Archief 745
Inventaris 745-368
Pagina 283
Dossier 106
Jaar 1942
Stadsarchief

Bestek/Aanbestedingsvoorwaarden (doorslag van een getypt document).

26 augustus 1942 (datum voor inlichtingen).

Origineel

Bestek/Aanbestedingsvoorwaarden (doorslag van een getypt document). 26 augustus 1942 (datum voor inlichtingen). steld bij besluit van den Regeeringscommissaris voor Amsterdam van
16 Mei 1941, No. 798 P.W. 1940, zulks met inachtneming van zijn
besluit van dienzelfden datum, No. 119, zijn, voor zoover in deze
Voorwaarden en Bepalingen niet anders is bepaald, op deze werken
van toepassing en verbindend voor den aannemer, als waren zij
woordelijk in deze Voorwaarden en Bepalingen opgenomen, met dien
verstande, dat, waar in die Bepalingen wordt gesproken van "Re-
geeringscommissaris", daarvoor moet worden gelezen "Burgemeester".

Genoemde Algemeene Bepalingen zijn tegen betaling verkrijg-
baar bij de Stadsdrukkerij, terwijl een exemplaar ter inzage ligt
op het Raadhuis, kamer No. 234.

De aannemer zal zich met betrekking tot de uitvoering van dit
werk niet mogen bedienen van Joodsche onderaannemers of onderleve-
ranciers.

In afwijking van art. 24 der A.B. behoeft niet in bewaking
te worden voorzien.

Een directiekeet is op het terrein aanwezig en blijft het
eigendom van derden. De aannemer is echter verplicht tot verzor-
ging van deze keet en van de eigendommen der Directie, zooals
omschreven in het 13e en 14e lid van art. 7 der A.B.

De aannemer stelt en onderhoudt op nader aan te wijzen plaat-
sen een schaftlokaal, overeenkomstig het bepaalde in art. 8 der
Algemeene Bepalingen.

De aannemer is verplicht, behoudens in bijzondere gevallen,
ter beoordeeling van de Directie, te zorgen, dat van de bij de
uitvoering dezer werken te werk te stellen bouwvakarbeiders min-
stens 70% wordt betrokken uit werklieden, die één jaar of langer
in Amsterdam gevestigd zijn.

De eerste oplevering zal moeten plaats hebben uiterlijk
zes weken na den datum van gunning van het werk.

Na de eerste oplevering moet de aannemer de werken gedurende
drie maanden ten genoegen van de Directie onderhouden, de even-
tueel ontstane gebreken herstellen en de werken in normaal in goe-
den staat opleveren.

Voor elken werkdag, dat de oplevering later plaats vindt,
kan den aannemer een korting van vijf en twintig gulden (f.25.-)
worden opgelegd; eenzelfde bedrag kan den aannemer gekort worden
voor een overtreding, als bedoeld sub XV, tweede alinea, der be-
palingen omtrent minimum-loon, maximum-arbeidsduur en huisvesting
in bestekken voor gemeentewerken (art. 8 der Algemeene Bepalingen).

Hierbij kan elke werkdag, dat een overtreding voortduurt, als
een nieuwe overtreding worden beschouwd.

De betaling geschiedt in twee termijnen, nl. 90% van de aan-
nemingssom na de eerste volledige oplevering en goedkeuring van
het werk; 10% van de aannemingssom, wanneer de werken voor de
tweede maal zijn opgeleverd en nadat de aannemer aan al zijn ver-
plichtingen heeft voldaan.

De aannemingssom of haar termijnen zijn slechts verschuldigd
na aftrek van het bedrag der aan den aannemer tot en met het tijd-
stip van betaling opgelegde kortingen op de aannemingssom en van
de bedragen door den aannemer tot dat tijdstip in verband met de
uitvoering van het werk, uit anderen hoofde aan de Gemeente ver-
schuldigd, zoodat bij iedere betaling zoo noodig een verrekening
zal plaats vinden, zelfs na verpanding of cessie door den aanne-
mer van de vordering, die hij op de Gemeente heeft.

Ten aanzien van de Omzetbelasting dient er rekening mede te
worden gehouden, dat de Dienst der Publieke Werken is "ondernemer"
in den zin van het Besluit op de Omzetbelasting-1940.

Inlichtingen worden verstrekt ten kantore van de afdeeling
Utiliteitsbouw van den Dienst der Publieke Werken, Raadhuis,
kamer No. 147, op Woensdag 26 Augustus 1942, tusschen 10 en 12 uur.

§ 3. Bijzondere bepalingen ter beperking van het risico van den aannemer.
I. 1. Indien krachtens de Voorwaarden en Bepalingen te leveren ma-
terialen en in daarvoor in aanmerking komende gevallen, de voor de
uitvoering noodige brandstoffen, alsmede de vrachten voor de ten
tijde van de aanbesteding normale wijze van aanvoer van deze mate-
rialen en brandstoffen tot aan het werkterrein in prijs stijgen,
dan wel loonen van bij de uitvoering van het werk te werk ge-
stelden verhoogd moeten worden, heeft de aannemer, met inachtneming
van het in de volgende leden bepaalde, aanspraak op een gedeel-

Schr.P.W.Asd. Dit document is een representatief voorbeeld van de ambtelijke verwerking van de nazificatie in het Nederlandse lokaal bestuur.

