
  • Toon: De toon is voorzichtig en bureaucratisch. Het probeert een balans te vinden tussen het handhaven van de schijn van een onafhankelijk Nederlands bestuur en de realiteit van de Duitse bezettingsmacht.

Historische Context

  • Historische periode: De brief dateert uit het begin van 1942, de periode waarin de Duitse bezetting van Nederland zich verhardde. Het Nederlandse ambtenarenapparaat bleef onder toezicht van de Duitsers functioneren.
  • Bestuurlijke structuur: De brief noemt belangrijke organen van de bezettingsadministratie, zoals de Commissaris-Generaal voor Bestuur en Justitie (Friedrich Wimmer) en de Beauftragte des Reichskommissars (de Duitse toezichthouder op provinciaal niveau).
  • H.W.J. Mulder: Als Secretaris-Generaal van Binnenlandse Zaken was Mulder een topambtenaar die moest manoeuvreren tussen de eisen van de bezetter en de belangen van het Nederlandse binnenlandse bestuur.
  • Belang: Dit document illustreert de dagelijkse frictie tussen het Nederlandse civiele bestuur en de Duitse militaire macht. Het laat zien hoe het departement probeerde de bevoegdheden van burgemeesters te beschermen tegen individuele interventies van lokale commandanten door gebruik te maken van de officiële Duitse hiërarchie. De kopie is bestemd voor het stadhuis van Amsterdam, wat aangeeft dat dit een algemeen rondschrijven was aan alle grote gemeenten.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Eijpe Waterlooplein
A. Eijpe Waterlooplein x
A.J.M. Ruhe Waterlooplein
A. Lagendijk Waterlooplein
A.C. Lagendijk Waterlooplein Wehrmacht
A.C. Loogman Waterlooplein
A.C. Loogman Waterlooplein
A.C. Pagendijk Waterlooplein rijdt voor Wehrmacht
A. de Bruin Waterlooplein
A. de Knijper Waterlooplein
A.R. Kuiper Waterlooplein
Abraham de Vries Waterlooplein houtgasgen.
A. Bosse Waterlooplein
A.H. Geerts Waterlooplein
A. Hoogins Waterlooplein driewieler aard ± 10 H.L.
A.W. Schouten Waterlooplein
A.W. Schouten Waterlooplein
A Janna [...] Waterlooplein
A. Jansen Waterlooplein
Abraham de Vries Waterlooplein houtgasgen.
Abraham de Vries Waterlooplein houtgasgen.
A. Wouters Waterlooplein
A.J. Pijnaker Waterlooplein
A.J. Pijnaker Waterlooplein
A.P. Tabak Waterlooplein
Aron Stodel Jr. Waterlooplein
A.P. Tabak Waterlooplein
A. Th. Boore Waterlooplein
A. Th. Sijperts Waterlooplein
Alle 100 kooplieden →