Getypte pagina uit een wettelijk besluit of verordening.
Origineel
Getypte pagina uit een wettelijk besluit of verordening. - 3 -
Artikel 8.
De vergunning vervalt, indien de vestiging van de betreffen-
de inrichting of onderneming alsdan nog niet heeft plaats gehad,
drie maanden na de dagteekening van het in het vorig artikel be-
doelde bewijs.
Artikel 9.
1. Met hechtenis van ten hoogste twee weken of geldboete van ten
hoogste vijfhonderd gulden wordt gestraft:
a. hij die een inrichting of een onderneming vestigt zonder de
daartoe ingevolge dit besluit vereischte vergunning ;
b. hij die in een inrichting of in een onderneming, gevestigd
zonder daartoe ingevolge dit besluit vereischte vergunning,
den tak van bedrijf uitoefent, met betrekking tot welken die
vestiging is geschied.
2. Een afzonderlijke straf kan worden opgelegd voor iederen dag, ge-
durende welken in een inrichting of in een onderneming, gevestigd
zonder daartoe ingevolge dit besluit vereischte vergunning, de
tak van bedrijf is uitgeoefend, met betrekking tot welken die ves-
tiging is geschied.
3. Bij veroordeeling wegens een der in het eerste lid strafbaar ge-
stelde feiten kan als bijkomende straf worden opgelegd het verbod
van uitoefening in de betreffende inrichting of onderneming van
den tak van bedrijf, met betrekking tot welken het feit is ge-
pleegd.
4. De bij dit artikel strafbaar gestelde feiten worden als overtre-
dingen beschouwd.
Artikel 10.
1. Hij die opzettelijk handelt in strijd met een verbod, als bedoeld
in het derde lid van het vorig artikel, wordt gestraft met gevan-
genisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoog-
ste drieduizend gulden.
2. Het feit wordt als misdrijf beschouwd.
Artikel 11.
Indien een der feiten, in de artikelen 9 en 10 strafbaar ge-
steld, wordt begaan door of vanwege een rechtspersoon, wordt de
strafvervolging ingesteld en de straf uitgesproken tegen hen, die
tot het feit opdracht gaf of die de feitelijke leiding had bij
het verboden handelen.
Artikel 12.
1. Met het opsporen van de bij dit besluit strafbaar gestelde feiten
zijn, behalve de bij of krachtens artikel 141 van het Wetboek
van Strafvordering aangewezen personen, belast zij, die bij of
krachtens artikel 15 van de Vestigingswet Kleinbedrijf 1937 met
het opsporen van de bij die wet strafbaar gestelde feiten zijn
belast.
2. De opsporingsambtenaren zijn te allen tijde bevoegd om in beslag
te nemen zoomede ter inbeslagneming de uitlevering te vorderen
van alle voor inbeslagneming vatbare voorwerpen.
3. De in het vorig lid bedoelde ambtenaren hebben te allen tijde
vrijen toegang tot alle plaatsen, waar een tak van bedrijf wordt
uitgeoefend, of ten aanzien waarvan redelijkerwijze vermoed kan
worden, dat zulks aldaar geschiedt. Wordt hun de toegang gewei-
gerd of belemmerd of wordt hun op aanmelding tot toelating niet
geantwoord, dan verschaffen zij zich den toegang desnoods met in-
roeping van den sterken arm.
--- Dit document bevat de strafbepalingen en handhavingsregels behorende bij een besluit dat de vestiging van bedrijven reguleert.
- Artikel 8 stelt een termijn aan de geldigheid van een verleende vergunning (drie maanden).
- Artikel 9 definieert overtredingen: het vestigen of exploiteren van een bedrijf zonder de benodigde vergunning. De strafmaat is maximaal twee weken hechtenis of 500 gulden boete, eventueel cumulatief per dag.
- Artikel 10 schaalt de straf op naar een misdrijf (maximaal 6 maanden cel) wanneer iemand doelbewust een eerder opgelegd verbod negeert.
- Artikel 11 regelt de aansprakelijkheid van rechtspersonen, waarbij de last bij de feitelijk leidinggevende wordt gelegd.
- Artikel 12 definieert de opsporingsbevoegdheden. Het geeft ambtenaren het recht tot inbeslagname en toegang tot bedrijfspanden, waarbij expliciet wordt vermeld dat zij "den sterken arm" (politiehulp) mogen inroepen bij weigering.
--- De tekst refereert direct aan de Vestigingswet Kleinbedrijf 1937. Deze wet werd in Nederland ingevoerd tijdens de economische crisis van de jaren '30 om de kwaliteit en stabiliteit van het midden- en kleinbedrijf te bewaken door eisen te stellen aan ondernemers (zoals vakbekwaamheid en kredietwaardigheid).
Dit specifieke blad lijkt afkomstig uit een uitvoeringsbesluit of een lokale verordening die de handhaving van deze wet nader specificeert. De archaïsche taal ("den tak van bedrijf", "den sterken arm") en het gebruik van de gulden als munteenheid passen in de juridische context van het midden van de 20e eeuw in Nederland. De strenge toon ten aanzien van ongeoorloofde vestiging wijst op een strak gereguleerde economische omgeving.