Ambtelijk rapport/brief.
Origineel
Ambtelijk rapport/brief. 4 september 1942. De Bedrijfschef van de Centrale Markt. Rapport.
Ingevolge Uw opdracht heeft ondergetekende
een onderzoek ingesteld naar aanleiding van het schrijven
van een heer W. F. A. Peeseman, Egidiusstraat 9 I te
Amsterdam West, betreffende de bonen welk geplant
zijn op de plantsoenstrook langs de Jan van Galenstraat
bij het voetbalveld.
De in dit schrijven geopperde gedachte als zouden deze
bonen hier staan te bederven is ongegrond, daar het hier geen
sperciebonen, doch bruine bonen zijn. Vanzelfsprekend zullen
deze tot hun volle rijpheid moeten blijven hangen om daarna
gedroogd te worden.
Ik heb de schrijver van den brief hiervan op
de hoogte gesteld, die met deze verklaring zeer ingenomen was
omdat hij meende dat deze bonen totaal verloren waren.
N.B. Deze bonen zijn eigendom
der Gem. Amsterdam (Afd. Beplanting) A'dam, 4 Sept 1942
(verklaring Th. Mandersloot). De Controleur,
[Handtekening]
[Paraaf met datum 10/9/42]
Den Bedrijfschef
Centrale Markt.
[Handtekening] In dit document rapporteert een controleur over een melding van de heer Peeseman uit de Egidiusstraat. De burger was bezorgd dat bonen in een gemeentelijke groenstrook langs de Jan van Galenstraat stonden te "bederven". Na inspectie concludeert de controleur dat er geen sprake is van bederf: de burger dacht dat het sperziebonen waren (die groen gegeten worden), maar het bleken bruine bonen die juist aan de plant moeten drogen voor de oogst. De burger is hierover gerustgesteld. De controleur benadrukt dat de bonen eigendom zijn van de Afdeling Beplanting van de Gemeente Amsterdam. Het rapport is gedateerd op 4 september 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Vanwege de toenemende voedselschaarste werden in Amsterdam veel openbare plantsoenen en groenstroken gebruikt voor de teelt van gewassen, de zogenaamde "oorlogstuinen" of stadslandbouw. De grote bezorgdheid van een individuele burger over het mogelijk verloren gaan van een oogst is een direct gevolg van de voedselschaarste en distributie in die periode. De betrokkenheid van de "Bedrijfschef Centrale Markt" toont aan dat de voedselproductie binnen de stadsgrenzen onder strikt ambtelijk toezicht stond.