Ambtelijke brief/rapportage betreffende voedselvoorraad.
Origineel
Ambtelijke brief/rapportage betreffende voedselvoorraad. 20 mei 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Voedselvoorziening of een aanverwante dienst). Den Heer Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte). [Links boven, handgeschreven:] verzonden 20/5
[Rechts boven, handgeschreven/geparafeerd:] [onleesbaar]
[Rechts boven, getypt:] vD/B.
den Heer Burgemeester
van Amsterdam,
Raadhuis,
A l h i e r .
2A/14/8 M. 20 Mei 1942.
Naar aanleiding van den brief van Uw Secretaris d.d. 2 April j.l. (No. 219. P.S.B. 1942) en ten vervolge op mijn brief d.d. 13 Mei 1942 (No. 2A/14/7 M.) heb ik de eer U onderstaand een opgave te doen toekomen van den aardappelvoorraad te Amsterdam op 11 Mei j.l., de aanvoer in de week van 11 – 16 Mei; de aflevering aan kleinhandel en instellingen in deze week en de boekvoorraad op 16 Mei j.l. des avonds.
De Directeur,
Voorraad op 11 Mei 1942: 87.287
Aanvoer week 11 – 16 Mei 1942: 62.924
150.211
Aflevering week 11 – 16 Mei 1942: 49.427
Voorraad op 16 Mei 1942 des avonds 100.784
======= Dit document is een kwantitatieve rapportage over de aardappelvoorraden in de gemeente Amsterdam gedurende een specifieke week in mei 1942. De brief volgt een strikt administratieve logica:
1. Beginsaldo: De voorraad op maandag 11 mei (87.287 eenheden, waarschijnlijk kilo's of mud).
2. Mutaties: Er is meer aangevoerd (62.924) dan er is afgeleverd aan de detailhandel en instellingen (49.427).
3. Eindsaldo: Een rekenkundige controle onderaan de brief toont aan dat de voorraad die week is gegroeid naar 100.784 eenheden.
De toon is uiterst formeel ("heb ik de eer U..."). De handgeschreven notitie "Verzonden 20/5" bevestigt dat de rapportage direct na het opstellen is verwerkt. De datum van dit document, 20 mei 1942, plaatst de brief midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Voedselvoorziening was in deze periode een kritieke bestuurlijke taak.
* Rantsoenering: Aardappelen waren het basisvoedsel voor de Nederlandse bevolking. De overheid (onder toezicht van de bezetter) hield de voorraden nauwgezet bij om de distributie via bonkaarten te kunnen garanderen.
* Bestuur: De burgemeester van Amsterdam was op dat moment Edward Voûte, die door de Duitsers was aangesteld. Hij was direct verantwoordelijk voor de openbare orde en de voedselvoorziening in de stad.
* Schaarsheid: Hoewel de voorraad in deze specifieke week steeg, zou de voedselpositie in de jaren daarna (met als dieptepunt de Hongerwinter van 1944-1945) catastrofaal verslechteren. Dit soort wekelijkse rapportages vormden de ruggengraat van de bureaucratische controle op de schaarse middelen. B. Gemeente Amsterdam