  • Anti-Joodse bepaling: De meest opvallende passage is de expliciete ontzegging voor de aannemer om gebruik te maken van "Joodsche onderaannemers of onderleveranciers". Dit illustreert hoe de uitsluiting van Joden tot in de kleinste haarvaten van de economie en de gemeentelijke bureaucratie was doorgevoerd.
  • Bestuurlijke terminologie: De tekst vermeldt dat daar waar "Regeeringscommissaris" staat, "Burgemeester" gelezen moet worden. Dit verwijst naar de vervanging van de democratische gemeenteraad door een door de bezetter aangestelde regeringscommissaris (in Amsterdam was dit de NSB-burgemeester E.J. Voûte).
  • Arbeidsmarktregulering: De eis dat 70% van de arbeiders minstens een jaar in Amsterdam gevestigd moet zijn, duidt op een poging om lokale werkloosheid te bestrijden en migratiestromen (mogelijk ook tewerkstelling in Duitsland) te reguleren.
  • Economische onzekerheid: De laatste paragraaf (§ 3) behandelt risico's op prijsstijgingen van materialen en brandstoffen. Dit weerspiegelt de schaarste en inflatie die kenmerkend waren voor de oorlogsjaren. Het document dateert van augustus 1942. Dit was een kritieke fase in de bezetting: de grootschalige deportaties van Joden uit Amsterdam waren net begonnen (juli 1942). Terwijl de terreur op straat toenam, zette de Dienst der Publieke Werken haar administratieve taken voort. De Dienst Utiliteitsbouw was verantwoordelijk voor de bouw en het onderhoud van publieke gebouwen (scholen, ziekenhuizen, kantoren). De verwijzing naar het "Besluit op de Omzetbelasting-1940" herinnert aan de fiscale hervormingen die direct na de invasie door de bezetter werden ingevoerd. De strikte boeteclausules (f.25,- per dag vertraging) tonen aan dat, ondanks de oorlogsomstandigheden, een strakke regie op de voortgang van gemeentewerken werd gehandhaafd.

Samenvatting

Dit document is een representatief voorbeeld van de ambtelijke verwerking van de nazificatie in het Nederlandse lokaal bestuur.

  • Anti-Joodse bepaling: De meest opvallende passage is de expliciete ontzegging voor de aannemer om gebruik te maken van "Joodsche onderaannemers of onderleveranciers". Dit illustreert hoe de uitsluiting van Joden tot in de kleinste haarvaten van de economie en de gemeentelijke bureaucratie was doorgevoerd.
  • Bestuurlijke terminologie: De tekst vermeldt dat daar waar "Regeeringscommissaris" staat, "Burgemeester" gelezen moet worden. Dit verwijst naar de vervanging van de democratische gemeenteraad door een door de bezetter aangestelde regeringscommissaris (in Amsterdam was dit de NSB-burgemeester E.J. Voûte).
  • Arbeidsmarktregulering: De eis dat 70% van de arbeiders minstens een jaar in Amsterdam gevestigd moet zijn, duidt op een poging om lokale werkloosheid te bestrijden en migratiestromen (mogelijk ook tewerkstelling in Duitsland) te reguleren.
  • Economische onzekerheid: De laatste paragraaf (§ 3) behandelt risico's op prijsstijgingen van materialen en brandstoffen. Dit weerspiegelt de schaarste en inflatie die kenmerkend waren voor de oorlogsjaren.

Historische Context

Het document dateert van augustus 1942. Dit was een kritieke fase in de bezetting: de grootschalige deportaties van Joden uit Amsterdam waren net begonnen (juli 1942). Terwijl de terreur op straat toenam, zette de Dienst der Publieke Werken haar administratieve taken voort. De Dienst Utiliteitsbouw was verantwoordelijk voor de bouw en het onderhoud van publieke gebouwen (scholen, ziekenhuizen, kantoren). De verwijzing naar het "Besluit op de Omzetbelasting-1940" herinnert aan de fiscale hervormingen die direct na de invasie door de bezetter werden ingevoerd. De strikte boeteclausules (f.25,- per dag vertraging) tonen aan dat, ondanks de oorlogsomstandigheden, een strakke regie op de voortgang van gemeentewerken werd gehandhaafd.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Eijpe Waterlooplein
A. Eijpe Waterlooplein x
A.J.M. Ruhe Waterlooplein
A. Lagendijk Waterlooplein
A.C. Lagendijk Waterlooplein Wehrmacht
A.C. Loogman Waterlooplein
A.C. Loogman Waterlooplein
A.C. Pagendijk Waterlooplein rijdt voor Wehrmacht
A. de Bruin Waterlooplein
A. de Knijper Waterlooplein
A.R. Kuiper Waterlooplein
Abraham de Vries Waterlooplein houtgasgen.
A. Bosse Waterlooplein
A.H. Geerts Waterlooplein
A. Hoogins Waterlooplein driewieler aard ± 10 H.L.
A.W. Schouten Waterlooplein
A.W. Schouten Waterlooplein
A Janna [...] Waterlooplein
A. Jansen Waterlooplein
Abraham de Vries Waterlooplein houtgasgen.
Abraham de Vries Waterlooplein houtgasgen.
A. Wouters Waterlooplein
A.J. Pijnaker Waterlooplein
A.J. Pijnaker Waterlooplein
A.P. Tabak Waterlooplein
Aron Stodel Jr. Waterlooplein
A.P. Tabak Waterlooplein
A. Th. Boore Waterlooplein
A. Th. Sijperts Waterlooplein
Alle 100 kooplieden →