Uittreksel (Extract) uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Uittreksel (Extract) uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 21 augustus 1942. No.690 L.M.1942 Verantwoording kosten opslag producten van voor de Gemeente in cultuur gebrachte gronden.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam,
Vrijdag, 21 Augustus 1942.
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:
De Burgemeester van Amsterdam;
Gezien het schrijven van den Directeur van den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening van 29 Juli 1942 No.6688/330/C.D.L.
Gelet op het advies van den Wethouder voor de Financiën van 13 Augustus 1942 No.879/81.7 Fin.1942;
Gelet op zijn besluit van 12 December 1941 No.465;
B e s l u i t :
de kosten voor opslag en bewaring van diverse voor verdeeling onder de bevolking in aanmerking komende oogstproducten van door de afd. Grondbedrijf van den Dienst der Publieke Werken in cultuur gebrachte gronden, welke kosten zijn geraamd op rond f 50.000.-, te brengen ten laste van het sub B in zijn bovenvermeld besluit van 12 December 1941 No.465 genoemde krediet van f.55.000.- nadat dit krediet - in verband met de omstandigheid, dat daarover reeds tot een bedrag rond f.7.500.- is beschikt - zal zijn verhoogd.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (3 stuks), Publieke Werken (4 stuks) en Financiën (2 stuks).
(get.) J. F. FRANKEN
Voor eensluidend extract, de Gemeentesecretaris,
AB. [paraf]
C.S.Stadhuis
A'dam, 8-'42. Dit document is een officieel administratief besluit van de gemeente Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van het besluit is een budgettaire verschuiving: er wordt circa 50.000 gulden vrijgemaakt voor de opslag en bewaring van voedselproducten. Deze producten zijn geteeld op gronden die door de afdeling Grondbedrijf (onderdeel van Publieke Werken) in cultuur zijn gebracht.
Opvallend is de complexe naam van de verantwoordelijke wethouder ("Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen"), wat duidt op een verregaande samenvoeging van huishoudelijke en sociale diensten onder één bewind in oorlogstijd. De financiering wordt gedekt door een bestaand krediet uit 1941 te verhogen, aangezien het oorspronkelijke bedrag (f 55.000) al grotendeels was aangesproken. Het document dateert van augustus 1942, een periode waarin de voedselvoorziening in bezet Nederland steeds nijpender werd. De gemeente Amsterdam probeerde de voedselzekerheid te vergroten door zelf gronden in cultuur te brengen (stadslandbouw avant la lettre).
De burgemeester van Amsterdam was in deze periode Edward Voûte, die door de Duitse bezetter was aangesteld. De genoemde "Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening" speelde een cruciale rol in het distributiesysteem en de rantsoenering. De handgeschreven aantekening "Markhuizen" verwijst mogelijk naar de specifieke locatie waar de gronden of opslagruimtes zich bevonden (mogelijk de polder bij Markenbinnen/Markhuizen). Het document illustreert hoe de gemeentelijke bureaucratie zelfs onder bezetting en schaarste strikt volgens procedurele lijnen bleef werken.