Concept-brief met uitgebreide handgeschreven kanttekeningen en correcties.
Origineel
Concept-brief met uitgebreide handgeschreven kanttekeningen en correcties. 24 April 1942 (oorspronkelijk getypt als "April 1942", met handgeschreven toevoeging "24"). (Getypte tekst is weergegeven in normale letters; handgeschreven toevoegingen en doorhalingen zijn tussen [vierkante haken] geplaatst of cursief weergegeven waar mogelijk).
CONCEPT.
24/6/317
Bouw aardappelhutten op Centrale Markt.
Amsterdam, [24] April 1942.
Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen.
[Bovenaan toegevoegd:] de met uw schrijven dd. 21 dezer om zeer spoedig advies No. 217 L.M. 1942
[In de linker marge:] Onder terugzending van de [stukken] heb ik de eer u te berichten dat ik mij met de technische opzet der plannen, - aanmerkende dat het hier een werk van tijdelijken aard betreft, kan vereenigen. Evenwel meen ik nog het volgende onder uw aandacht te moeten brengen.
In verband met de plannen tot het bouwen van een complex "hutten" op de Centrale Markt tot opslag van rond 50.000 hl. aardappelen heb ik de eer het volgende onder Uw aandacht te brengen.
Ten vorigen jare [in den winter 1941/42] is rond 260.000 hl. aardappelen te dezer stede opgeslagen geweest, waarvan rond 160.000 in pakhuizen en de rest in schepen en lichters.
Gebleken is, dat ondanks de maatregelen, waardoor een deel der bevolking zelf een kleine wintervoorraad van aardappelen heeft kunnen opdoen en ondanks het feit, dat na het intreden van de vorstperiode [gedurende de winter] nog rond 100.000 hl. aardappelen werden aangevoerd, deze voorraad slechts heeft kunnen strekken voor rond 7 à 8 weken.
[Marge-notitie bij volgende alinea:] 1. is de datering opgedaan ervaring. 2. de mogelijkheid.
Gezien deze ervaring [de langdurige wintervorst en het...] moet voor het winterseizoen 1942/1943 gerekend worden met een opslag voor stel minstens [8] weken.
Daarbij moet [m.i. zeker] in aanmerking worden genomen, dat met het oog op de graanpositie en die van andere levensmiddelen, het aardappelrantsoen [eventueel nog] zal moeten worden opgevoerd. Indien ik ter zake juist ben ingelicht zou er sprake zijn om door uitbreiding van het te bebouwen areaal en door bevordering van den teelt van soorten, welke een hoog beschot leveren (eigenheimers, bevelanders, bintjes e.d.) de opbrengst zoodanig op te voeren, dat het rantsoen kan worden gebracht op 5 kg. per hoofd en per week. Ook gedurende de vorige oorlog werd de compensatie van het tekort aan andere primaire levensmiddelen zooveel mogelijk gezocht in verhooging van het aardappelrantsoen; dit bedroeg aanvankelijk 3 kg. per hoofd en per week en werd successievelijk gebracht op 4 kg. en gedurende sommige perioden tot 5 en zelfs 6 kg. per hoofd en per week.
[Kanttekening in rood/bruin potlood:] waarom dit opnemen?
Aan de hand van de ervaring gedurende de afgeloopen winterperiode [bij handhaving van het aanwezige rantsoen van 3 1/2 kg. per week en per hoofd v.d. bevolking is dit behoefte voor 8 weken te stellen op] moet gerekend worden met een behoefte aan aardappelen van rond 60.000 hl. per week (voor bevolking, keukens, instellingen enz.)
Bij een rantsoen van 5 kg. zouden voor een behoefte van stel 8 weken rond 700.000 hl. aardappelen moeten worden opgeslagen. [Zelfs indien het rantsoen bepaald bleef op 3 1/2 kg. (hoofd)week zou voor een] Voor een 8-weeksche periode de opslag nog [bijna] 500.000 hl. moeten zijn, d.i. [zou dan benodigd zijn ruim] het dubbele van den winteropslag 1940/1942.
Van den winteropslag 1941/1942 kwam ongeveer...
[Onderaan notitie:] Staat reeds hierboven
--- Dit document is een ambtelijk concept (een 'minuut') uit de Tweede Wereldoorlog, opgesteld in opdracht van of gericht aan de Amsterdamse Wethouder voor de Levensmiddelen. De tekst weerspiegelt de groeiende zorgen over de voedselvoorziening tijdens de bezetting.
De kern van het document is de noodzaak voor de bouw van extra opslagfaciliteiten ("hutten") op de Centrale Markt. De auteur voert een technische en logistieke berekening uit:
1. Historische context: Er wordt teruggeblikt op de winter van 1941/1942, waarin de voorraad onvoldoende bleek door de strenge vorst en de logistieke beperkingen.
2. Rantsoenering: Men houdt rekening met een stijging van het aardappelrantsoen naar 5 kg per persoon per week, omdat andere voedingsmiddelen (zoals graan) schaarser worden.
3. Capaciteit: Er wordt geconstateerd dat de benodigde opslag voor een periode van 8 weken (circa 500.000 tot 700.000 hectoliter) ruim het dubbele is van wat voorheen beschikbaar was.
De vele handgeschreven correcties suggereren een kritische interne beoordeling. De vraag "waarom dit opnemen?" bij de referentie naar de Eerste Wereldoorlog duidt op een discussie over de relevantie van historische vergelijkingen in een officieel advies.
--- In april 1942 bevond Nederland zich in het tweede jaar van de Duitse bezetting. De voedselschaarste nam toe en de distributie werd steeds strakker gereguleerd. Aardappelen waren het belangrijkste volksvoedsel ("surrogaat" voor brood).
De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was de spil in de voedseldistributie van de stad. Omdat aardappelen vorstgevoelig zijn en de winter van 1941-1942 extreem streng was geweest (met bevroren schepen en voorraden tot gevolg), was er een urgente noodzaak om voor de komende winter (1942-1943) verbeterde, tijdelijke opslagplaatsen te bouwen. Deze "hutten" waren bedoeld om de kwetsbare voorraad te beschermen tegen kou en bederf. De genoemde aardappelrassen (Eigenheimers, Bevelanders, Bintjes) waren destijds de standaard voor de Nederlandse teelt.