Officiële brief/geleidebiljet van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële brief/geleidebiljet van de Gemeente Amsterdam. 17 april 1942. GEMEENTE AMSTERDAM
Bevolkingsregister & Verkiezingen,
AFD. No. 11-47
BIJLAGEN 6
AMSTERDAM, 17 April 1942
Pl. Kerklaan 36/38
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER VAN DIT SCHRIJVEN EN DE AFDEELING TE VERMELDEN.
[Paars stempel:] Nº 1/28/1 M. 1942 20/4
Onder toezending van bijgaande Openbare Kennisgeving, waarvan de publicatie verplichtend is gesteld bij artikel 112 van het Besluit Bevolkingsboekhouding 1936, No. 342 (Staatsblad 1936), verzoek ik U beleefd deze in de ruimte bestemd voor het publiek van Uw bureau te doen ophangen of opplakken.
Met dank voor Uw bereidwilligheid,
De Administrateur, Chef der Afdeeling Bevolkingsregister & Verkiezingen,
[Ondertekening, handgeschreven:] (R. Pier)
Coll: hk
Aan Den Heer Directeur van het Marktwezen
Jan v. Galenstr: 14
Amsterdam W
[Handgeschreven aantekeningen rechtsonder:]
* Gedistribueerd en opgehangen.
1e. H.K.
1e. V.M.
1e. C.M.
3e. Dagen
[Geparafeerd] 24/4-'42
[Linksonder, kleine druk:]
G.A. 5
Stadsdrukkerij Amsterdam
14621-7-41-10.000 Dit document is een ambtelijk schrijven van de gemeente Amsterdam, specifiek van de afdeling Bevolkingsregister & Verkiezingen, gevestigd aan de Plantage Kerklaan. De brief dient als geleidebrief voor zes bijlagen (Openbare Kennisgevingen).
De kern van de brief is het dwingende verzoek aan de Directeur van het Marktwezen om deze kennisgevingen op te hangen in publiek toegankelijke ruimtes. De juridische basis hiervoor is artikel 112 van het Besluit Bevolkingsboekhouding 1936.
Rechtsonder is met de hand genoteerd dat de biljetten inderdaad zijn "gedistribueerd en opgehangen" op 24 april 1942, zeven dagen na de dagtekening van de brief. De initialen (H.K., V.M., C.M.) verwijzen vermoedelijk naar de specifieke locaties of medewerkers die verantwoordelijk waren voor de uitvoering op het terrein van de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat. Hoewel het Besluit Bevolkingsboekhouding uit 1936 stamt (voor de oorlog), kreeg de strikte uitvoering hiervan tijdens de Duitse bezetting een sinistere lading. De datum, 17 april 1942, is cruciaal. In deze periode van de Tweede Wereldoorlog was het Bevolkingsregister een essentieel instrument voor de bezetter om de bevolking te controleren en specifiek om de Joodse bevolking te registeren en te isoleren.
Kort na deze datum (eind april/begin mei 1942) werd bijvoorbeeld de Jodenster ingevoerd. Openbare kennisgevingen uit deze periode hadden vaak betrekking op nieuwe beperkende maatregelen, registratieplichten of oproepen voor de arbeidsinzet. Het feit dat deze biljetten bij het Marktwezen (de Centrale Markthallen) moesten worden opgehangen, was logisch: dit was een plek waar dagelijks duizenden mensen (handelaren en personeel) samenkwamen, waardoor een groot bereik van de overheidsboodschap werd gegarandeerd. De administratieve precisie waarmee de ontvangst en aanplakking is genoteerd, getuigt van de nauwgezette medewerking van het ambtelijk apparaat aan de vigerende wetgeving tijdens de bezetting.