Ambtelijke correspondentie (handgeschreven brief/memo).
Origineel
Ambtelijke correspondentie (handgeschreven brief/memo). Amsterdam (A'dam), 26 juli 1942. Klacht over het
leveren v. aardappelen
op C.M.
[In rood potlood/inkt:] 2A/19/4 M
A'dam, 26/7 1942
W. L. M.
Onder terugzending van het met Uw
kantbrief dd. 14 dezer ter advies ontvangen stuk
No 589 L.M. 1942 heb ik de eer U het volgende
te berichten.
Zoals uit mijn brief dd. 10 dezer No
2 A/19/2 M. blijkt, ontvangt het personeel van de
N.S., dat op de C.M. werkzaam is, van de V.B.N.A.
wekelijks een kwantum aardappelen zonder bon.
(2 hl. per week). Uit een dezerzijds ingesteld onder-
zoek is voortgebleken, dat enige personen, belast met
de bewaking van de goederen der D.W. op het reserve
terrein der C.M., enige malen per vergissing
eveneens aardappelen v. de V.B.N.A. hebben ontvangen;
volgens de V.B.N.A. zou dit na 8 Juli echter
niet meer hebben plaats gevonden. De in het
onderhavige stuk voorkomende uitlating De brief is een ambtelijk verslag naar aanleiding van een klacht over de distributie van aardappelen op de Centrale Markt (C.M.) in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het kernpunt is dat personeel van de Nederlandse Spoorwegen (N.S.) daar wekelijks aardappelen ontving zonder dat daarvoor distributiebonnen hoefden te worden ingeleverd (2 hectoliter per week).
Het onderzoek naar de klacht wijst uit dat er ook "per vergissing" aardappelen zijn geleverd aan bewakers van goederen van de "D.W." (mogelijk Dienst Wederopbouw of een andere gemeentelijke dienst) op het reserveterrein. De instantie V.B.N.A. (waarschijnlijk de Vereniging voor de Behartiging van de Nederlandse Aardappelhandel) stelt dat deze foutieve leveringen na 8 juli 1942 zijn gestaakt. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland was voedseldistributie strikt gereguleerd via een bonnensysteem vanwege toenemende schaarste. Het ontvangen van voedsel "zonder bon" was een uitzonderlijk privilege, vaak voorbehouden aan vitale sectoren of arbeiders op locaties waar voedsel direct werd verhandeld. Dit document illustreert de administratieve controle op dergelijke privileges en de gevoeligheid rondom "foutieve" leveringen in een tijd van schaarste. De brief eindigt midden in een zin, wat suggereert dat er een tweede pagina is waarin de "uitlating" uit het onderzochte stuk verder wordt besproken.