Archief 745
Inventaris 745-368
Pagina 353
Dossier 2A
Jaar 1942
Stadsarchief

Archiefdocument

20 maart 1942

Origineel

20 maart 1942 vD/HG. [handgeschreven: extra]

2A/11/3 M
20 Maart 1942.

Slechte kwaliteit
aardappelen.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

           Naar aanleiding van Uw brief d.d. 11 dezer No.287

L.M.1942 heb ik de eer U te berichten, dat de Vebena aan den
kleinhandel een toeslag geeft voor aardappelen, welke bij
aankomst op de Centrale Markt een zeker % ondeugdelijk be-
vatten. Dit is echter bij de lossing niet steeds te consta-
teeren; het blijkt dikwijls eerst in den winkel van den
kleinhandelaar. Het staat geenszins vast, dat de toeslag ook
aan het publiek wordt gegeven! Aangenomen moet worden, dat
alle kleinhandelaren met de mogelijkheid tot het verkrijgen
van een vergoeding bekend zijn; zij zijn alle verplicht aan-
gesloten bij de stihhting "Centraal Belang" welke ook te
dezer zake hun belangen behartigt.
Ik heb getracht, het door U vermelde euvel op
andere wijze te ondervangen; hierbij is gedacht aan het uit-
zoeken der aardappelen op de Centrale Markt. Indien dit al
mogelijk zou zijn, zou een en ander groot oponthoud veroor-
zaken; buitendien treedt meer speciaal de vorstschade veelal
pas later aan den dag. Verder heb ik overwogen om de slechte
aardappelen te doen terugnemen door de Vebena om ze door
goede te doen vervangen. Het bezwaar hiertegen is, dat de
aardappelen, die door den schuld van den kleinhandel zijn
bedorven (bijvoorbeeld door te langen of ondoelmatigen op-
slag) weer zouden moeten worden teruggenomen. Voorts zou in
een periode van aanvoer van slechte aardappelen een tijde-
lijke verhooging van het rantsoen, gepaard gaande met een
verlaging van den prijs, kunnen worden overwogen. Een en
ander zou dan echter voor het geheele land moeten geschieden.
Het beoordeelen van deze mogelijkheid zal naar mijn meening
moeten geschieden door het Rijksbureau voor Voedselvoorzie-
ning in Oorlogstijd, waarvan de Akkerbouwcentrale een onder-
deel vormt.
In de kringen der deskundigen verwacht men overi-
gens, dat, nu de vorstperiode is afgeloopen, de door U naar
voren gebrachte klachten geheel zullen verdwijnen. De moge-
lijkheid bestaat nog, dat partijen aardappelen, die vorst-
schade in de kuilen hebben gekregen, alsnog zullen worden
verladen. Dit document is een ambtelijke reactie op klachten van de Wethouder van Levensmiddelen over de slechte kwaliteit van aardappelen die aan de kleinhandel (winkeliers) worden geleverd. De kernpunten zijn:

  1. Compensatie: Er bestaat een regeling waarbij de Vebena (Vereniging van Bemiddelaars in Aardappelen) winkeliers compenseert voor rotte aardappelen, maar de auteur betwijfelt of dit voordeel de consument bereikt.
  2. Logistieke belemmeringen: Het ter plekke sorteren op de Centrale Markt wordt afgewezen vanwege tijdsverlies en het feit dat vorstschade vaak pas later zichtbaar wordt.
  3. Verantwoordelijkheid: Het omruilen van slechte partijen is problematisch omdat schade ook kan ontstaan door gebrekkige opslag bij de winkelier zelf.
  4. Beleidsopties: Als oplossing wordt geopperd om bij slechte aanvoer de rantsoenen tijdelijk te verhogen en de prijs te verlagen, maar dit is een besluit dat op nationaal niveau door het Rijksbureau voor Voedselvoorziening genomen moet worden.
  5. Verwachting: Men hoopt dat het probleem zich na de vorstperiode vanzelf oplost, hoewel er nog "bevroren" voorraden uit de kuilen (opslagplaatsen in het veld) onderweg kunnen zijn. Het document dateert van maart 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De voedselvoorziening was in deze periode strikt gereguleerd via een distributiesysteem (bonkaarten). Aardappelen waren het volksvoedsel bij uitstek, maar de kwaliteit en kwantiteit stonden constant onder druk door vorderingen van de bezetter, transportproblemen en strenge winters.

