Doorslag van een ambtelijke brief.
Origineel
Doorslag van een ambtelijke brief. 29 juni 1942. De Directeur (vermoedelijk van de gemeentelijke dienst voor de voedselvoorziening). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. [Handgeschreven:] Extra
[Rechtsboven:] VD/HB.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
2A/3/12 M. 1 29 Juni 1942.
Aardappelenvoorziening
van Amsterdam.
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 5 Mei j.l.
om spoedig advies ontvangen stuk, waarvan de behandeling is vertraagd,
doordat de gegevens uit de administratie van de plaatselijke afdee-
ling der vebena moesten worden verkregen, heb ik de eer U te berich-
ten, dat in de 17 weken van 12 Januari j.l. tot 9 Mei j.l. volgens
de officieele cijfers van genoemde plaatselijke afdeeling zijn afge-
leverd voor de bevolking van Amsterdam rond 964.400 hl aardappelen
of gemiddeld per week 56.730 hl, dit is 3970 ton, hierin zijn bewa-
ringsverliezen enz. gecalculeerd, terwijl in dit cijfer de leveringen
aan Centrale Keukens, Weermacht en Ziekenhuizen zijn opgenomen.
Dit is dus blijkbaar de hoeveelheid aardappelen, die Amsterdam moet
ontvangen om de bevolking volgens de ingeleverde bonnen te voorzien.
Ik vermeld hierbij, dat inderdaad die hoeveelheden worden
geleverd, welke Amsterdam blijkbaar noodig heeft voor levering op
toewijzingen en bons; deze hoeveelheden zijn, zooals uit bovenvermelde
cijfers blijkt, hooger dan de Directeur-Generaal van de Voedselvoor-
ziening meent.
De Directeur, In deze brief rapporteert de directeur van de betreffende dienst aan de wethouder over de feitelijke aardappelconsumptie in Amsterdam over een periode van 17 weken in het voorjaar van 1942. De kern van de brief is een verantwoording van de geleverde hoeveelheden: er is gemiddeld 3970 ton per week geleverd.
Opvallend is de expliciete vermelding dat in deze cijfers ook de leveringen aan de Wehrmacht (de Duitse bezettingsmacht) zijn opgenomen, naast die voor de burgerbevolking (via Centrale Keukens en ziekenhuizen). De schrijver concludeert dat deze cijfers aantonen dat de werkelijke behoefte van Amsterdam — gebaseerd op de ingeleverde distributiebonnen — hoger ligt dan waar de Directeur-Generaal van de Voedselvoorziening (het landelijke orgaan) vanuit gaat. De brief dient daarmee als onderbouwing voor een hogere toewijzing van schaarse middelen aan de stad. Het document dateert uit juni 1942, ruim twee jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening werd in deze periode steeds nijpender en stond onder strikt toezicht van de bezetter en de Nederlandse distributieorganen. Aardappelen waren het basisvoedsel bij uitstek.
De genoemde "vebena" (of Vebena) staat voor het Verkoopbureau voor Nederlandsche Aardappelen, een organisatie die tijdens de oorlog de regie voerde over de handel en distributie van aardappelen. De spanning die in de brief voelbaar is tussen de lokale Amsterdamse overheid en de centrale Directeur-Generaal was typerend voor deze periode: steden moesten vechten voor hun aandeel in de schaarse voedselvoorraden, terwijl de centrale overheid probeerde de consumptie omlaag te dringen. Het feit dat de Wehrmacht ook uit deze voorraden werd gevoed, was een bittere realiteit die de schaarste voor de burgerbevolking verergerde.