Archief 745
Inventaris 745-369
Pagina 201
Dossier 2C
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag of origineel op dun papier).

Ongedateerd, maar verwijst naar de oprichting van het bedrijf in 1940. Gezien de context (voedselvoorziening, schaarste) vermoedelijk geschreven tijdens de Tweede Wereldoorlog (ca. 1941-1944).

Origineel

Getypte brief (doorslag of origineel op dun papier). Ongedateerd, maar verwijst naar de oprichting van het bedrijf in 1940. Gezien de context (voedselvoorziening, schaarste) vermoedelijk geschreven tijdens de Tweede Wereldoorlog (ca. 1941-1944). Aannemende de juistheid van de mededeeling van den Heer Broerse is het gevolg, dat niet alleen ondergeteekende en zijn personeel hun broodwinning uit dat bedrijf en hij het rendement van het daarin belegde geld kwijt is, maar dat ook zijn afnemers nu geen bieten krijgen daar andere bietenkokerijen hun de levering weigeren, hetgeen neerkomt op een onjuiste en niet gebillijkte verdeeling van dit in deze maanden op den voorgrond tredend volksvoedsel, nu de clientele van zijn afnemers zich ook bij hun gebruikelijk inslaan der benoodigde groenten met leege handen naar huis ziet gestuurd indien zij gekookte bieten verlangen in te slaan, en daarmede verscheidene huisgezinnen in verspreide stadswijken zich zien tekort gedaan bij hun zooveel overleg vragend huishouden in de overigens voor hen onbeperkt openstaande voedselvoorziening wat dit landbouwproduct betreft.

In verband daarmede zal ondergeteekende gaarne direct van U schriftelijk een al of niet besvestiging ontvangen van de hem namens U door den Heer Broerse gegeven mededeeling, en voor het geval het een bevestiging mocht zijn een mededeeling der redenen waarop die weigering wordt gegrondslaagd, ten einde dat voor ondergeteekende, die in deze aangelegenheid nooit is gehoord om zijn belangen desgewenscht nader toe te lichten de gelegenheid open kome zich tot de bevoegde en voor de hand liggende authoriteit te wenden om alsnog een toewijzing van bieten te verkrijgen.

Ter informatie mag ondergeteekende aan bovenstaande toevoegen, dat toen hij in 1940 zijn genoemd bedrijf vestigde, na hierin eerst de Groenten en Fruitcentrale gekend te hebben of er misschien bezwaren tegen bestonden daarop een ontkennend antwoord is ontvangen.

Op Uw prompte attentie en beantwoording meent ondergeteekende in alle bescheidenheid te mogen aandringen, gezien zoowel zijn persoonlijke belangen als het belang van de voedselvoorziening in vele stedelijke huisgezinnen.

Met alle hoogachting,
Uw dienst.w.

P. Klijff [handtekening] In deze brief beklaagt de eigenaar van een bietenkokerij, P. Klijff, zich over het stopzetten van de levering van bieten aan zijn bedrijf. De kernpunten van zijn betoog zijn:
1. Economische schade: Het stopzetten van de levering bedreigt het voortbestaan van zijn bedrijf, zijn investering en de werkgelegenheid van zijn personeel.
2. Sociale impact: Hij wijst op de onrechtvaardige verdeling van voedsel. Omdat andere kokerijen zijn klanten (waarschijnlijk winkeliers) niet willen beleveren, blijven veel gezinnen in de stad verstoken van dit belangrijke volksvoedsel.
3. Procedurele bezwaren: Hij eist een schriftelijke bevestiging van de weigering en een opgaaf van redenen, zodat hij formeel in beroep kan gaan bij de relevante instanties. Hij benadrukt dat hij bij de start van zijn bedrijf in 1940 wel toestemming had van de Groenten en Fruitcentrale.

De schrijfstijl is formeel en juridisch-ambtelijk van aard, wat gebruikelijk was voor dergelijke correspondentie in die tijd. Opvallend is de typefout "besvestiging" in de tweede alinea. De brief moet geplaatst worden in de context van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Tijdens de oorlog werd de distributie van voedsel strikt gereguleerd door de overheid (via de Rijksbureaus en de Groenten en Fruitcentrale).

Bieten (zowel suikerbieten als voederbieten) werden gedurende de oorlogsjaren een steeds belangrijker onderdeel van het dieet van de bevolking naarmate andere voedingsmiddelen schaarser werden. Bietenkokerijen speelden een rol in het verwerken van deze producten voor menselijke consumptie. Het document illustreert de bureaucratische strijd die ondernemers moesten voeren om hun toewijzingen (contingenten) te behouden in een tijd van schaarste en centrale planning. De "Heer Broerse" waarnaar verwezen wordt, was vermoedelijk een inspecteur of ambtenaar van een controlerend orgaan.

Samenvatting

In deze brief beklaagt de eigenaar van een bietenkokerij, P. Klijff, zich over het stopzetten van de levering van bieten aan zijn bedrijf. De kernpunten van zijn betoog zijn:
1. Economische schade: Het stopzetten van de levering bedreigt het voortbestaan van zijn bedrijf, zijn investering en de werkgelegenheid van zijn personeel.
2. Sociale impact: Hij wijst op de onrechtvaardige verdeling van voedsel. Omdat andere kokerijen zijn klanten (waarschijnlijk winkeliers) niet willen beleveren, blijven veel gezinnen in de stad verstoken van dit belangrijke volksvoedsel.
3. Procedurele bezwaren: Hij eist een schriftelijke bevestiging van de weigering en een opgaaf van redenen, zodat hij formeel in beroep kan gaan bij de relevante instanties. Hij benadrukt dat hij bij de start van zijn bedrijf in 1940 wel toestemming had van de Groenten en Fruitcentrale.

De schrijfstijl is formeel en juridisch-ambtelijk van aard, wat gebruikelijk was voor dergelijke correspondentie in die tijd. Opvallend is de typefout "besvestiging" in de tweede alinea.

Historische Context

De brief moet geplaatst worden in de context van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Tijdens de oorlog werd de distributie van voedsel strikt gereguleerd door de overheid (via de Rijksbureaus en de Groenten en Fruitcentrale).

Bieten (zowel suikerbieten als voederbieten) werden gedurende de oorlogsjaren een steeds belangrijker onderdeel van het dieet van de bevolking naarmate andere voedingsmiddelen schaarser werden. Bietenkokerijen speelden een rol in het verwerken van deze producten voor menselijke consumptie. Het document illustreert de bureaucratische strijd die ondernemers moesten voeren om hun toewijzingen (contingenten) te behouden in een tijd van schaarste en centrale planning. De "Heer Broerse" waarnaar verwezen wordt, was vermoedelijk een inspecteur of ambtenaar van een controlerend orgaan.

Gerelateerde Documenten 6