Archiefdocument
Origineel
Vrijdag 29 mei 1942. No.140 P.W.1942. Nº 1/48/1 M.1942 9/6 Marktw.
526 Lm. 1942. Dekschuiten Bestratingswerf.
Gezien [handtekening/paraf]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam.
Vrijdag, 29 Mei 1942.
Op voorstel van den Wethouder voor de Publieke Werken wordt het volgende besluit genomen:
De Burgemeester van Amsterdam;
Gezien het rapport van den Directeur der Publieke Werken, dd. 5 Mei 1942, No. 92/Doss.30016 Bs.;
B e s l u i t :
I. den hoofden van Gemeentelijke Diensten en Bedrijven te herinneren aan het besluit van Burgemeester en Wethouders, dd. 1 December 1933, No. 62/250 P.W.1933, waarbij o.m. werd bepaald, dat alle Gemeentelijke Diensten en Bedrijven de benoodigde dekschuiten moeten betrekken van of door bemiddeling van de Bestratingswerf;
II. de aan de Bestratingswerf te betalen vergoeding voor het gebruik van de bedoelde dekschuiten, gerekend te zijn ingegaan op 1 Juni 1942, nader vast te stellen op f. 0.05 per ton en per dag.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeeling Publieke Werken (5 stuks) en voorts aan alle overige afdeelingen der Gemeentesecretarie, alsmede aan het Bureau Gemeentesecretaris en Algemeene Dienst (5 stuks), het Pensioenbureau en den Gemeenteontvanger.
C.S. Stadhuis Voor eensluidend extract,
A'dam 5-'42 de Gemeentesecretaris,
**(get.) J. F. FRANKEN** Dit document is een officieel uittreksel (extract) van een besluit van de burgemeester van Amsterdam. Het besluit heeft twee hoofddoelen:
- Centralisatie: Het herinnert alle gemeentelijke afdelingen aan de verplichting (al vastgelegd in 1933) om uitsluitend dekschuiten te huren via de gemeentelijke Bestratingswerf. Dit diende om wildgroei in inhuur te voorkomen en de eigen middelen efficiënt te gebruiken.
- Tariefstelling: Per 1 juni 1942 wordt een vast tarief vastgesteld voor het gebruik van deze schuiten: 5 cent (f. 0.05) per ton per dag.
Het document is breed verspreid binnen de ambtelijke organisatie, waaronder de Publieke Werken, de Gemeentesecretarie en de Gemeenteontvanger, om een uniforme uitvoering te waarborgen. Het document dateert van mei 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was Edward Voûte, een pro-Duitse burgemeester, aangesteld door de bezetter.
Hoewel de inhoud van het document puur administratief en logistiek van aard lijkt (het beheren van materieel voor stadsreparaties en transport), is de context van schaarste en strikte controle cruciaal. Tijdens de bezetting was er een groot tekort aan brandstof en transportmiddelen. Het centraliseren van de vloot dekschuiten onder de Bestratingswerf stelde het stadsbestuur in staat om schaarse middelen nauwgezet te rantsoeneren en de kosten te beheersen. De verwijzing naar het besluit uit 1933 duidt erop dat de gemeente in crisistijd teruggreep op bestaande centralisatiemaatregelen om de grip op de gemeentelijke huishouding te verstevigen.