Archiefdocument
Origineel
17 maart 1942 [Linksboven in de kantlijn:]
Slechte kwaliteit aardappelen
[Bovenaan gecentreerd in rood:]
spoed
Heden
[Bovenaan gecentreerd in potlood:]
W.h.M.
[Rechtsboven:]
A’dam, 17/3 1942
Naar aanleiding van Uw brief dd. 11 dezer No 207 L.M. 1/1542 heb ik de eer U te berichten, dat de ~~V.B.N.A.~~ Vebena aan den kleinhandel een toeslag geeft voor aardappelen, welke bij aankomst op de C.M. een zeker % ondeugdelijk bevatten. Dit is echter bij de lossing niet steeds te constateeren; het blijkt dikwijls eerst in den winkel van den kleinhandelaar. Het staat geenszins vast, dat de toeslag ook aan het publiek wordt gegeven!
Ik heb getracht, het door U vermelde euvel op andere wijze te ondervangen; hierbij is gedacht aan het uitzoeken der aardappelen op de C.M. Indien dit al mogelijk zou zijn, zou een en ander groot oponthoud veroorzaken; bovendien treedt meer speciaal de vorstschade veelal pas later aan den dag. Verder heb ik overwogen om de slechte aardappelen te doen terugnemen door de Vebena en ze door goede te doen vervangen. Het bezwaar hiertegen is, dat de aardappelen, die door de schuld van den kleinhandelaar zijn bedorven (bijv. door te langen of ondoelmatigen opslag) weer zouden moeten worden teruggenomen. Voorts zou in een periode van aanvoer van slechte aardappelen een tijdelijke verhooging van het rantsoen, gepaard gaande met een verlaging van den prijs, kunnen worden overwogen. Een en ander zou dan echter voor het geheele land moeten geschieden. Het beoordeelen van deze mogelijkheid zal m.i. moeten geschieden door het Rijksbureau K.V.O. waarvan de Akkerbouwcentrale een onderdeel vormt.
In de kringen der deskundigen verwacht men overigens, dat, nu de vorstperiode is afgeloopen, de door U naar voren gebrachte klachten geheel zullen verdwijnen. De mogelijkheid bestaat nog, dat partijen aardappelen die vorstschade in de kuilen hebben gekregen, alsnog zullen worden verladen.
[Verticaal in de linkerkantlijn:]
Aangenomen moet worden dat alle kleinhandelaren met de mogelijkheid tot het verkrijgen van een vergoeding bekend zijn; zij zijn immers via het vakblad "Centraal Belang" welke ook de hunne belangen behartigt. Dit document is een ambtelijke correspondentie over de logistieke en financiële afhandeling van kwalitatief slechte aardappelen (voornamelijk door vorstschade).
De kernpunten zijn:
1. Compensatieregeling: Er bestaat een regeling waarbij de kleinhandel een 'toeslag' (korting/vergoeding) krijgt voor rotte aardappelen, maar de schrijver betwijfelt of dit voordeel wel wordt doorberekend aan de consument.
2. Problematiek van controle: Het is lastig om bij aankomst op de Centrale Markt (C.M.) al te zien of aardappelen slecht zijn; vorstschade openbaart zich vaak pas later.
3. Aangedragen oplossingen:
* Sorteren op de markt (te tijdrovend).
* Retourneren aan de Vebena (risico op misbruik door winkeliers die eigen bederf willen declareren).
* Tijdelijke rantsoenverhoging tegen een lagere prijs (vereist landelijke coördinatie door het Rijksbureau).
4. Verwachting: Men hoopt dat het probleem zich oplost nu de vorst uit de grond is. Het document dateert uit maart 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Aardappelen waren het volksvoedsel nummer één en de distributie was strikt gereguleerd via een bonnensysteem.
De genoemde instanties zijn kenmerkend voor de oorlogseconomie:
* Vebena: De Vereniging van Belangenbehartigers bij de Aanvoer van Aardappelen.
* Rijksbureau K.V.O.: Het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd.
* Akkerbouwcentrale: Een overheidsorgaan dat toezicht hield op de productie.
De schaarste en de strenge winter van 1941-1942 zorgden voor grote problemen in de voedselvoorziening. De bureaucratische toon van de brief maskeert een nijpende situatie voor de burger: de kans dat men slechte aardappelen kreeg voor de volle prijs (terwijl de winkelier wel gecompenseerd werd) was een bron van sociale onrust.