Archief 745
Inventaris 745-368
Pagina 72
Dossier 92
Jaar 1942
Stadsarchief

Archiefdocument

Origineel

  • 2 -

  • Onder vestiging van een inrichting, als in het vorig lid bedoeld, wordt voor de toepassing van dit besluit verstaan het in een inrichting ten aanzien van het publiek doen aanvangen van de uitoefening van een tak van bedrijf.

  • Onder vestiging van een inrichting, als in het eerste lid bedoeld, wordt voor de toepassing van dit besluit niet verstaan het opnieuw ten aanzien van het publiek doen aanvangen door denzelfden ondernemer of door dezelfde ondernemers en in dezelfde inrichting van de uitoefening van den betreffenden tak, nadat deze uitoefening minder dan een jaar onderbroken is geweest.

Artikel 4.
Vergunning, als bedoeld in het eerste lid van het vorig artikel, is niet vereischt ingeval van verplaatsing van een inrichting naar een ander, binnen dezelfde gemeente gelegen perceel.

Artikel 5.
1. Het is verboden een onderneming, bestemd of mede bestemd voor de uitoefening van een tak van bedrijf, welke anders dan in een inrichting wordt uitgeoefend, voorzoover die uitoefening betreft, te vestigen zonder vergunning van den Secretaris-Generaal of van een door dezen aan te wijzen gemachtigde.
2. Onder vestiging van een onderneming, als in het vorig lid bedoeld, wordt voor de toepassing van dit besluit verstaan het in een onderneming ten aanzien van het publiek doen aanvangen van de uitoefening van een tak van bedrijf.
3. Onder vestiging van een onderneming, als in het eerste lid bedoeld, wordt voor de toepassing van dit besluit niet verstaan het opnieuw ten aanzien van het publiek doen aanvangen door denzelfden ondernemer of door dezelfde ondernemers en in dezelfde onderneming van de uitoefening van den betreffenden tak, nadat deze uitoefening minder dan een jaar onderbroken is geweest.

Artikel 6.
1. Vergunning, als bedoeld in de artikelen 3 en 5, moet schriftelijk worden aangevraagd onder gelijktijdige inzending van een bedrag van vijf gulden.
2. De aanvrage geschiedt door dengene, die bij de vestiging van de inrichting of van de onderneming als ondernemer zal optreden, of, indien er twee of meer ondernemers zullen zijn, door hen gezamenlijk.

Artikel 7.
1. Indien de Secretaris-Generaal of de door dezen aan te wijzen gemachtigde besluit tot het verleenen der vergunning, verstrekt hij den aanvrager, of, indien er twee of meer aanvragers zijn, aan hen gezamenlijk, daarvan een gedagteekend bewijs, waarin vermeld zijn:
a. de naam van den ondernemer of de namen van de ondernemers;
b. de tak van bedrijf, waarop de vergunning betrekking heeft;
c. voorzoover de vergunning betrekking heeft op de vestiging van een inrichting: de gemeente en het perceel, waarin de inrichting zal worden gevestigd.
2. Het model van dit bewijs wordt door den Secretaris-Generaal van de Departementen van Handel, Nijverheid en Scheepvaart en van Landbouw en Visscherij vastgesteld.

--- * Tekstkenmerken: Het document is opgesteld in een ambtelijke, juridische stijl met de toen gangbare spelling (bijv. "denzelfden", "gedagteekend", "voorzoover"). Er zijn enkele lichte typefouten of inktvlekken zichtbaar, maar de tekst is zeer goed leesbaar.
* Structuur: De pagina bevat de resterende leden van Artikel 3 (hoewel het nummer van het artikel op de vorige pagina moet staan), gevolgd door de volledige artikelen 4 tot en met 7.
* Inhoud: De kern van de tekst draait om het reguleren van ondernemerschap. Het verbiedt het starten van een bedrijfstak zonder uitdrukkelijke toestemming (vergunning) van overheidswege. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen een 'inrichting' (fysieke locatie) en een 'onderneming' (de activiteit zelf). Interessant is de bepaling dat een onderbreking van minder dan een jaar niet als een nieuwe vestiging wordt gezien, wat waarschijnlijk administratieve rompslomp bij tijdelijke sluiting moest voorkomen.

