Officiële brief/dienstmededeling.
Origineel
Officiële brief/dienstmededeling. 2 april 1942. De Secretaris van den Burgemeester van Amsterdam (Mr. G.C. Spruyt). Den Heer Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. [Briefhoofd linksboven met wapen van Amsterdam]
DE BURGEMEESTER
VAN AMSTERDAM
Secretaris van
den Burgemeester,
Mr. G.C.Spruyt.
No. 219 P.S.B. 1942.
[Bovenaan handgeschreven/gestempeld]
№ 2A/14/1 M. 1942 7/4
[Rechtsboven]
Amsterdam, 2 April 1942.
[Handgeschreven notitie rechts]
m. die
[Inhoud]
In opdracht van den Burgemeester,
heb ik de eer, U te verzoeken, wekelijks
aan Z.H.E.A. een schriftelijke opgave te
verstrekken van den aardappelenvoorraad
(beginvoorraad, aanvoeren, afleveringen enz.)
De Secretaris van den Burgemeester,
[Handtekening]
G.C. Spruyt
[Onderaan links]
AAN
den Heer Directeur
van het Marktwezen,
Jan van Galenstraat 14,
Amsterdam - West.
[Linksonder in de kantlijn]
STADSDRUKKERIJ AMSTERDAM
[Rechtsonder handgeschreven]
2A Dit document is een formele, ambtelijke opdracht van de secretaris van de burgemeester aan de directeur van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van de brief is de verplichting om wekelijks gedetailleerde rapportages aan te leveren betreffende de aardappelvoorraden in de stad.
De terminologie is uiterst formeel ("heb ik de eer, U te verzoeken"), wat gebruikelijk was voor de ambtelijke correspondentie van die tijd. De gevraagde gegevens (beginvoorraad, aanvoer en afleveringen) wijzen op een strikt gecontroleerd distributiesysteem. De afkorting Z.H.E.A. in de tekst verwijst naar de Zentrale voor de In- en Uitvoer van Akkerbouwproducten, een overheidsorgaan dat tijdens de oorlog de regie voerde over de voedselvoorziening.
Het adres van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, is de locatie van de Centrale Markthallen, destijds het logistieke hart van de voedseldistributie in Amsterdam. De datum, 2 april 1942, plaatst dit document midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De burgemeester van Amsterdam op dat moment was Edward Voûte, die door de Duitse bezetter was aangesteld.
De context van deze brief is de groeiende voedselschaarste en de daaruit voortvloeiende rantsoenering. Aardappelen waren het basisvoedsel voor de Nederlandse bevolking. Om hongersnood te voorkomen (en om te zorgen dat er eventueel voorraden naar Duitsland konden worden afgevoerd), hield de bezetter via de Nederlandse bureauctratie de voorraden nauwgezet in de gaten.
Het Marktwezen speelde een cruciale rol in het beheersen van de zwarte handel en het waarborgen dat de schaarse goederen via de officiële weg (met distributiebonnen) bij de burgers terechtkwamen. Deze wekelijkse rapportageplicht was een instrument van de bezettingsautoriteiten om grip te houden op de vitale voedselketen in een periode waarin tekorten steeds nijpender werden. G.C. Spruyt Gemeente Amsterdam Marktwezen