Ambtelijke brief/memorandum (doorslag).
Origineel
Ambtelijke brief/memorandum (doorslag). 5 mei 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of de betreffende gemeentelijke dienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier"). Extra [handgeschreven]
VD/HG.
2A/6/5 II.
1.
5 Mei 1942.
Bouw aardappelhutten
Centrale Markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d.
29 April jl. om advies ontvangen stuk No. 217 L.M. 1942 heb ik
de eer U voor te stellen de considerans van het concept be-
sluit als volgt te doen aanvullen.
In de 8e regel van boven na ....., ondervonden" te
doen volgen: "o.m. in verband met de huurprijzen, welke zij
kon bieden;" en vervolgens:
"In totaal was hier een voorraad opgeslagen, welke bedoeld
"was te strekken voor 5 à 6 weken, maar in werkelijkheid
"voor slechts ongeveer 4 weken voldoende is geweest."
"De ervaring enz...."
In de 13e regel van boven na ...vergrooten" te doen
volgen: ", in de verwachting, dat dan ook van Rijkswege wordt
"medegewerkt om tot een minstens evenredig grooteren opslag
"in het aanstaande winterseizoen te komen, dan anders (wan-
"neer geen hutten werden gebouwd) het geval zou zijn geweest
"en waarbij voorshands gedacht moet worden aan een voorraad
"welke in totaal het verbruik gedurende 8 weken dekt. Daar-
"voor kunnen onder meer op de Centrale Markt enz..."
In de 6e regel van onderen te doen vervallen: "daar
onder zijn begrepen ....enz.". Naar mijn meening zou even-
tueel voor deze 4.300 hl. aardappelen ook wel andere opslag-
gelegenheid kunnen worden gevonden terwijl deze geringe hoe-
veelheid de bevoorrading der Centrale ~~maakt~~ overigens niet
veilig stelt. [Correctie: "maakt" is doorgestreept, met handgeschreven woord daarboven, mogelijk "kunnen" of "geenszins"]
Gehandhaafd moet blijven:
"De hutten zullen een (zeer) tijdelijk karakter
dragen."
De Directeur, In deze brief adviseert de directeur (waarschijnlijk van de Centrale Markt in Amsterdam) de Wethouder voor de Levensmiddelen over een conceptbesluit voor de bouw van tijdelijke aardappelopslagplaatsen ("hutten").
De kernpunten van het advies zijn:
1. Rechtvaardiging van uitbreiding: De directeur stelt voor om in het besluit op te nemen dat eerdere voorraden sneller uitgeput raakten dan verwacht (in 4 weken in plaats van de geplande 5 à 6 weken).
2. Strategische planning: Hij adviseert om te streven naar een grotere buffervoorraad voor de komende winter die 8 weken verbruik dekt, mits er steun komt vanuit de rijksoverheid ("van Rijkswege").
3. Operationele keuzes: Hij suggereert dat een specifieke hoeveelheid van 4.300 hl aardappelen elders opgeslagen kan worden en dat deze relatief kleine hoeveelheid de totale bevoorrading niet garandeert.
4. Tijdelijkheid: Er wordt nadrukkelijk aan vastgehouden dat de te bouwen hutten een "zeer tijdelijk karakter" hebben, waarschijnlijk om planologische of juridische redenen. Dit document stamt uit mei 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Voedselvoorziening was op dat moment een kritieke kwestie van openbare orde en overleven.
De aardappel was het belangrijkste volksvoedsel en de Centrale Markt in Amsterdam (het huidige Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) speelde een cruciale rol in de distributie daarvan. De noodzaak om voorraden te vergroten van 4 naar 8 weken wijst op de groeiende onzekerheid over de voedselaanvoer en de vrees voor tekorten in de winter van 1942-1943. De term "aardappelhutten" verwijst naar eenvoudige, snel te realiseren noodopslagplaatsen om de schaarste het hoofd te bieden. De afhankelijkheid van "Rijkswege" (de centrale overheid onder toezicht van de bezetter) was in deze periode totaal, aangezien de gehele distributieketen strak gereguleerd was.