Getypte brief (doorslag), pagina 2 van een meerdelig schrijven.
Origineel
Getypte brief (doorslag), pagina 2 van een meerdelig schrijven. 14 maart 1942. Directeur van het Marktwezen (Amsterdam). Bladzijde 2 van brief No 2A/12/1 M. d.d. 14 Maart 1942 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.
De oplossing van de beide gestelde vraagstukken wordt voorshands gezien in de stichting van een vervoerscentrale, welke onder leiding van den Dienst van het Marktwezen zal moeten optreden. Hieromtrent zal ik U te zijner tijd nadere voorstellen doen toekomen.
Afgezien van het al dan niet tot stand komen van een dergelijke vervoerscentrale is een regeling van de tarieven voor het vervoersbedrijf van aardappelen op zichzelf echter dringend noodzakelijk. Door den kleinhandel, welke zijn aardappelen door expediteurs (kruiers) doet vervoeren, wordt namelijk den laatsten tijd herhaaldelijk over de vrachtprijzen geklaagd. Als regel wordt voor het vervoer van aardappelen een prijs berekend, liggende tusschen ƒ 0,20 en ƒ 0,25 per hl. van 70 kg. (behalve de V.B.N.A. welke het transport naar de Centrale Keukens en groote instellingen en verder naar verschillende winkels verzorgt en daarvoor ƒ 0,175 per hl. in rekening brengt, welk bedrag volgens de V.B.N.A. niet loonend zou zijn), doch de laatste maanden waren prijzen van ƒ 0,30 - ƒ 1.- per hl. geen uitzondering, in hoofdzaak als gevolg van transportbezwaren. Het spreekt vanzelf, dat de kleinhandel, die wat den verkoop van aardappelen betreft, aan maximumprijzen is gebonden, hierdoor in moeilijkheden geraakte.
De vervoerders zijn verplicht zich te houden aan de bepalingen, vervat in het "Vervoersprijsbesluit 1940" (vide afd. 4 Gemeenteblad 1940 Volgno. 657), waar in artikel 3 is voorgeschreven, dat "de hoogst toelaatbare vervoersprijs is die, welke door den vervoerder in het tijdvak van 3 tot en met 9 Mei 1940 voor een soortgelijke vervoerovereenkomst of verhuur is bedongen".
Hieraan wordt blijkbaar in de practijk onvoldoende de hand gehouden. De vervoersprijs, die voor soortgelijk vervoer in het tijdvak van 3 tot en met 9 Mei 1940 in het algemeen werd bedongen, bedroeg namelijk ongeveer ƒ 0,175 per hl.
Teneinde het transport van aardappelen in de stad in goede banen te leiden is vaststelling van een uniform tarief voor de geheele kruierij (met uitzondering van het "eigen vervoer", zooals vanzelf spreekt) dringend noodzakelijk. Gelet op de hoogere lasten, waaraan het kruiersbedrijf sinds Mei 1940 is onderworpen (ik noem bijvoorbeeld het onderhoud van paarden en materiaal) acht ik een tarief van ƒ 0,21 toelaatbaar. Weliswaar is deze vrachtprijs eenige centen per hl. hooger, dan de krachtens voornoemd "Vervoersprijsbesluit 1940" toelaatbare, doch in de practijk is hij belangrijk lager dan de prijs, die momenteel voor het vervoer wordt berekend.
Tijdens een bespreking te mijnen kantore hebben alle belanghebbenden (te weten vertegenwoordigers van kleinhandel en kruiers) zich met dit tarief vereenigd.
In verband met het gestelde in artikel 7 van het "Vervoersprijsbesluit 1940" is het noodzakelijk, dat de Secretaris-Generaal van het Departement van Waterstaat den vervoersprijs voor aardappelen bindend vaststelt; ik geef U beleefd in overweging te willen bevorderen, dat de Burgemeester zich terzake wendt tot genoemden Secretaris-Generaal. In dit document rapporteert de Directeur van het Marktwezen over de logistieke en financiële knelpunten bij de distributie van aardappelen in Amsterdam tijdens de bezettingsjaren. De kernpunten zijn:
- Vervoerscentrale: Er wordt voorgesteld een centrale organisatie op te richten onder toezicht van de gemeente om het transport te stroomlijnen.
- Prijsstijgingen: Er is sprake van wildgroei in de tarieven. Waar de officiële prijs (gebaseerd op mei 1940) rond de ƒ 0,175 lag, wordt er in 1942 soms tot ƒ 1,00 per hectoliter gevraagd. Dit brengt winkeliers in het nauw, omdat zij gebonden zijn aan strikte maximumprijzen voor de verkoop aan consumenten.
- Compromis-tarief: De directeur stelt een verhoging voor naar ƒ 0,21 per hectoliter. Dit is hoger dan het wettelijke tarief uit 1940, maar noodzakelijk vanwege gestegen kosten (zoals paardenvoer en onderhoud) en aanzienlijk lager dan de woekerprijzen die op dat moment in de praktijk gevraagd worden.
- Juridische weg: Om dit tarief bindend te maken, moet de Burgemeester een verzoek indienen bij de Secretaris-Generaal van het Departement van Waterstaat. Dit document stamt uit maart 1942, de periode van de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening was in deze tijd een kritieke en streng gereguleerde aangelegenheid. Door schaarste aan brandstof was men voor het stadstransport grotendeels aangewezen op "kruiers" met paard en wagen of handkarren.
De referentie naar mei 1940 als prijspeil was een standaardmethode van de bezetter (en de Nederlandse departementen) om inflatie en oorlogswinstkerij tegen te gaan. De brief illustreert de spanning tussen de starre regelgeving uit het begin van de oorlog en de economische realiteit van 1942, waarin kosten voor levensonderhoud en bedrijfsvoering (zoals het onderhoud van paarden) fors waren gestegen. De genoemde V.B.N.A. staat voor de Vereniging van Belanghebbenden bij de Aardappelhandel.