Ambtelijke notitie / Brief
Origineel
Ambtelijke notitie / Brief 24 september 1946 [Linksboven:]
aardappelhutten
C. M.
[Rechtsboven:]
A’dam 24/9 ’46
[In het midden:]
W. h. M.
Zoals U bekend is, wordt m.i.v. 7 October 1946 de distributie van aardappelen opgeheven; de handel in aardappelen wordt dan geheel vrij; de V.B.N.A. eindigt haar werkzaamheden en de leden zullen m.i.v. 1/10 1946 weder als zelfstandig grossier optreden en daarom de objecten aan den aardappelkant der C.M. weder individueel gaan huren. Voor wat betreft de aardappelhallen M. N. 5 – 6 en het pakhuis P. geeft dit geen moeilijkheden, aangezien de huurprijzen van deze objecten bij besluit van B. en W. zijn vastgesteld.
T.a.v. de hutten ligt de zaak evenwel anders.
Deze hutten zijn in 1942 gebouwd. De kosten zijn niet ten laste van de exploitatierekening der C.M. gebracht; ze worden geëxploiteerd door de Afd. Grondbedrijf v. P.W., die de contracten met de V.B.N.A. heeft afgesloten.
[In de linkermarge ingevoegd:]
ik ben van mening dat
[Vervolg hoofdtekst:]
Aan deze situatie dient per 1 October 1946 een einde te komen. De hutten zullen dan door mijn Dienst moeten worden overgenomen en de exploitatie zal dan verder door de C.M. dienen te geschieden. 2 hutten zijn verhuurd aan een champignonbedrijf; de overige 13 heb ik per 1/10 ’46 verhuurd aan aardappel-grossiers. Het document is een interne ambtelijke mededeling die de overgang markeert van de oorlogseconomie (met centrale distributie en rantsoenering) naar een vrije marktwerking voor de aardappelhandel na de Tweede Wereldoorlog.
De kernpunten zijn:
1. Vrijgave handel: Per 7 oktober 1946 wordt de aardappelmarkt weer vrij.
2. Ontbinding V.B.N.A.: De Vereniging van Bemiddelaars in Nederlandsche Aardappelen, die tijdens de oorlogs- en transitiejaren een centrale rol speelde, staakt haar collectieve werkzaamheden.
3. Beheer van vastgoed: Er ontstaat een administratief probleem met de zogenaamde 'hutten' (tijdelijke of houten opstallen) die in 1942 (tijdens de bezetting) zijn gebouwd. Deze vallen op dat moment onder de Dienst der Publieke Werken (Grondbedrijf), maar de schrijver pleit ervoor dat het beheer en de exploitatie teruggaan naar de Centrale Markthallen (C.M.).
4. Huidig gebruik: De schrijver meldt dat hij reeds afspraken heeft gemaakt voor de individuele verhuur van de 15 hutten (13 aan aardappelgrossiers en 2 aan een champignonkweker). Dit document is historisch interessant omdat het een direct inkijkje geeft in de bureaucratische afwikkeling van de Tweede Wereldoorlog in Amsterdam. De Centrale Markthallen (het huidige Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) waren de spil in de voedselvoorziening van de stad.
Tijdens de bezetting was de handel strikt gereguleerd via distributiestelsels om schaarste te beheersen. In 1946, ruim een jaar na de bevrijding, was Nederland volop bezig met de "wederopbouw", waarbij veel noodmaatregelen en centrale organen (zoals de V.B.N.A.) werden afgeschaft ten gunste van het herstel van het particuliere bedrijfsleven. De referentie naar de bouw van de hutten in 1942 duidt op uitbreidingen die noodzakelijk waren tijdens de oorlogsjaren, die nu structureel ingepast moesten worden in de normale gemeentelijke administratie.