Ambtsbrief / rapportage.
Origineel
Ambtsbrief / rapportage. 13 mei 1942. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke distributiedienst of voedselvoorziening). De Burgemeester van Amsterdam. HG.
den Heer Burgemeester
van Amsterdam,
Raadhuis,
A l h i e r .
2A/14/7 M. 13 Mei 1942.
Naar aanleiding van den brief van Uw Secretaris d.d. 2
April jl. (No.219 P.S.B.1942) en ten vervolge op mijn brief d.d. 5
Mei 1942 (No.2A/14/6 M.) heb ik de eer U onderstaand een opgave te
doen toekomen van den aardappelvoorraad te Amsterdam op 4 Mei jl.,
de aanvoer in de week van 4 - 9 Mei, de aflevering aan kleinhandel
en instellingen in deze week en de boekvoorraad op 9 Mei jl. des
avonds.
De Directeur,
Voorraad op 4 Mei 1942: 111.428
Aanvoer week 4 - 9 Mei 1942: 31.150
-------
142.578
Aflevering week 4 - 9 Mei 1942: 55.291
-------
Voorraad op 9 Mei 1942 des avonds: 87.287
=======
--- Dit document is een formele administratieve mededeling betreffende de logistiek van de voedselvoorziening. De structuur is zakelijk en volgt de gangbare ambtelijke etiquette van die tijd ("heb ik de eer U... te doen toekomen").
De kern van het document is de cijfermatige verantwoording onderaan. Er wordt een eenvoudige balans opgemaakt: de beginvoorraad plus de nieuwe aanvoer minus de leveringen aan de detailhandel en instellingen (zoals ziekenhuizen of gaarkeukens) resulteert in de eindvoorraad. Hoewel de eenheid niet expliciet vermeld wordt, gaat het bij dergelijke stedelijke rapportages meestal om kilogrammen of balen. De daling van de voorraad in één week (van ruim 111.000 naar 87.000 eenheden) suggereert dat de consumptie hoger lag dan de aanvoer in die specifieke week.
--- De datum van het document, 13 mei 1942, is cruciaal voor het begrip ervan. Nederland was op dat moment twee jaar bezet door nazi-Duitsland. Tijdens de bezettingsjaren was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via een distributiesysteem met bonkaarten.
Aardappelen vormden het volksvoedsel bij uitstek. Het nauwkeurig bijhouden van de voorraden was voor het Amsterdamse gemeentebestuur van essentieel belang om hongeroproeren te voorkomen en de effectiviteit van de distributie te monitoren. In 1942 begon de schaarste aan diverse goederen merkbaar toe te nemen, hoewel de situatie nog niet zo nijpend was als tijdens de latere Hongerwinter (1944-1945). Dit soort rapportages vormden de ruggengraat van de bureaucratische controle over de schaarse middelen in een oorlogseconomie. De burgemeester van Amsterdam was in deze periode de door de Duitsers benoemde Edward Voûte.