Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 31 juli 1942. [Linksboven, handgeschreven:] № 1/63/1 M. 1942 12/8.
[Rechtsboven, handgeschreven:] Marktv [?]
No. 648 L.M. 1942 Opdracht P.W. (Grondbedrijf) tot instellen onderzoek huur groente-schoonmaakruimte.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam. [Paraaf in rood/blauw potlood rechtsboven]
Vrijdag, 31 Juli 1942.
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen, wordt het volgende besluit genomen:
De Burgemeester van Amsterdam,
Gezien het rapport van den Directeur van den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening, dd. 9 Juli 1942 No. 6236/CDL.;
B e s l u i t :
den Wethouder voor de Publieke Werken uit te noodigen, den Directeur van dien Dienst, afdeeling Grondbedrijf opdracht te geven, in overleg met den Directeur van den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening en den Gemeentelijken Adviseur voor Voedingsaangelegenheden over te gaan tot het instellen van een onderzoek naar de mogelijkheid tot het in de onmiddellijke omgeving van het keukengebouw aan de Utrechtschedwarsstraat huren van een benedenhuis, hetwelk voor groente-schoonmaakruimte ten behoeve van keuken voornoemd kan worden ingericht.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (3 stuks) en Publieke Werken (4 stuks).
Ol.
[Linksonder, handgeschreven:] v2-
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
G.S. Stadhuis,
A'dam, 8-'42. Dit document is een officieel besluit van het Amsterdamse gemeentebestuur uit de oorlogsperiode. Het betreft een logistieke uitbreiding van de voedselvoorziening in de stad. Concreet wordt de afdeling Publieke Werken opgedragen om te onderzoeken of er een benedenhuis gehuurd kan worden in de Utrechtschedwarsstraat. Deze ruimte moet dienen als 'groente-schoonmaakruimte' voor een nabijgelegen centrale keuken.
Het besluit illustreert de bureaucratische gang van zaken: het voorstel komt van de ene wethouder (Levensmiddelen), maar de uitvoering (het huren en technisch beoordelen van vastgoed) ligt bij een andere tak (Publieke Werken/Grondbedrijf). Er is sprake van een gecoördineerde inspanning tussen verschillende gemeentelijke diensten om de massale voedselbereiding te faciliteren. Het document dateert van 31 juli 1942, een cruciale en duistere periode in de geschiedenis van Amsterdam tijdens de Duitse bezetting.
1. Voedselvoorziening: Door de oorlogsschaarste en distributie werden 'centrale keukens' (ook wel volkskeukens genoemd) steeds belangrijker. Hier konden Amsterdammers tegen betaling of met bonnen een eenvoudige stamppotmaaltijd halen. De noodzaak om extra ruimtes te huren voor het schoonmaken van groenten duidt op een opschaling van deze diensten naarmate de tekorten nijpender werden.
2. Bestuur onder bezetting: In 1942 stond Amsterdam onder leiding van de door de Duitsers benoemde burgemeester Edward Voûte. Hoewel dit document een puur administratieve, civiele aangelegenheid lijkt, functioneerde het gehele stadsapparaat in deze periode onder streng toezicht van de bezetter.
3. De Jodenvervolging: Tragisch genoeg is juli 1942 ook de maand waarin de grootschalige deportaties van Joodse Amsterdammers naar de kampen in het Oosten begonnen. Terwijl de gemeente zich bezighield met het huren van panden voor groentereiniging, vond in dezelfde wijken (de Utrechtschedwarsstraat ligt in de buurt van de Jodenbuurt) de systematische uitsluiting en afvoer van een groot deel van de bevolking plaats. Dit contrast typeert de 'banaliteit' van de ambtelijke molen die gewoon doordraaide tijdens de Holocaust.