Het genoemde Rijksbureau voor Voedselvoorziening in Oorlogstijd (RBVO) was de centrale instantie die de productie en distributie van voedsel controleerde. De Akkerbouwcentrale voerde het beleid uit voor specifieke gewassen zoals aardappelen. De Centrale Markt in Amsterdam was de spil in de stedelijke voedseldistributie. De discussie over vorstschade is typerend voor de oorlogswinters, waarbij gebrekkige opslag en transport in koude goederenwagons vaak leidden tot het bevriezen van de toch al schaarse voorraden.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijke reactie op klachten van de Wethouder van Levensmiddelen over de slechte kwaliteit van aardappelen die aan de kleinhandel (winkeliers) worden geleverd. De kernpunten zijn:

  1. Compensatie: Er bestaat een regeling waarbij de Vebena (Vereniging van Bemiddelaars in Aardappelen) winkeliers compenseert voor rotte aardappelen, maar de auteur betwijfelt of dit voordeel de consument bereikt.
  2. Logistieke belemmeringen: Het ter plekke sorteren op de Centrale Markt wordt afgewezen vanwege tijdsverlies en het feit dat vorstschade vaak pas later zichtbaar wordt.
  3. Verantwoordelijkheid: Het omruilen van slechte partijen is problematisch omdat schade ook kan ontstaan door gebrekkige opslag bij de winkelier zelf.
  4. Beleidsopties: Als oplossing wordt geopperd om bij slechte aanvoer de rantsoenen tijdelijk te verhogen en de prijs te verlagen, maar dit is een besluit dat op nationaal niveau door het Rijksbureau voor Voedselvoorziening genomen moet worden.
  5. Verwachting: Men hoopt dat het probleem zich na de vorstperiode vanzelf oplost, hoewel er nog "bevroren" voorraden uit de kuilen (opslagplaatsen in het veld) onderweg kunnen zijn.

Historische Context

Het document dateert van maart 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De voedselvoorziening was in deze periode strikt gereguleerd via een distributiesysteem (bonkaarten). Aardappelen waren het volksvoedsel bij uitstek, maar de kwaliteit en kwantiteit stonden constant onder druk door vorderingen van de bezetter, transportproblemen en strenge winters.

Het genoemde Rijksbureau voor Voedselvoorziening in Oorlogstijd (RBVO) was de centrale instantie die de productie en distributie van voedsel controleerde. De Akkerbouwcentrale voerde het beleid uit voor specifieke gewassen zoals aardappelen. De Centrale Markt in Amsterdam was de spil in de stedelijke voedseldistributie. De discussie over vorstschade is typerend voor de oorlogswinters, waarbij gebrekkige opslag en transport in koude goederenwagons vaak leidden tot het bevriezen van de toch al schaarse voorraden.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Eijpe Waterlooplein
A. Eijpe Waterlooplein x
A.J.M. Ruhe Waterlooplein
A. Lagendijk Waterlooplein
A.C. Lagendijk Waterlooplein Wehrmacht
A.C. Loogman Waterlooplein
A.C. Loogman Waterlooplein
A.C. Pagendijk Waterlooplein rijdt voor Wehrmacht
A. de Bruin Waterlooplein
A. de Knijper Waterlooplein
A.R. Kuiper Waterlooplein
Abraham de Vries Waterlooplein houtgasgen.
A. Bosse Waterlooplein
A.H. Geerts Waterlooplein
A. Hoogins Waterlooplein driewieler aard ± 10 H.L.
A.W. Schouten Waterlooplein
A.W. Schouten Waterlooplein
A Janna [...] Waterlooplein
A. Jansen Waterlooplein
Abraham de Vries Waterlooplein houtgasgen.
Abraham de Vries Waterlooplein houtgasgen.
A. Wouters Waterlooplein
A.J. Pijnaker Waterlooplein
A.J. Pijnaker Waterlooplein
A.P. Tabak Waterlooplein
Aron Stodel Jr. Waterlooplein
A.P. Tabak Waterlooplein
A. Th. Boore Waterlooplein
A. Th. Sijperts Waterlooplein
Alle 100 kooplieden →