--- Dit document is hoogstwaarschijnlijk een onderdeel van het Vestigingsbesluit 1941. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland werden de ministeries geleid door Secretarissen-Generaal, omdat de ministers naar Londen waren uitgeweken. De macht om besluiten met kracht van wet uit te vaardigen lag bij deze Secretarissen-Generaal, onder toezicht van het Duitse bestuur (het Reichskommissariat).

De specifieke vermelding van de "Secretaris-Generaal van de Departementen van Handel, Nijverheid en Scheepvaart en van Landbouw en Visscherij" in Artikel 7, lid 2, bevestigt deze periode. Dergelijke wetgeving was bedoeld om de economie strakker te beheersen en te reguleren (de zogenaamde 'ordening' van het bedrijfsleven), vaak als voorbereiding op de volledige inschakeling van de Nederlandse economie in de Duitse oorlogvoering. De vergunningsplicht gaf de overheid een instrument om ongewenste (bijvoorbeeld Joodse of politiek onbetrouwbare) ondernemers te weren of bedrijven te saneren.

Samenvatting

  • Tekstkenmerken: Het document is opgesteld in een ambtelijke, juridische stijl met de toen gangbare spelling (bijv. "denzelfden", "gedagteekend", "voorzoover"). Er zijn enkele lichte typefouten of inktvlekken zichtbaar, maar de tekst is zeer goed leesbaar.
  • Structuur: De pagina bevat de resterende leden van Artikel 3 (hoewel het nummer van het artikel op de vorige pagina moet staan), gevolgd door de volledige artikelen 4 tot en met 7.
  • Inhoud: De kern van de tekst draait om het reguleren van ondernemerschap. Het verbiedt het starten van een bedrijfstak zonder uitdrukkelijke toestemming (vergunning) van overheidswege. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen een 'inrichting' (fysieke locatie) en een 'onderneming' (de activiteit zelf). Interessant is de bepaling dat een onderbreking van minder dan een jaar niet als een nieuwe vestiging wordt gezien, wat waarschijnlijk administratieve rompslomp bij tijdelijke sluiting moest voorkomen.

Historische Context

Dit document is hoogstwaarschijnlijk een onderdeel van het Vestigingsbesluit 1941. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland werden de ministeries geleid door Secretarissen-Generaal, omdat de ministers naar Londen waren uitgeweken. De macht om besluiten met kracht van wet uit te vaardigen lag bij deze Secretarissen-Generaal, onder toezicht van het Duitse bestuur (het Reichskommissariat).

De specifieke vermelding van de "Secretaris-Generaal van de Departementen van Handel, Nijverheid en Scheepvaart en van Landbouw en Visscherij" in Artikel 7, lid 2, bevestigt deze periode. Dergelijke wetgeving was bedoeld om de economie strakker te beheersen en te reguleren (de zogenaamde 'ordening' van het bedrijfsleven), vaak als voorbereiding op de volledige inschakeling van de Nederlandse economie in de Duitse oorlogvoering. De vergunningsplicht gaf de overheid een instrument om ongewenste (bijvoorbeeld Joodse of politiek onbetrouwbare) ondernemers te weren of bedrijven te saneren.

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Paling Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 100

A. Eijpe Waterlooplein
A. Eijpe Waterlooplein x
A.J.M. Ruhe Waterlooplein
A. Lagendijk Waterlooplein
A.C. Lagendijk Waterlooplein Wehrmacht
A.C. Loogman Waterlooplein
A.C. Loogman Waterlooplein
A.C. Pagendijk Waterlooplein rijdt voor Wehrmacht
A. de Bruin Waterlooplein
A. de Knijper Waterlooplein
A.R. Kuiper Waterlooplein
Abraham de Vries Waterlooplein houtgasgen.
A. Bosse Waterlooplein
A.H. Geerts Waterlooplein
A. Hoogins Waterlooplein driewieler aard ± 10 H.L.
A.W. Schouten Waterlooplein
A.W. Schouten Waterlooplein
A Janna [...] Waterlooplein
A. Jansen Waterlooplein
Abraham de Vries Waterlooplein houtgasgen.
Abraham de Vries Waterlooplein houtgasgen.
A. Wouters Waterlooplein
A.J. Pijnaker Waterlooplein
A.J. Pijnaker Waterlooplein
A.P. Tabak Waterlooplein
Aron Stodel Jr. Waterlooplein
A.P. Tabak Waterlooplein
A. Th. Boore Waterlooplein
A. Th. Sijperts Waterlooplein
Alle 100 kooplieden →