Getypte brief (doorslag op dun papier) met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief (doorslag op dun papier) met handgeschreven kanttekeningen. 8 april 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Voedselvoorziening of een vergelijkbare dienst). De Heer Burgemeester van Amsterdam (destijds Edward Voûte). [Handgeschreven, rechtsboven:] [onleesbare initialen]
[Handgeschreven, middenboven:] Verzonden 8/4
[Rechtsboven:] VD/HG.
den Heer Burgemeester
van Amsterdam,
Raadhuis,
A l h i e r .
2A/14/2 M.
8 April 1942.
Naar aanleiding van den brief van Uw Secretaris d.d. 2 dezer No.219 P.S.B. 1942 heb ik de eer U onderstaand een opgave te doen toekomen van den aardappelvoorraad te Amsterdam op 28 Maart jl. de aanvoer in de week van 30 Maart - 4 April 1942; de aflevering aan kleinhandel en instellingen in deze week en de boekvoorraad op 4 April jl. des avonds.
De Directeur,
Voorraad per 28 Maart: 55.277 hl.
Aanvoer week 30/3 - 4/4 '42 77.735 "
133.012 hl.
Aflevering week 30/3 - 4/4 '42 63.713 "
Voorraad op 4 April 1942 des avonds
rond 69.300 hl.
======= Het document is een zakelijke rapportage over de aardappelvoorraad in de gemeente Amsterdam gedurende een specifieke week in het voorjaar van 1942. De cijfers worden uitgedrukt in hectoliters (hl).
De berekening is als volgt opgebouwd:
1. Beginvoorraad (28 maart): 55.277 hl.
2. Aanvoer (30 maart t/m 4 april): + 77.735 hl.
3. Totaal beschikbare voorraad: 133.012 hl.
4. Aflevering (aan winkels en instellingen): - 63.713 hl.
5. Eindvoorraad (4 april): Het exacte saldo is 69.299 hl, wat door de directeur wordt afgerond naar "rond 69.300 hl."
De brief toont de strikte administratieve controle op de voedselvoorraden. Het feit dat er wekelijks gerapporteerd wordt aan de burgemeester onderstreept de urgentie van de voedselvoorziening. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1942 was de schaarste aan voedsel reeds merkbaar en was de distributie (het bonnenstelsel) in volle gang. Aardappelen vormden het belangrijkste volksvoedsel.
Het toezicht op de voorraden was cruciaal om de bevolking van Amsterdam van basisbehoeften te voorzien en om 'zwarte handel' tegen te gaan. De genoemde "P.S.B." in het kenmerk van de brief van de secretaris verwijst waarschijnlijk naar een administratieve afdeling van de gemeente (mogelijk Personeelszaken en Secretariaat der Bestuurszaken). De burgemeester van Amsterdam was in deze periode Edward Voûte, die door de bezetter was aangesteld. De precisie van deze rapportages was essentieel voor het stadsbestuur om te kunnen anticiperen op mogelijke tekorten en om verantwoording af te leggen aan de bezettingsautoriteiten over de voedseldistributie.